maandag 4 januari 2016

Mijn reisverhaal Myanmar. Dag 1: Brussel - Abu Dhabi - Bangkok - Yangon.

De wekker gaat.  Ik schakel dat enerverende geluid af.  Ik doe het vriendelijk.  Zonder enige vijandigheid tegenover dat ding, dat ik in weekdagen zo vervloek.  Want dat ding doet altijd hetzelfde, het begin van de werkdag aankondigen.  U zou nu kunnen denken dat ik een hekel heb aan werken.  Dat is niet zo.  Toch kan ik mij aangenamere dingen inbeelden dan werken.  Zonder enige moeite kan ik dingen benoemen, die ik ver verkies boven het werken.  Lezen.  Luieren.  Sporten.  Feestjes.  Reizen.
 
Reizen.  Dat is de reden waarom ik mijn wekker gezet heb.  Om netjes op tijd te zijn.  Vliegtuigen wachten niet.  Kennen geen academisch kwartiertje.  Zij gaan de hoogte in op het vastgestelde uur.  Zonder enig uitstel.  Een tijdschema om dat vliegtuig te halen is dan een noodzaak.  Een ruim berekend tijdschema is handig.  Om mogelijke tegenslagen in te calculeren.  Om onnodige stress te vermijden.  Ik wil mij niet opjagen.  Ik wil mij niet haasten.  Reizen is net onthaasten.  Daarom moeten wij bij voorbaat alle dingen uitsluiten, die dat onthaastingsproces in de war kunnen sturen.  Om die dingen uit te sluiten, hebben wij een wekker nodig.  Hebben wij dat snerpende geluid nodig.  Voor één keer is de wekker mijn vriend.  Want ik ga op reis.
 
’s Morgens check ik nog snel even mijn mailbox.  Vluchtig lees ik iets over terroristische aanslagen.  In Parijs.  Op verschillende plaatsen.  Het bericht maakt gewag van vijfenveertig doden.  Een voorlopige balans.  Meer doden worden verwacht.  Ik sla mijn laptop dicht.  Dit wil ik niet.  Ik vertrek op reis.  Dan moet alles vredig zijn.  Dan moet alles rustig zijn.  Maar de grote wereld houdt blijkbaar geen rekening met mijn wensen.  Mijn verlangens.
 
Op weg naar de luchthaven luister ik naar het radionieuws.  De taxichauffeur heeft de radio ietsje luider gezet.  Omdat zij vermoedt dat wij de laatste updates nog willen meepikken.  De nieuwslezer zwijgt.  Het reclameblok spreekt.  Een derde wereldoorlog staat voor de deur.  Dat is de mening van de taxichauffeur.  Een mening waar ik niet om gevraagd heb.  Waar ik geen boodschap aan heb.  Van de derde wereldoorlog schakelt zij over op de vluchtelingencrisis.  Als angst regeert, is een helder debat uitgesloten.  Ik zwijg.  Ik knik.  
 
Ik ben blij op weg te zijn naar de luchthaven.  Blij Europa even achter mij te laten.  Blij afstand te kunnen nemen.  Niet gedwongen te worden een opinie te moeten vormen.  Te moeten hebben.  Ik zal mij niet door alle analyses moeten worstelen.  Ik zal niet moeten participeren in een massahysterie.  Ik zal mij niet moeten ergeren aan een debat, dat enkel in uitersten zal gevoerd worden.  Ik ga op reis.  Ik kan aan de kant gaan staan.  Alles laten voorbijrazen.  Ik ga op reis.  Weg van alle nieuwsberichten.  Ik ga op reis.
 
Ik stap het vliegtuig op.  Tijd voor enige studie.  Tijdens de vlucht verdiep ik mij in Myanmar.  De geschiedenis.  De cultuur.  De religie.  De politiek.  De economie.  Al die dingen wil ik weten.  Meer niet.  Ik zal geen prentjes kijken.  Zal niet opzoeken wat wij allemaal zullen bezoeken.  U zou hierin desinteresse kunnen lezen.  Dat is het niet.  Mijzelf beschermen, dat is wat ik doe.  Mijzelf beschermen tegen al te hoge verwachtingen.  Ik heb een sterke fantasie.  Die rijke fantasie kan prentjes tot dingen maken, die bijna niet realistisch zijn.  Kan prentjes tot dingen maken, die in werkelijkheid dan enkel kunnen tegenvallen.  Dat wil ik niet.  Daarom lees ik niks over de Gouden Rotspagode.  Over de U Beinbrug.  Over Bagan.  Geduldig wacht ik af.  Tot ik op die plaatsen ben.  Dan kan ik mij laten verrassen.  Dan kan ik mij laten overdonderen.  Pas dan mag mijn mond openvallen.  
 
Ik kijk niet enkel in mijn boeken.  Heel af en toe gaan Dominicus en Capitool aan de kant.  Dan durf ik al eens uit het raampje kijken.  Ik heb hoogtevrees.  Maar in een vliegtuig lijkt dat niet te spelen.  Van die fobie lijk ik geen last te hebben.  Onbezorgd loop ik door de gangen.  Onbevangen kijk ik door het raampje.  Zonder vrees.  Zonder angst.  Op grote hoogte in een vliegtuig voel ik mij superman.  Bevrijd van al mijn angsten.  Onoverwinnelijk, zo voel ik mij.  
 
Supermannend kijk ik door mijn raampje.  Ik stel mij vragen bij dat sprookje, dat mij werd verteld.  In mijn jeugdjaren.  Zij vertelden mij dat België dat ene lichtpuntje was.  Vanuit de ruimte kon het felverlichte België waargenomen worden.  Ik geloofde het.  Want in België was het nooit donker.  Toch niet op de plaatsen waar ik kwam.  België baadde in een felle gloed.  Zou het nu nog zo zijn? Ik twijfel.  Want wij vliegen boven Abu Dhabi.  Ik kijk en zie enkel licht.  België moet zijn leiderspositie in lichtgevendheid verloren zijn.  Vooral met die zwarte autosnelwegen.  Waar alle licht gedoofd werd.  Omwille van broodnodige besparingen.  De vinger moest op de knip.  En dus werden de lichten gedoofd.  In de ruimte verdween België.  Abu Dhabi treedt in de plaats.  Wordt dat ene lichtpuntje.  Hier heerst geen crisis.  Hier regeert weelde.  Overvloed.  Toch zo lang de olie blijft stromen.  Maar wat daarna? Die vraag komt bij mij op als ik die lichtjes zie.  Niet de lichtjes van de Schelde.  Wel die van Abu Dhabi.  Wat zal er gebeuren als de oliebronnen opdrogen? Hebben de lokale machthebbers al alternatieve scenario’s uitgedacht? Of overheerst hier ook het kortetermijndenken? Wij reizen om te leren.  Om antwoorden te vinden.  Soms om vragen te stellen.  Zonder noodzakelijk een antwoord te hebben.  Of te krijgen.
 
Door het raampje kijken.  In reisgidsen bladeren en kennis vergaren.  Is dat het enige wat wij kunnen doen? Het enige om de tijd te verdrijven? Neen, ik denk het niet.  Muziek kan ook een uitweg bieden.  Dat kan muziek altijd.  Op elk moment.  Op elke plaats.  Ook op het vliegtuig.  Ik heb besloten mij even te verdiepen in het werk van Johnny Cash.  At Folsom Prison.  Dat livealbum heb ik aangeklikt.  Ik luister en besef dat ik deze man te laat ontdekt heb.  Pas bij zijn dood.  Soms moeten mensen doodgaan om zich bewust te worden van iemands meesterschap.  Johnny Cash is een meester.  Een groot meester.  Dat besef ik nu alweer.  Hoog in de lucht.  Johnny zit in mijn oren.  In mijn hoofd.  Ik geniet.
 
Genieten.  Dat is wat ik hoop te doen in Myanmar.  Drie weken lang.  Ik kijk er al naar uit.  Maar voorlopig blijven wij nog heel eventjes in de lucht.
 
Mijn reisverhaal Myanmar.  Dag 2: Yangon.  Te lezen op donderdag 7 januari.

Yangon.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen