vrijdag 11 maart 2016

Uitgelezen: Hun beloofde land. Brief aan Ian Buruma.

Beste Ian,
 
Ik kon niet anders dan u een brief te schrijven.  Dat is wat ik dacht nadat ik uw nieuwste boek, Hun Beloofde Land, had gelezen.  Het wordt geen handgeschreven brief.  Geen brief in een enveloppe met daarop een postzegel.  Die brief zal u niet via de post bereiken.  U zal die brief dus niet vinden in uw brievenbus.  De romantiek van het traditionele briefschrijven heb ik verleerd.  Lijk ik gewist te hebben.  Om verschillende redenen verzaak ik aan het briefschrijven.  De belangrijkste reden is dat ik een kinderlijk, niet al te mooi handschrift heb.  Brieven vereisen sierlijkheid.  Dat heb ik niet.  Bovendien heb ik uw adres niet.  Ik kan de brief nergens heen sturen.  Zo ik het al zou doen, zou die brief terugkeren.  Met daarop in grote letters die ene melding: adres onbekend.  Enkel Sinterklaas heeft geen adres.  Voor die goedheilige man volstaat enkel de naam.  Enkel de naam doet de aan hem geadresseerde brieven aankomen op het juiste adres.  
 
Ik doe het anders.  Voor het schrijven van een brief neem ik plaats voor mijn computer.  Ga ik tokkelen op mijn klavier.  Alles netjes uitgelijnd.  De brief zal nog steeds enige sierlijkheid ontberen maar aan die andere vereiste, netheid, zal wel voldaan worden.  Met die gedachte troost ik mij.  Deze brief zal u ook op een andere manier bereiken.  Op een digitale manier.  Digitale adressen zijn gemakkelijker op te sporen.  Ik zou u dus kunnen bereiken.  Als ik u kan bereiken, zou mijn brief ook gelezen kunnen worden.  Dat zou de cirkel rond maken.  Schrijven, versturen, lezen.  Dan zou de volledige weg van de correspondentie afgelegd zijn.  Want zeg nu zelf, ongelezen brieven zouden zonde van de tijd zijn.  Toch?
 
Ken ik u? Neen, niet echt.  Maar dat is geen vereiste voor het schrijven van een brief.  Een persoonlijke band hoeft niet.  Toch bent u mij niet geheel onbekend.  In De Standaard lees ik wel eens een opiniestuk van uw hand.  Vóór ik op reis vertrok naar China las ik De Toekomst van China.  Dat was één van uw boeken.  Dat boek was een mooie voorbereiding.  Boeiend.  Leerrijk.  Toch wil ik het niet hebben over die opiniestukken.  Toch wil ik het niet hebben over dat ene boek.
 
Waar ik het wel over wil hebben, is uw nieuwste pennenvrucht.  Hun Beloofde Land.  Een boek over uw grootouders.  Gebaseerd op hun jarenlange correspondentie.  Over de schouders van uw grootouders lezen wij mee.  Wij lezen wat zij elkaar schrijven.  Hun verlangens.  Hun dromen.  Hun zorgen.  Hun angsten.  Die correspondentie begint kort voor de Eerste Wereldoorlog.  Het begin van hun romance.  Een romance, die enkel beperkt bleef tot brieven.  Verder ging het niet.  Alles bleef braafjes.  Het boek eindigt kort na de Tweede Wereldoorlog.  Dan stopt het boek.
 
Wij zien uw grootouders veranderen.  Van jonge ‘snotaapjes’, die naar elkaar hunkeren en verlangen, tot verantwoordelijke ouders, die de zorg om hun kinderen delen maar bovenal die grote en mooie liefde blijvend koesteren.  Uw grootvader zit aan het front.  In de Eerste Wereldoorlog vecht hij in Frankrijk.  In de Tweede Wereldoorlog is hij in India gestationeerd.  Die jarenlange scheiding veroorzaakt twijfel.  Bij beide partners.  Zal de liefde overeind blijven? Die twijfel wordt niet verborgen gehouden.  Die wordt geuit.  Door beide partners.  Maar die twijfel wordt ook gecounterd.  Door mooie en herhaalde liefdesbetuigingen.  Langs beide kanten.  Elk bevestigt zijn liefde voor de ander.  Afwezigheid verzwakt die liefde niet.  Integendeel, zij versterkt.  Het ontroert deze bekentenissen te mogen lezen.  
 
De kinderen zijn ook een steeds weerkerend thema.  De opvoeding en de zorg valt ten gevolge van de oorlog volledig op de schouders van uw grootmoeder.  Toch wordt uw grootvader vaak om raad gevraagd.  Per brief.  Die geeft hij ook.  Vaak neemt hij de zorg weg.  De twijfel.  Hij moedigt aan.  Hij bevestigt.  Ja, soms hakt hij knopen door.  Vanop afstand.  Per brief.  Wat ouders vaak mondeling met elkaar bespreken, zien wij nu schriftelijk bevestigd.  Noodgedwongen.  Omstandigheden dwingen hen daartoe.  Ouderschap kan een last zijn.  Dat lezen wij.  Herhaalde malen.
 
Toch zijn het niet enkel die persoonlijke ontboezemingen, die het boek zo aantrekkelijk maken.  De brieven laten ons zien hoe uw grootouders aankijken tegen de grote wereldgebeurtenissen.  Er zijn de twee wereldoorlogen.  Er is de deportatie van de Joden.  Wij hebben de aanwezigheid van de Britten in India.  Er is het begin van de koude oorlog.  De dreiging van het communisme.  Er is de onzekerheid over de herverkiezing van Churchill bij de parlementsverkiezingen, kort na de Tweede Wereldoorlog.  Over al die thema’s wordt geschreven.  Wordt nagedacht.  Worden vragen gesteld.  De brieven gaan dus veel ruimer.  Blijven niet beperkt tot enkel de persoonlijke liefde.  De wereld dringt binnen in die brieven.  De onzekere tijden weergalmen in die brieven.
 
Tot slot is er nog dat ene thema.  Het zoeken en vinden van een juiste positie in hun gastland.  In Groot-Brittannië.  Uw grootouders hadden Duitse roots.  Waren joods.  Die familiegeschiedenis heeft een invloed op uw grootouders.  Zij trachten Engelser te zijn dan de Engelsen.  Uit dankbaarheid.  Als wederdienst.  Op alle manieren trachten zij hun Engels-zijn uit te dragen.  Te bevestigen.  Ook die zoektocht is een rode draad in die ontelbare brieven.  Ook in die zoektocht is er een constante twijfel.  Twijfel over een juiste aanpak.  Over een juiste houding.  
 
Nu zou u kunnen denken dat ik in uw boek enkel kommer en kwel las.  Dat is niet zo.  In uw boek vind ik ook hoop.  Geluk.  Vooral in de jaren tussen beide oorlogen.  Dan gaat het goed met uw grootouders.  Zij trouwen.  Krijgen kinderen.  Zij gaan op reis.  Op vakantie.  Niet één keer.  Wel meerdere keren.  Naar Zwitserland.  Italië.  Frankrijk.  Duitsland.  Uw grootouders hebben het goed.  Zijn welgesteld.  De toekomst lacht hen toe.  Het lijkt wel alsof zij de donkere wolken, die zich boven Europa samenpakken, niet opmerken.  Zij wentelen zich in dat mondaine leventje.  Zo voelt het.  Alsof zij toch lijken te beseffen dat de tijden kunnen veranderen.  Dat die welstellende tijden heel snel kunnen omslaan.
 
Terwijl ik deze brief zit uit te tikken, luister ik naar Götterdämmerung van Wagner.  Daar hebt u mij toegebracht.  Of uw grootouders.  Want muziek is misschien nog de grootste constante in alle brieven.  Vele verwijzingen worden gemaakt naar componisten.  Naar composities.  Ik ben een leek.  Maar tevens ben ik nieuwsgierig.  Ik ben dus gaan zoeken.  Ik ben gaan grasduinen.  Zo ben ik tot de Siegfried-Idyll gekomen.  Het lievelingsstuk van uw grootouders.  Zo luister ik nu naar die opera van Wagner.  Ik had het nog niet eerder gedaan.  Nu wel.  Dankzij uw boek.  Dankzij uw grootouders.
 
Beste Ian, ik las uw boek.  Het was ontroerend mooi getuige te mogen zijn van een uitzonderlijke, warme intimiteit.  Het was een voorrecht twee mensen te mogen leren kennen, die overliepen van een unieke liefde voor elkaar.  U brengt uw grootouders voor heel even opnieuw tot leven.  Alsof zij zelf hun levensverhaal vertellen.  Want het zijn hun woorden, die wij lezen.  Met uw verduidelijkingen.  Met uw aanvullingen.  Uw boek is een passende en juiste lofzang.  U schreef voor uw grootouders een persoonlijke Siegfried-Idyll.
 
Ik wens u het allerbeste.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen