donderdag 21 april 2016

Eén maand na de aanslagen op Zaventem en Brussel. Enkele kritische bedenkingen.

Tweeëntwintig maart.  Nu precies één maand geleden.  De tijd is gekomen om even terug te kijken en de schade op te meten.  Want er is wat gezegd.  Er is wat geschreven.  In het heetst van de strijd werden de gekste verklaringen afgelegd.  Zelfs als de storm ging liggen, bleven onverkwikkelijke opmerkingen echoën of werden vreemde maatregelen beslist.
 
Vooreerst was er die bijzonder harde kritiek op ons land.  België zou een failed state zijn.  Dat bleek de algehele teneur te zijn in de internationale kranten.  Door vele commentatoren in het land werd die kritiek herhaald.  Ik keek raar op.  Was zelfs een beetje van mijn melk.  België op gelijke voet plaatsen met landen als Zuid-Soedan, Somalië, Centraal-Afrikaanse Republiek en Soedan leek mij toch een stap te ver.  Een grote stap te ver.  Ik ging even kijken naar de Fragile States Index.  Die bestaat.  De index wordt opgesteld door het Amerikaanse Fund for Peace.  Om tot een rangschikking te komen baseert die denktank zich op een aantal parameters.  Wanneer die parameters op België worden toegepast, stel ik vast dat mijn landje op plaats honderd drieënzestig komt.  Op een totaal van honderd achtenzeventig landen.  Dat is behoorlijk goed.  Meer dan behoorlijk zelfs.  Wat mij bij die rangschikking evenwel opviel is dat alle landen, die Belgïe catalogiseerden als failed state, slechter scoorden dan het land, waarop zij zo veel kritiek hadden.  Het Verenigd Koninkrijk komt op plaats 161.  Frankrijk op plaats 160 en de Verenigde Staten op plaats 158.  Spanje komt pas op plaats 151.  Daarmee presteren zij slechter dan België.  Enkel Nederland doet het beter dan België.  Zou het dan rozengeur en maneschijn zijn bij onze noorderburen? Ik denk het niet.  Ik denk terug aan de moord op Pim Fortuyn.  Aan de moord op Theo Van Gogh.  Ik verwijs naar het opiniestuk van Peter Vandermeersch in De Standaard.  Daarin vertelt hij over Nederland.  Hij schrijft over criminele bendes die elkaar vermoorden in Amsterdam op klaarlichte dag.  Over de schandalen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.  Over de pogingen om de zesentwintig politieregio’s tot één nationaal korps om te vormen.  Neen, zelfs voor Nederland kan het goed zijn in eigen hert te kijken nog even voor het slapengaan.  Net als alle andere landen, die met het beschuldigende vingertje wijzen.  Bovendien vind ik het bijzonder vreemd dat enkele dagen na die beschuldigingen Frankrijk een parlementaire onderzoekscommissie naar Molenbeek stuurt om ter plaatse te zien wat daar gedaan wordt rond radicalisering.  Een failed state kan toch niet als voorbeeld dienen, denk ik verbijsterd.
 
Gaat België dan vrijuit? Geenszins niet.  Vragen moeten gesteld worden.  De juiste vragen moeten op de juiste plaats gesteld worden.  Die juiste plaats lijkt mij de onderzoekscommissie te zijn, die deze week van start ging.  Terwijl de experten nog moeten gehoord worden in de commissie, geven vele partijen te verstaan wat de conclusies zouden moeten zijn.  Of zullen zijn.  Een eigenaardige werkwijze.  Mij lijkt het beter even uit de schijnwerpers te treden.  Mij lijkt het beter in de luwte te werken om tot een gedegen en onderbouwd rapport te komen.  Een rapport dat de pijnpunten blootlegt en aangeeft wat moet gedaan worden om die punten weg te werken.
 
Net zo fout was het schuldigen aan te wijzen.  Aan de schandpaal te nagelen.  Want dat was wat gebeurde.  Ik verwijs hierbij naar de beschuldigingen aan het adres van de verbindingsofficier in Turkije.  Hij zou als enige gefaald hebben in het niet arresteren van El Bakraoui.  Waarom werd niet naar het totaalplaatje gekeken? Waarom werd niet gekeken naar het gevoerde beleid van de voorbije jaren? Waarom werd niet gekeken naar het effect van de besparingen op de verantwoordelijke departementen? Het had mooi geweest om even afstand te nemen.  Het had mooi geweest al die vragen mee te nemen.  Om even te zwijgen.  Zonder enige beschuldiging te uiten.  Maar soms is de noodzaak om de paraplu open te trekken groter dan de nood aan zwijgen.
 
Ik kijk verder terug.  Naar de beslissing om soldaten te laten patrouilleren.  Met de introductie van soldaten in het straatbeeld zou de veiligheid moeten verzekerd worden.  Maar toen kwam Zaventem.  Toen kwam Brussel.  Op beide plaatsen patrouilleerden soldaten.  Het mocht niet helpen.  Aanslagen konden niet verijdeld worden.  Na de aanslagen zou men kunnen denken dat ook die maatregel wordt herbekeken.  Dat even wordt nagedacht over zin of onzin van die maatregel.  Het gebeurt niet.  Mark Singleton, directeur van het International Centre for Counter Terrorism, doet het wel.  Hij zegt in een interview dat het weinig zin heeft.  Misschien zal de aanwezigheid van soldaten het veiligheidsgevoel bij burgers verhogen.  Dat is het enige.  Aanslagen verijdelen? De eigenlijke veiligheid verhogen? Neen, dat denkt hij niet.  Waarom dan niet die soldaten terugtrekken? Waarom dat budget niet anders benutten? Die denkoefening moet dringend gemaakt worden.
 
We leven in nieuwe tijden.  Andere tijden.  Dat werd en wordt na de aanslagen tot in den treure herhaald.  Dat refreintje wordt steeds maar herhaald.  Om ons ervan te doordringen dat in die nieuwe tijden andere regels gelden.  Andere regels, waarbij wij aan privacy zullen moeten inboeten.  Nieuwe tijden vragen nieuwe spelregels.  Daarover hoeft de burger niet moeilijk te doen.  Zo was er het voorstel om de vingerafdrukken en biometrische gegevens als irisscans en DNA van alle Belgen te verzamelen.  Vóór de aanslagen pleitte onze Minister van Binnenlandse Zaken hiervoor.  Na de aanslagen werd het voorstel hernomen door veiligheidsexperts.  Gelukkig botst dat pleidooi op onze Staatssecretaris voor Privacy.  Alweer is dit een maatregel die enkel tegemoet komt aan het veiligheidsgevoel maar niks doet aan het verhogen van onze veiligheid.  Zo beschikte de politie over informatie en vingerafdrukken van de terroristen, die betrokken waren bij de aanslagen in Parijs.  Toch gebeurden die aanslagen.  Zo beschikte de politie over de vingerafdrukken van Salah Abdeslam.  Toch bleef hij honderd zesentwintig dagen onvindbaar.  Maatregelen moeten genomen worden.  Maar dan wel graag de juiste maatregelen.  Geen schone schijn maatregelen.
 
Tot slot wil ik het nog even hebben over dat wij/zij denken.  Want dat denken bestaat.  In tegenstelling tot wat wij graag zouden geloven.  Tot wat wij graag zouden willen.  Ik hoor dat denken binnensijpelen in reacties op de aanwezigheid van Dyab Abou Jahjah in De Afspraak op de nationale televisie.  Sommigen beweren dat het ongepast is een dergelijk individu een publiek forum te geven.  Dat kan niet volgens hen.  Maar die stemmen vergeten de vrijheid van meningsuiting, die zij zo scherp verdedigden in de rellen rond de Mohammed cartoons.  De vrijheid van meningsuiting, die zij altijd weer aanhalen als één van de verworvenheden van onze westerse beschaving.  Twee maten en twee gewichten?
Velen hoor ik schreeuwen om de doodstraf.  Die terroristen verdienen de zwaarste straf, dat zeggen die stemmen.  Sommigen gaan zelfs een stapje verder.  Pleiten voor een publieke lynchpartij.  In dat pleidooi vergeten zij hun verbetenheid waarmee zij de shariawetgeving als achterlijk en middeleeuws bestempelen.  Twee maten en twee gewichten?
De allochtonen zouden eindelijk moeten stoppen met aan de klaagmuur te gaan staan.  Dat wordt ook wel eens gezegd.  Dat hoor ik ook in reacties op de aanslagen.  De aanslagen hebben al hun aanspraken weggeblazen.  Als niet ter zake doend.  Als onbestaand.  De aanslagen hebben hen alle recht tot spreken ontnomen.  Geen woord meer over discriminatie bij sollicitaties? Over mindere onderwijskansen? Over sociale achterstelling? Allochtonen moeten onder invloed van de aanslagen hun emancipatiestrijd staken.  Vrouwen niet.  Holebi’s niet.  Twee maten en twee gewichten?
 
U zou denken dat bovenstaand denken enkel op kleine schaal gebeurt.  Dan vergist u zich.  Want wat moeten wij denken van het ‘probleempje’ bij de Bezige Bij rond het contract van de eerder genoemde Abou Jahjah.  Vele auteurs dreigen de uitgeverij te verlaten als het contract voor twee essayboeken effectief zou doorgaan.  Vrijheid van meningsuiting? Twee maten en twee gewichten? Zelfs in de grote wereld heerst het wij/zij denken nog.
 
Diezelfde dubbele standaard klinkt eigenlijk ook door in de onlangs goedgekeurde nieuwkomersverklaring.  De inhoud van die verklaring doet verkeerdelijk veronderstellen dat in eigen land alles peis en vree is.  Elke Belg zou een relatie tussen 2 mannen of 2 vrouwen vanzelfsprekend vinden.  Nieuwkomers niet.  Geen enkele Belg zou zich schuldig maken aan intrafamiliaal geweld.  Nieuwkomers wel.  Uit die nieuwkomersverklaring spreekt enkel zelfgenoegzame arrogantie en minachting.  Het kwaliteitslabel van Etienne Vermeersch kan die verdenking niet wegnemen.  Het zou van politieke moed getuigen deze verklaring naar de prullenmand te verwijzen.  Want dat is de enige plaats waar die verklaring thuishoort.
 
Op televisie zien wij hooligans de wake aan de beurs verstoren.  Het is een item in de kranten en de journaals.  Toch worden die hooligans weggezet als marginalen, die geen aandacht verdienen.  Zij zouden niemand vertegenwoordigen.  Maar dan is er die ene uitspraak van een minister.  Hij beweert dat een significant deel van de moslimbevolking stond te dansen in de Brusselse straten na de aanslagen.  Van die ‘dansfeesten’ is geen enkel bewijs.  Toch wordt die stelling zomaar geponeerd.  Zonder ook maar de noodzaak te voelen hiervoor enig bewijs te leveren.  Mythes en spookverhalen krijgen vanuit de overheid bestaansrecht.  Die verhalen worden door dezelfde overheid niet ontkracht.  Zij worden bevestigd.  Bijzonder pijnlijk.  Alweer twee maten en twee gewichten dus.
 
In een interview met De Standaard sprak sociologe Sarah Bracke in dat verband over dehumanisering van een bevolkingsgroep.  Om dat te staven haalde zij het debat aan rond het verbod op onverdoofd slachten.  Zij stelt dat Joden al langer onverdoofd slachten maar dat het debat daarover nooit ging.  Ook in dit debat sluipt de dubbele standaard.  Wat moet bewijzen dat ook de overheid zich alweer bezondigt aan het werken met twee maten en twee gewichten.  Verder in het interview stelt de sociologe dat dehumanisering geweld met zich meebrengt.  Eerst symbolisch geweld, later mogelijk fysiek geweld.  We moeten dus dringend afstappen van die dubbele standaard.  Waar wij wel moeten naar streven, is accommodatie.  Dat is de stelling van Sarah Bracke.  Een maatschappij moet zich aanpassen aan de wijzigende samenstelling van de bevolking.  Er is nog werk aan de winkel.
 
Ik kijk terug op de voorbije maand.  Ik besef dat wij nog een lange weg hebben af te leggen.  In de manier waarop wij naar ons land kijken.  In de manier waarop wij naar het gebeurde kijken.  In de manier waarop wij naar de andere kijken.  In de manier waarop wij over de andere communiceren.  Ik kijk terug op de voorbije maand.  Ik besef dat maatregelen genomen worden om burgers te sussen.  Enkel en alleen omwille van dat subjectieve veiligheidsgevoel.  Ik kijk terug op de voorbije maand.  Ik besef dat het debat eigenlijk anders moet gevoerd worden.  Of dat mogelijk is? Uit het antwoord op die vraag zal moeten blijken of wij werkelijk iets geleerd hebben uit de aanslagen.  Of wij die ramp kunnen ombuigen in ons voordeel.  Want indien dat niet zou lukken, mogen wij zelf erkennen dat België een failed state is.  Een staat, gefaald in het samenleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen