donderdag 10 december 2015

Mooie liedjes: Alex Roeka. De Hollandse Dylan? Brief aan Alex Roeka.

Beste Alex,
 
Mijn excuses, dat ben ik u verschuldigd.  Zonder verontschuldigingen kan ik niet verder met deze brief.  Omdat het niet juist zou aanvoelen.  Enkel als de dingen juist zitten en/of vallen, kan ik verder.  Bij deze bied ik u mijn oprechte en welgemeende excuses aan.
 
Excuses? Verontschuldigingen? Waarvoor? Waarom? Ik zal het u vertellen.  Met plezier.  Met graagte.  Maar eerst moeten wij even teruggaan in de tijd.  U studeerde psychologie.  Dat bleek niet uw roeping te zijn.  Die roeping lag elders.  Op zee.  De zee riep u.  U gehoorzaamde.  U liet uw job als psycholoog staan.  U trok de wijde wereld in.  U dacht gehoor te geven aan uw roeping.  Maar het is wat met die roepingen.  Zij lijken niet altijd duidelijk te zijn.  Soms komt men pas via een bochtig parcours tot het juiste.  Via zijwegen kan men eindelijk op het juiste pad terecht komen.  Dat was ook zo bij u.  Uw omzwervingen brachten u tot het muzikantenbestaan.  U was aangekomen.  U was gearriveerd.  Verder zoeken was niet meer nodig.
 
Bijna twintig jaar nu leeft u het leven van muzikant.  In 1996 verscheen uw debuutplaat Zee van Onrust.  Tot vandaag bracht u negen albums uit.  Welnu, in die lange carrière ligt de verklaring voor mijn excuses.  Daarin kan u de reden vinden voor mijn verontschuldigingen.  Tegen vrienden durf ik wel eens te beweren dat ik nauwgezet opvolg wat er in het muziekwereldje gebeurt.  Ik tracht kort op de bal te spelen.  Wat nieuw is, probeer ik tijdig op te pikken.  Niet om mij een hippe vogel te voelen.  Niet om mij een hippe vogel te noemen.  Wel om te weten hoe de muziek evolueert.  Want net dat is het leuke aan muziek.  Zien, voelen en horen hoe muziek zichzelf telkens weer heruitvindt.
 
Maar soms schiet ik te kort.  Soms ontglippen mij dingen.  Neen, niet alle dingen passeren mij.  Ik ben niet almachtig.  Ik ben niet alwetend.  Die almachtige alwetendheid is het voorrecht van goden en goddelijkheden.  Die pretentie heb ik niet.  Wel kan het gebeuren dat ik mij god voel.  In het diepst van mijn gedachten.  Slechts heel kort.  Slechts heel uitzonderlijk.  Als ik diep ontroerd ben.  Als ik intens gelukkig ben.  Dan kan dat gevoel heel even de kop opsteken.  Maar ik dwaal af.  Laat mij terugkeren.  Ik zei dus dat dingen mij passeren.  Zo ging Alex Roeka aan mij voorbij.  Ik pikte u niet op.  Bijna twintig jaar lang bleef u mij onbekend.
 
Toch is er dat ene moment.  Dat ene moment dat u uit de schaduw treedt.  Dat u aan mij verschijnt.  Jawel, het bestaat.  Toch in de muziek.  In de muziek bestaat gerechtigheid.  In die wereld komt wat goed is toch altijd naar boven.  Ook al moet het twintig jaar duren.
 
Deze week las ik de krant.  De Standaard.  Ik las de recensie van uw laatste album Voort.  Vier sterren kreeg u.  Toch was het niet dat wat mijn aandacht trok.  Het waren drie woorden boven de recensie, die mij vroegen verder te lezen.  Een Hollandse Dylan, dat stond boven die recensie.  Zo werd u genoemd.  Een sterk compliment, dat is het minste wat kan gezegd worden.  Gelijkgesteld worden met een toekomstige Nobelprijswinnaar Literatuur, dat is niet min.  
 
Ik ging het internet op.  Op onderzoek.  Want ik wou verifiëren.  Ik wou weten.  Het was geen moeilijke expeditie.  Dat is het nooit op internet.  Iedereen laat zijn sporen na.  Bewust of onbewust.  U doet het meermaals.  Vele sporen liet u na.  Die heb ik gevolgd.
 
Ik kwam uit bij een stem.  Een heerlijke stem.  Een unieke stem.  Rauw, hees, teder.  Dat zijn niet mijn woorden.  Dat zijn de woorden van een grootmeester.  Van Thé Lau.  Ik gebruik ze graag.  Omdat zij van toepassing zijn op u.  Op uw stem.  Ik kwam uit op liedjesteksten.  Uit het leven gegrepen.  Authentieke vertelkunst.  Alweer zijn deze woorden niet van mij.  Toch gebruik ik ze.  Ik pik die woorden.  Want in die woorden schuilt waarheid.  Dan mogen die woorden herhaald worden.  Meer nog, dan moeten die woorden herhaald worden.
 
Deze week heb ik een ontdekking gedaan.  Na bijna twintig jaar.  Maar het is nooit te laat.  Het is nooit te laat om muzikale schoonheid te ontdekken.  Te omarmen.  Te koesteren.  Dat is wat ik met uw muziek zal doen.  Voor de volgende twintig jaar.  En de vele jaren daarna.
 
Beste Alex, ik wens u het beste.  Heel misschien zien wij elkaar in Gent, dé muziekstad.  Dat mag ik hopen.  Want dat durf ik u nu al te zeggen.  Als u naar Gent komt, zal ik er ook zijn.  Vooraan.  Op de eerste rij.  Om zo mijn fout te herstellen.  Maar bovenal om te genieten.  Volop te genieten.  Van kop tot teen.  Van teen tot kop.

Tot binnenkort.

Met vriendelijke groeten.



 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen