dinsdag 13 oktober 2015

Gezien in de Lotto Arena: Stan Van Samang.

Beste Stan,
 
Alvorens ik begin aan mijn eigenlijke brief wil ik mij verontschuldigen.  Tegenover u.  Ik wil mij excuseren.  Ik ben niet vertrouwd met uw werk.  Let wel, u bent mij niet onbekend.  Ik weet wie u bent.  Ik ben niet wereldvreemd.  Ook weet ik dat u vele radiohits scoorde.  Ik schreef het reeds, ik ben niet wereldvreemd.  Maar die zeer beperkte kennis maakt mij nog niet tot fan.  Dat wil ik bekennen tegenover u.  Om de lucht uit te klaren.  Om alle misverstanden te vermijden.  
 
Ik heb lang getwijfeld of ik naar één van uw concerten zou gaan.  Ik kon naar Antwerpen.  Ik kon naar Gent.  Ik ben mobiel.  Afstanden overbrug ik vlot.  Het was nochtans niet de afstand, die mij weerhield een ticket te kopen.  Eerder was het de onwennigheid.  Daarom twijfelde ik.  Zou ik gaan? Of zou ik toch thuisblijven? Ik bleef thuis.  Ik kocht geen kaartje.  Wij zouden elkaar niet zien.  Toch niet op één van uw concerten.
 
Maar dan kwam er die unieke kans.  An offer you can’t refuse, zo wordt het ook wel eens gezegd.  Mobistar gaf een feestje voor zijn klanten.  U was de gastheer.  U zou nog een extra concert geven in de Lotto Arena.  Deze keer geen enkele twijfel bij mij.  Ik moest gaan.  Het voelde alsof de god van de muziek mij de kans gaf mijn oorspronkelijke fout te herstellen.  De fout geen kaartje gekocht te hebben.  De god van de muziek greep in.  Want ik moest gaan.  Dat wilde hij.  Of zij.  Het geslacht van God is mij onbekend.  Van deze discussie wil ik mij ver weg houden.  In elk geval, hij/zij riep mij.  Ik luisterde en ging.
 
Gisteren zat ik de in zaal.  Aan het podium.  Bijna op het podium.  Zo dicht dat ik in uw ogen die fonkeling zag.  Die tinteling.  Van fierheid.  Van blijheid.  Maar bovenal van gedrevenheid.  Want dat was u.  Gedreven.  U wilde er een feestje van maken.  Ondanks uw niet aflatende inzet, bleef ik in het begin een beetje afzijdig.  Ik bleef aan de kant.  Stortte mij niet in het feestgedruis.  Nog niet.  Ik keek rondom mij.  Ik zag fans uit hun dak gaan.  Liedjes brulden zij mee.  Van begin tot eind.  Van alfa tot omega.  Ik zag u de tribunes op- en afstormen.  Niet één keer.  Wel twee keer.  Intussen maakte u fans blij.  Met een handdruk.  Met een selfie.  
 
Ik keek om mij heen en lachte.  Want ik keek naar een feestje.  Met u als de voorganger.  Bestaat er iets leukers? Jawel.  Zelf deelnemen aan het feestje.  Dat is veel leuker dan enkel kijken.  Mijn aanvankelijke passiviteit brokkelde af.  Ik ontdooide.  Dat gebeurde niet plots.  Dat ging geleidelijk.  Door uw volgehouden sloopwerk.  Stapje voor stapje bracht u mij dichter bij de dansvloer.  Tot op dat ene moment.  Dat ene moment, dat alles kantelde.  Waarop ik mij volledig overgaf.  Ik liet alle remmen los.  Chasing cars gaf mij dat laatste zetje.  Dat laatste zetje over die drempel heen.  De drempel, die mij toegang gaf tot het feestgedruis.
 
Na de finale ging ik opnieuw zitten.  Om even terug te blikken op het voorbije concert.  Want dat is wat een mens moet doen, terugblikken.  Niet constant.  Wel regelmatig.  Om zo te zien wat er geweest is en de koers voor de toekomst uit te zetten.  Maar ik wijk af.  Terug naar uw concert.  U had mij overtuigd.  Ik was geen fan.  Daardoor niet vooringenomen.  Ik was kritisch.  Klaar om u neer te sabelen.  Maar u veegde mijn vermogen tot kritiek weg.  U maakte mij enthousiast.  Enkel lovende woorden, dat is wat ik voor u had.  En heb.
 
U bent een geboren entertainer.  Het podium is uw natuurlijke habitat.  Dat podium gebruikt u.  Volledig.  Dat podium is voor u geen natuurlijke barrière tussen publiek en artiest.  Geen grenzen voor u.  Indien die er wel zouden zijn, overbrugt u die.  Met alle gemak.  Gezwind.  U maakt de arena tot uw podium.  Elk hoekje.  Elke trap.  Elke tegel.  U loopt.  Van voor naar achter.  Van links naar rechts.  Van boven naar beneden.  U werkt.  U zwoegt en zweet.  Hard labeur met dat ene doel voor ogen: een fantastisch geslaagde avond voor u en het publiek.  Of neen, voor het publiek en u.  In die volgorde.  
 
U bent gezegend.  U hebt een prachtstem.  Altijd toonvast.  Nooit gaat u uit de bocht.  U hebt een prachtstem.  Een stem, die ontroert op de stille, meer ingetogen momenten.  Een stem, die opzweept op de luide, meer ruwere momenten.  Maar het is niet enkel uw stem.  Meerdere elementen bepalen uw succes.  Er zijn de muzikanten.  Er zijn de backings.  Er is die heerlijk uitgewerkte en perfect uitgebalanceerde lichtshow.  Er is … Er is … Er is …
 
Ik was geen fan.  Dat vertelde ik u al bij het begin.  Maar u wist mij te overtuigen.  Van uw gedrevenheid.  Van uw professionaliteit.  Van uw vakmanschap.  U bezorgde mij een heerlijke, muzikale avond.  Om het met uw woorden te zeggen: lucky me.
 
Beste Stan, van harte bedankt.
 
Met vriendelijke groeten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen