vrijdag 5 februari 2016

Pushback or no pushback? That is not the question. Brief aan een vluchteling.

Beste vluchteling,
 
Ik heet u van harte welkom.  Ik ontvang u met open armen.  U knippert met de ogen bij het lezen van voorgaande zinnen.  U fronst de wenkbrauwen.  U denkt te dromen.  Daarom knijpt u even in uw wangen.  Om het toch maar te verifiëren.  Maar u droomt niet.  Dit is echt.  Voorgaande zinnen werden wel degelijk geschreven.  Staan wel degelijk op papier.
 
Toch gelooft u het niet.  Vanuit Europa verwacht u geen dergelijk signaal.  Die hoop hebt u reeds lang laten varen.  Omdat de werkelijkheid u een heel ander verhaal vertelt.  Omdat u oog in oog hebt gestaan met het wrede gezicht van datzelfde Europa.
 
U hoopt op een veilige en legale manier bescherming te zoeken in Europa.  Die hoop wordt u ontnomen door een falend beleid.  Door een afwezig beleid.  U botst op overbevolkte en ongezonde kampen.  U botst op systematische gevangenneming.  U botst op pushbacks.  U botst op prikkeldraadversperringen.  U botst op een systeem dat u in de illegaliteit dwingt.  Dat u veroordeelt tot mensensmokkelaars.  U botst op elk mogelijk systeem om u toch maar buiten de grenzen te houden.
 
U wordt uitgemaakt.  Uitgescholden.  Gelukzoeker, zo wordt u genoemd.  U komt naar hier om te profiteren.  Om te genieten van onze sterk uitgebouwde sociale zekerheid.  Terrorist, zo wordt u ook genoemd.  Vooral na de bomaanslagen in Parijs wordt u dit verwijt vaak in uw aangezicht geslingerd.  Dit is geen toogpraat.  Dat zou u kunnen denken.  Het zou u misschien enigszins kunnen troosten indien deze woorden zouden uitgesproken worden door benevelde geesten.  Dat is het niet.  Ik moet u teleurstellen.  Die woorden worden uitgesproken in gemeentehuizen.  In stadhuizen.  Door bange burgervaders.  Die woorden worden uitgesproken in het parlementaire halfrond.  Door politici, die hopen electorale baat te hebben bij een dergelijk pleidooi.  Meer nog, die woorden worden uitgesproken door een eurocommissaris.  U botst op generalisaties.  U botst op een vervuiling van het debat.  Op een verharding van het debat.  Waarvan enkel u het slachtoffer bent.
 
Laat mij duidelijk zijn.  Ik onderschrijf die gratuite uitlatingen niet.  Ik ben eerder geneigd geloof te hechten aan cijfers van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.  Die cijfers zeggen dat in het vorige jaar acht op de tien migranten uit conflictgebieden kwamen of landen waar ernstige schendingen van de mensenrechten zijn.  Dat verhaal wens ik te geloven.  Omdat het gebaseerd is op onderzoek.  Niet op nattevingerwerk.  Ik geef u deze getallen mee.  Ter overweging.
 
U botst op die ene dooddoener.  Dat Europa die vluchtelingenstroom financieel niet zou kunnen dragen.  U knippert alweer met de ogen.  Net als ik.  Want net als u geloof ik die woorden niet.  Net als u denk ik dat dit een fabeltje is.  In België vertegenwoordigen de vluchtelingen een halve procent van de totale Belgische bevolking.  Indien er in de 28 landen van de Europese Unie een plafond zou komen van 250.000 vluchtelingen, zoals vooropgesteld in het plan Samson, zou dat aantal slechts 0,0005% betekenen op een totale bevolking van 580 miljoen inwoners.  Alweer geef ik u deze getallen mee.  Eveneens ter overweging.
 
Over die financiële draagkracht wil ik nog het volgende kwijt.  Ooit werden wij in Europa geconfronteerd met een bankencrisis.  Toen werd enorm veel overheidsgeld in het financiële systeem gepompt.  Nooit werden toen vragen gesteld over de financiële draagkracht.  Want die miljardeninjectie was nodig.  Broodnodig.  Om ons financiële systeem weg te houden van het failliet.  Zo werd ons telkenmale verteld.  Nu dreigt ook een failliet.  Een failliet, waarin u dreigt meegesleurd te worden.  Want in deze crisis dreigt de humanitaire en solidaire pijler van de Europese Unie weggeblazen te worden.  Waardoor u verweesd zou achterblijven.
 
U bent vluchteling.  Omdat u vreest vervolgd te worden omwille van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of omdat u tot een bepaalde sociale groep behoort.  Als ik dat lees, denk ik onmiddellijk aan de Conventie van Genève, neergeschreven door de Verenigde Naties.  U bent vluchteling.  Omdat in uw land een oorlog woedt.  Als ik dat lees, denk ik dadelijk aan de subsidiaire bescherming, uitgewerkt door de Europese Unie.
 
In de grootste humanitaire crisis sinds de Tweede Wereldoorlog gaan stemmen op om die internationale afspraken te herdenken.  Te heroverwegen.  Te herzien.  Omdat die crisis een te grote last zou leggen op de schouders van individuele landen.  U begrijpt het niet.  Net als ik bent u van oordeel dat net in die crisissen gemaakte afspraken dienen gehonoreerd te worden.  Dat net in crisissen die papieren verdragen hun waarde kunnen bewijzen.  Wij hoeven niet achteruit te deinzen.  Wij hoeven vooruit te stappen.  Met die ooit mooi neergeschreven woorden in de hand.
 
Vertrekkend vanuit die door alle landen ondertekende verdragen dient Europa zijn beleid te herdenken.  Op een ander spoor te zetten.  Want het spoor, waarop het beleid vandaag rijdt, loopt dood.  Loopt nergens heen.  Ik wil u een andere weg tonen.  Een alternatief, waarin Europa zijn sociale, combattieve gelaat niet aflegt maar net bevestigt.
 
Samen met u wil ik op de deur van de grote Europese leiders aankloppen.  Samen met u wil ik vragen op een solidaire manier vluchtelingen op te vangen in alle landen van de Unie.  Rekening houdende met een billijk spreidingsplan.  Zonder enig plafond.  Samen met u wil ik vragen om correcte en gelijke procedures voor de toekenning van de vluchtelingenstatus.  Samen met u wil ik vragen om steun aan de landen in de conflictregio’s en om de belofte een deel van hun zware last over te nemen via resettlement.  Samen met u zou ik tot slot willen vragen dat Europa uit één mond spreekt.  Eén taal spreekt.  Eén duidelijke taal.  Samen met u zou ik willen vragen dat Europa eindelijk zijn verantwoordelijkheid opneemt.  Want die verantwoordelijkheid ontloopt Europa nu.  Met drogredenen.  Met valse argumenten, die angst voeden en oplossingen op de lange baan schuiven.
 
Beste vluchteling, ooit hoop ik u recht in de ogen te kunnen kijken.  Want dat kan ik nu niet.  Schaamte weerhoudt mij hiervan.  Schaamte Europeaan te zijn.  Schaamte deelgenoot te zijn in dit Europese falen.
 
Beste vluchteling.  Ik wil u vragen te blijven hopen.  In Calais.  In Lampedusa.  In Lesbos.  Aan de grenzen van Hongarije.  Van Oostenrijk.  Van Slovenië.  Ik wil u vragen te blijven hopen.  Dat onze Europese leiders snel en eindelijk het licht zullen zien.  Dat zij eindelijk het geweer van schouder zullen veranderen.  Dat Europa u eindelijk welkom heet.  Zoals het eigenlijk zou moeten.  Dat alles hoop ik.  Samen met u.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen