dinsdag 3 november 2015

De Rockshow, gehoord op Radio 2. Brief aan Albrecht Wauters.

Beste Albrecht,
 
Zaterdagavond.  Ik had nog een aantal karweitjes te doen in huis.  Dan heb ik graag muziek.  Muziek verzacht niet alleen de zeden.  Het verzacht ook de arbeid.  Het leidt af van het soms repetitieve karakter van huiselijke arbeid.  Het doet soms vergeten dat op een zaterdagavond toch nog moet gewerkt worden.  Kort gezegd, muziek biedt troost.  
 
Zaterdagavond is geen evidente avond.  Geen gemakkelijke avond.  Toch niet op muzikaal gebied.  Want God schiep de zaterdagavond om een stapje in de wereld te zetten.  Om het huis uit te gaan.  Thuisblijven lijkt bijna geen optie.  Als een doodzonde wordt het ervaren.  De radiostations lijken hierover hetzelfde te denken.  In hun muziekkeuze overheersen de beats.  Die beats moeten de jeugd uit hun huizen blazen.  De straat op.  Op weg naar vertier.  Voor thuisblijvers betekenen die beats een martelgang.  Ook voor mij.  Ik ben geen liefhebber van al die ‘boenke, boenke, boenke’.  Toch niet op rustige avonden.  Toch niet op avonden waarop moet gearbeid worden.  Dan moet mijn hoofd helder blijven.  Alert, dat is wat ik moet zijn.  Let op, u hoeft niet te denken dat ik een ouwe zeur ben.  Dat ben ik geenszins niet.  Beats kan ik wel appreciëren.  Op het juiste moment.  Op wildere, intensere momenten.  Maar de voorbije zaterdagavond mocht het ietwat rustiger.
 
Ik zette de radio aan.  Deze stond nog afgestemd op Radio 2.  Dat hoeft niet te verbazen.  Elke zaterdagmorgen luisteren wij trouw naar De Zoete Inval.  Na De Zoete Inval waren wij de wereld ingestapt.  Boodschappen doen.  Een mens moet de nodige proviand inslaan.  Voor het weekend.  Voor de komende werkweek.  Proviand is nodig om het energiepeil op punt te houden.  Daar kunnen wij niet om heen.  Die dingen moeten gebeuren.  U zou die dingen de minder prettige dingen van het leven kunnen noemen.  Maar dat doe ik niet.  Zelfs in het doen van boodschappen kan ik voldoende plezier puren.  Ik ben een vreemd man.  Dat zou wel eens kunnen.
 
Zaterdagavond kwam ik thuis.  Na de boodschappen.  Ik schakelde de radio aan.  Nog net op tijd om een nummer uit het nieuwe album van Trixie Whitley te horen.  Wat een stem.  Wat een nummer.  Niet enkel ik denk er zo over.  Meerdere mensen lijken hetzelfde te denken over deze artieste.  Want zij staat met haar album op de eerste plaats in de Ultratop Album 50.  Die plaats krijg je niet zomaar in de schoot geworpen.  Dat moet je verdienen.  Trixie verdient dat.
 
Met die nummer één was ook het programma gedaan.  Dat is eigen aan een dergelijk programma.  Bij een muzikale top wordt bovenaan begonnen.  Van de hoogste naar de eerste plaats.  Na die eerste plaats is het voorbij.  Welk programma zou er volgen? Ik hield mijn hart vast.  U weet het, het was zaterdagavond.  Snel raadpleegde ik mijn TV-gids.  De Rockshow.  Dat volgde na de Ultratop Album 50.  Mijn interesse was gewekt.  Toch stond ik in dubio.  Rock op Radio 2? Zou dat sporen met mijn muzikale smaak? Nieuwsgierigheid deed mij niet weg zappen.  Want ik wilde weten wat zou volgen.
 
U begon goed.  Met Echo and the Bunnymen.  U eindigde goed.  Met Patti Smith.  Van Bring on the dancing horses naar People have the power.  Een beter begin en einde kon ik mij nauwelijks indenken.  Als muzikale alfa en omega kon dit tellen.  Ik luisterde naar Ian McCulloch, de frontman van the Bunnymen.  Meteen wist ik dat ik goed zat.  Ik bleef luisteren.  De zaterdagse arbeid ging vlotjes.  Op een door u heerlijk samengestelde soundtrack.  The Cure, The Pixies, REM, The Smiths, The Scene, Elbow, U2, Tame Impala, … Twee uur lang toverde u een brede glimlach op mijn gezicht.  Dit was een feest.  Een muzikaal feest.  En ik hoefde er geeneens de deur voor uit.  Al die artiesten kwamen op uw uitnodiging bij mij langs.  Om een nummertje te spelen.  Zij speelden.  Ik luisterde.
 
De Rockshow.  Zaterdagavond hoorde ik uw programma voor de eerste keer.  U moet mij verontschuldigen.  Ik mijd u niet bewust.  U hoeft het niet persoonlijk te nemen.  Maar zaterdagavond plan ik nogal eens dingen.  Leuke dingen.  Met vrienden.  Ik durf mij niet te omschrijven als een huismus.  Dat ben ik niet.  Ik trek er op uit.  Ik wil zien.  Ik wil horen.  Ik wil ontdekken.  Ik wil ontmoeten.  Nog altijd.  Die ‘drive’ heb ik nog steeds.  Maar voorbije zaterdag was één van die zeldzame avonden.  Eén van die zeldzame avonden, dat ik besloot thuis te blijven.  Maar ik heb niet getreurd.  Nooit had ik het gevoel iets te missen in die grote wereld buiten.  Daar zorgde u voor.
 
U vulde op een wonderlijke, fantastische manier mijn huiselijke zaterdag op.  Ik heb u gevonden.  Ik heb uw programma gevonden.  U staat genoteerd.  Vanaf nu weet ik waarheen.  Naar dat muzikale feestje.  Ik ga naar u.  Ik kom bij u.  Twee uurtjes lang.  Jawel, vanaf nu weet ik dat een huiselijke zaterdagavond helemaal niet erg hoeft te zijn.  Dat een dergelijke avond meer dan gezellig kan zijn.  Wij hebben geen drank.  Wij hebben geen drugs.  Wel hebben wij muziek.  Die wetenschap stemt mij gelukkig.
 
Beste Albrecht, u bezorgde mij een fijne avond.  Waarvoor dank.  En oh ja, heel waarschijnlijk tot een volgende keer.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Clip:


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen