woensdag 3 februari 2016

Mijn reisverhaal Myanmar. Dag 8: Nyaungshwe.

Vandaag wordt het een rustige dag.  Tot kort na de middag hebben we vrij.  Wij zouden in bed kunnen blijven.  Om wat slaap in te halen.  Om dat luie vakantiegevoel toch heel even te ervaren.  Om onze batterijen toch dat kleine beetje op te laden.  Toch gebeurt het niet.  Lang uitslapen is niet aan de orde.  Daarvoor zijn wij hier niet.  Wij willen ontdekken.  Dan moeten wij dat bed uit.  Maar wij blijven op onze kamer.  Zelfs vanuit de kamer kunnen wij het land exploreren.  De krant biedt daartoe voldoende mogelijkheden.  Bij een koffietje lees ik de Myanmar Times.
 
Ik lees over de mensenrechten.  Een heikel thema, zo blijkt.  In een recent VN-rapport worden tweehonderd eenentachtig aanbevelingen gedaan ter bevordering van de mensenrechten.  Een behoorlijke waslijst.  Van dat lijstje werden honderd tweeëntwintig aanbevelingen aangenomen door de huidige regering.  Hieronder zijn ondermeer de bevordering van vrede, ontwikkeling en democratie vervat.  Net zoals de strijd tegen mensenhandel en een stop op het rekruteren van kindsoldaten.  Niemand kan hierop iets tegen hebben.  Zij lijken dan ook omwille van hun algemeenheid gemakkelijk implementeerbaar.  Moeilijker wordt het als de maatregelen iets specifieker worden.  Tegenover die meer specifiekere maatregelen staat de huidige regering eerder weigerachtig.  De verbetering van de mensenrechten voor de minderheden laat op zich wachten.  Hiermee wordt getalmd.  De afschaffing van de doodstraf staat niet hoog op de agenda.  Een onbeperkte toegang voor VN-rapporteurs tot interneringskampen is voor deze regering niet prioritair.  De vrijlating van alle politieke gevangenen wordt op de lange baan geschoven.  De huidige regering blijft duidelijk in gebreke.  Wat zal er gebeuren als de nieuw verkozen regering wordt geïnstalleerd? Welke invloed zal dat hebben op de situatie van de mensenrechten? Die situatie van de mensenrechten kan de toetssteen worden van de nieuwe regering.  Hieraan kan de daadkracht van de nieuwe machthebbers afgemeten worden.  Met een Nobelpriijswinnaar voor de Vrede aan het hoofd van de winnende partij mogen wij hierin gunstige ontwikkelingen verwachten.
 
Vandaag gaan wij naar het ballonfestival.  Toen wij dat gisterenavond vertelden in het massagesalon gingen de ogen van onze toehoorders wijdopen.  In hun ogen konden wij angst lezen.  Hun enige commentaar beperkte zich tot het herhalen van dat ene woordje: dangerous.  In de Capitool reisgids las ik deze morgen dan weer dat het ballonfestival in Taunggyi de beroemdste en kleurrijkste viering in de deelstaat Shan is.  Maar tegelijk voegden zij er aan toe dat het ook wel de gevaarlijkste en dodelijkste viering is.  Ik dramatiseer hier niet.  Ik citeer letterlijk uit de reisgids.  Zullen wij dan toch maar thuisblijven? Omwille van het behoud van lijf en leden? Neen, wij gaan.  Wij zijn geen angsthazen.  Een kleine portie avontuur mag niet ontbreken op deze reis.  Wij kunnen enkel die ene gedachte in ons achterhoofd houden: een verwittigd man is er twee waard.  Wij zijn dan geen angsthazen, doldwaze waaghalzen zijn wij evenmin.
 
Het ballonfestival is opgedeeld in twee competities.  Een dag- en avondcompetitie.  Waarin schuilt het verschil? De ernst waarmee tegen de competitie aangekeken wordt.  De dagcompetitie lijkt te baden in amateurisme.  Ballonnen in de vorm van allerhande figuren worden dan omhoog gelaten.  Amusement lijkt de belangrijkste drijfveer.  ’s Avonds wordt alles anders.  Professioneler.  Weg is die nonchalante vrijblijvendheid.  Hier overheerst het wedstrijdelement.  Ploegen willen elkaar de loef afsteken.  Met het meest adembenemende ontwerp.  Met het meest indrukwekkende en luidruchtigste vuurwerk.  Het hoogste trapje op het ereschavot, dat is het streefdoel.
 
Wanneer wij op het festivalterrein arriveren, loopt de dagcompetitie op zijn einde.  Wij zijn nog net op tijd om enkele kippen en één enkele rat de lucht te zien ingaan.  Het wordt een perfecte illustratie van dat overheersende amateurisme bij de deelnemers aan de dagcompetitie.  Eén kip slaat te pletter tegen een stelling, van waarop camera’s het hele festival live registreren.  Een andere kip stort neer, net naast onze bus.  De rat kapseist en drijft vormloos verder.  De lucht in.  Een weinig overtuigend schouwspel.  Maar best wel amusant.
 
 
Tussen dag- en avondcompetitie hebben wij nog even tijd.  Wij gaan naar de kermis.  Die is er ook.  Op het festivalterrein.  Het zijn niet meteen de attracties zoals wij deze bij ons kennen.  Eerder valt het te vergelijken met een Vlaamse kermis.  Met pijltjes ballonnen kapot gooien.  Met ballen flessen whisky of limonade omvergooien.  Met een fietsband flessen trachten omver te rollen.  Met een bal doorheen een autoband trappen.  Op onze kermissen zouden al die kraampjes geen schijn van kans maken.  Te weinig flitsend.  Te ouderwets.  Maar al die kraampjes hebben net dat ene wat onze blitse attracties dan weer missen: kinderlijke charme.  Wij amuseren ons.  Door het zelf te doen.  Of door te kijken naar andere mensen, die het doen.  In eenvoud schuilt het grootste spelplezier.  Het is mooi dit hier te kunnen vaststellen.
 
 
Grootste publiekstrekker op deze kermis is het reuzenrad.  Niet zozeer de attractie op zich.  Wel de manier waarop deze wordt aangedreven.  Geen elektriciteit.  Geen dieselmotor.  Pure mankracht.  Die oerkracht zet het rad in beweging.  Enkele jonge mannen klauteren langs het ijzeren frame van het rad naar boven en laten zich dan langs datzelfde frame naar beneden vallen.  Dat slingeren van die jongenslichamen zet het rad in beweging.  Waaghalzerij, zo mag het genoemd worden.  Ik kijk naar dit spel.  Naar die cirque du soleil.  Het angstzweet staat in mijn handen.  Ik wil wegkijken.  Te zenuwslopend.  Wat als? Dat denk ik steeds.  Wat als een hand te vroeg wegglipt? Wat als één van die jongens een bakje van het rad tegen zijn hoofd krijgt? Het kan.  Het zijn mogelijke scenario’s.  Maar niet vandaag.  Niet als ik kijk.
 
 
 
Wij laten het festival even voor wat het is.  Wij glippen weg.  Om wat te eten.  Dat zouden wij ook op het festivalterrein kunnen doen.  Toch besluiten wij het niet te doen.  Het wordt niet veilig geacht.  Voor onze Europese magen.  Onze darmen zouden te zeer geprikkeld kunnen worden.  Dat willen wij vermijden.  Om hygiënische redenen wijken wij daarom uit.
 
Deze culinaire pauze grijpen wij aan om ook nog snel even een pagode te gaan zien in Taunggyi.  Zoals ik al zei, Myanmar is het land van de pagodes.  Wij gaan kijken naar de Sulamanipagode.  Deze zou geïnspireerd zijn op het ontwerp van de Anandatempel in Bagan.  Architecten stelen met de ogen.  Schoonheid noopt tot navolging.  Toch is er een verschil.  Een verschil in jaren.  Het voorbeeld heeft een langere geschiedenis.  Heeft heel wat jaren achter de kiezen.  Later op de reis zullen wij voor deze Anandatempel staan.  Nu staan wij voor de kopie.  De Sulamanipagode werd gebouwd in 1994.  Ter ere van het eeuwfeest van Taunggyi.  Wij lopen even snel rond de pagode.  Wij pikken snel een hapje mee.  Want wij willen terug.  Terug naar het ballonfestival.
 


 
’s Avonds keren wij dus terug.  Wij blijven aan de rand van het festivalterrein.  Uit veiligheidsoverwegingen.  Safety first, dat denken wij.
 
De deelnemende teams komen het terrein opgereden.  In een optocht.  Het publiek sijpelt ook binnen.  Vele families kijken toe vanuit de wagen.  Vanop het dak van de wagen.  Zij kijken toe vanop afstand.  Zelfs zij lijken het spelletje niet te vertrouwen.  Zij bewaren de nodige afstand.  Onbewust creëren zij een veiligheidsperimeter.  Ook wij staan aan de kant.  Bedeesd.  Niet wetende wat er precies komen gaat.  Een verwittigd man is er niet enkel twee waard.  Hij neemt ook een afwachtende houding aan.
 
Wij weten niet wat er komen gaat.  Wat wij wel vrij snel beseffen, is dat actie nog een tijdje zal uitblijven.  Wij besluiten niet te blijven staan.  Lijdzaam afwachten is niet onze stijl.  Wij gaan nog even rond op de kermis.  Op die rondgang passeren wij langs een podium.  Met op dat podium een DJ.  Hij draait plaatjes.  Wij blijven even hangen.  Even staan.  Gaan dan langs de toegangscontrole.  Naar het podium.  Dit is de Birmese versie van Tomorrowland.  Wij laten ons meedrijven op het sluimerende enthousiasme.  Wij raken in de juiste stemming.  Laten ons volledig gaan.  Vooral wanneer de DJ Like Mike & Dimitri Vegas door de boxen laat knallen, gaan wij uit de bol.  Nu is het hek helemaal van de dam.  Wij schakelen een versnelling hoger.
 
Wij springen in het oog.  Jawel, wij zijn anders.  Enkele Europeanen tussen enkel Aziaten, het valt op.  De DJ met zijn muziek wordt randanimatie.  Wij zelf zijn de topattractie.  Iedereen wendt zich naar ons.  Al snel worden wij omringd.  Omsingeld.  Door ons aangapende Birmezen.  Enkele onder hen stappen op ons af.  Schudden ons de hand.  Willen met ons op de foto.  Vragen ons ten dans.  Noemen ons niet één maar honderden keren ‘best friend’.  Zij willen met ons praten.  Vragen waar wij vandaan komen.  België, dat antwoord ik.  Volledig waarheidsgetrouw.  Er wordt geknikt maar weten zij België wel liggen.  Hun hoofden knikken bevestigend maar in hun ogen lees ik één groot vraagteken.  Er is evenwel geen tijd voor geografische duiding.  Er moet gedanst worden.  Er moet gefeest worden.  Want dat doen wij.  Samen met de Birmezen.  Muziek brengt mensen samen.  Dat wordt vaak beweerd.  Maar hier wordt het ook bewezen.
 
Tussen de plaatjes door kijken wij af en toe achterom.  Naar de plaats waar de heteluchtballonnen de lucht ingaan.  Naar de plaats vanwaar zij opstijgen.  Dat gebeurt.  Om de vijfenveertig minuten gaat er eentje omhoog.  Het is indrukwekkend.  Wij hoeven niet onder de ballon te staan.  Dat risico hoeven wij niet te nemen.  Dat gevaar, waarvoor zij ons veelvuldig hadden gewaarschuwd, hoeven wij niet te lopen.  Vanop afstand beseffen wij hoe indrukwekkend het schouwspel moet zijn.  Vanop afstand zien ook wij de pracht van die ballonnen.  Een pracht, die nog intenser wordt als het vuurwerk in de ballonnen ontstoken wordt.  Een waterval van vonken en vuur stort zich over de massa uit.  Wij zien het gebeuren.  De ballonnen stijgen en blijven stijgen.  Tot aan de maan.  Tot voorbij de maan.  Het vuurwerk lijkt nooit te stoppen.  Oneindig lang blijft het duren.  Dit moet inderdaad de kleurrijkste viering zijn.  Mijn reisgids heeft gelijk.
 

 
Terwijl ballonnen opgelaten worden, blijft de continentale verbroedering aan het muziekpodium doorgaan.  Europe meets Asia.  Tomorrowland wordt Rock Werchter.  DJ wordt ingeruild voor lokale bands.  Handen gaan de lucht in.  Gebalde vuisten.  Er wordt gesprongen.  Hoofden worden wild geschud.  Rock is in da house.  Het feestje gaat door.  Kan blijven doorgaan.  Maar we moeten weg.  Naar het hotel.  Morgen wordt een zware dag.  Wij nemen afscheid.  Van onze nieuwe vrienden.  Vrienden voor het leven? Neen, dat niet.  Vrienden voor heel even.  Maar het voelt aan alsof het voor het leven is.  Wij omhelzen.  Zeggen tot … Tot … Tot in een volgend leven.  Voor heel even wanen wij ons boeddhist.  

Mijn reisverhaal Myanmar.  Dag 9: Nyaungshwe – Pindaya.  Te lezen op dinsdag 9 februari.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen