dinsdag 6 oktober 2015

Buffalo forever. Het kan. Het kan altijd nog. Brief aan de Buffalo's.

Beste Buffalo’s,
 
Het voorbije weekend mocht ik iets vreemds ervaren.  Ik ben een gewone jongen.  Vreemde dingen maak ik weinig of zelden mee.  U kan dan ook begrijpen dat ik mij het voorbije weekend behoorlijk onwennig voelde.  Ik voelde mij op mijn ongemak.  Het voorbije weekend was ik niet in mijn gewone doen.
 
Laat mij wel wezen.  Dat vreemde beperkte zich enkel tot de zondag.  Een mens moet niet overdrijven.  Dat gebeurt al te vaak.  Ik wil mij hieraan niet bezondigen.  Ik hou mij aan de feiten.  In de hoop op die manier mijn geloofwaardigheid intact te houden.  Want die is heilig voor mij.
 
Wat was er dan die voorbije zondag? Welke gebeurtenis kon de voorbije zondag een dergelijke impact op mij hebben dat ik mij gedesoriënteerd voelde? Dat het leek alsof ik de weg kwijt was.  Ik wil u niet langer in het ongewisse laten.  Ik zal het u vertellen.  Want net als de bezorgdheid om mijn geloofwaardigheid, ben ik tevens bezorgd de lezer bij de les te houden.  Ik wil de aandacht van die lezer niet verlezen.  Die wil ik vasthouden.  Om dat te doen moet ik overgaan tot de kern van de zaak.  Moet ik onthullen wat de reden was voor mijn onwennigheid.
 
Zondag kwam ik mijn huis uit.  Het was een stralend weertje.  Dan wil een mens al eens buitenkomen.  Ik was niet alleen.  Op straat waren vele mensen.  Mensen met blauwwitte sjaals.  Met blauwwitte voetbalshirts.  Vele Buffalo’s waren op weg naar Ghelamco.  Ik woon in de buurt van de Arena.  Het gebeurt dus wel vaker dat ik een dergelijke volksverhuizing mag aanschouwen.  Maar nu was het anders.  In tegenstelling tot die Buffalo’s in hun battledress was ik onvoorbereid.  Ik wist niet wie de tegenstander was van de ploeg van mijn stad.  Ik had de krant niet gelezen.  Ik had het nieuws niet gezien.  Ik wist het niet.  Ik was totaal onwetend.  Die onwetendheid maakte mij onwennig.
 
Ik had gefaald.  Na de kampioenstitel had ik mijzelf een belofte gedaan.  Ik had die belofte niet luidop uitgesproken.  Ik had geen dure eden gezworen.  Wel had die ene belofte zich uitgekristalliseerd in mijn hoofd.  Die stille belofte zou ik trouw blijven.  Ik zou de ploeg van mijn stad nauwer opvolgen.  Met meer interesse.  Met meer betrokkenheid.  Niet langer zou ik afzijdig blijven.  Neen, voortaan zou ik partij kiezen.  Blauw en wit, dat zouden voortaan mijn kleuren zijn.  
 
Sommigen zouden durven opperen dat ik mij liet meedrijven op de golven van succes.  Dat zou een indruk kunnen zijn.  Toch durf ik beweren dat het een verkeerde indruk is.  De kampioenstitel van KAA Gent had mij wakker geschud.  Die titel had mijn liefde voor het voetbal, dat ik meende verloren te hebben, gereanimeerd.  Het lieflijke voetbalmonster, dat diep in mij schuilde, was wakker geschud.
 
Ik zag wat voetbal kon doen met een stad.  Een enthousiast en succesvol team maakte iedereen voetbalgek.  Niemand in Gent bleef ongevoelig voor het succes.  Het voetballende succes verbond mensen.  Voetbal bleek dan toch een feest te kunnen zijn.  Ik bleek niet immuun te zijn voor die voetbalgekte.  Ook ik werd aangestoken.  Die gekte raast nu nog door mijn lichaam.  Die gekte heeft mij veranderd.
 
Voortaan wou ik meer betrokken zijn.  Meer betrokken bij mijn stad.  Een zeker engagement tegenover de ploeg van mijn stad maakte hiervan deel uit.  Dus, neen, ik was geen opportunist.  Ik was geen tijdelijke meeloper.  Ik was een bekeerling.  Net als Paulus op weg naar Damascus had ik plots het Licht gezien.  Jaren terug had ik afgehaakt.  Ik had het geloof in voetbal verloren.  Het interesseerde mij niet meer.  Ik leek ongevoelig voor dat spelletje.  Dat spelletje, dat over de hele wereld miljoenen mensen in zijn ban houdt, deed mij niks meer.  Totdat KAA Gent mij wakker schudde.  Nu nam ik opnieuw de draad op.  Ik haakte mijn wagonnetje opnieuw aan.
 
Elk weekend lees ik trouw de voorbeschouwingen.  Op internet volg ik het wedstrijdverloop.  Ik spring een gat in de lucht bij winst.  Een winnaarsvuist gaat de lucht in.  Bij een draw durf ik al eens te vloeken.  Een luide vloek als vertaling van mijn onbegrip.  In zak en as zit ik bij verlies.  Verlies raakt mij.  Ik wil winnen.  Enkel winnen.
 
KAA Gent heeft een invloed op mijn emoties.  Een tijdelijke invloed, laat ons hierover duidelijk zijn.  Voetbal houdt mij nog niet volledig in zijn greep.  Het heeft mij nog niet in een houdgreep.  Toch bepaalt het mijn handelen.  Onbewust.  Waar ik vroeger ver weg bleef van liveverslagen schakel ik nu de televisie aan.  Op dagen dat KAA Gent Europees speelt.  Ik zet mij in de zetel om een volledige wedstrijd uit te kijken.  Het verveelt mij niet.  Integendeel.  Ik voel mij betrokken.  Ik roep.  Ik schreeuw.  Ik stamp.  Schop met mijn voeten.  Alsof ik vanuit mijn zetel enige invloed kan uitoefenen op die bal.  Negentig minuten lang zit ik te schuifelen in mijn zetel.  Van voor naar achter.  Van links naar rechts.
 
Voetbalsupporter? Nooit had ik gedacht dit ooit nog te worden.  Dit ooit nog te zijn.  Maar het kan verkeren.  Vandaag durf ik mij opnieuw voetbalsupporter te noemen.  Supporter van KAA Gent.  Vandaag ben ik een Buffalo.  Voor de volgende jaren blijf ik een Buffalo.  Dat zal niet meer veranderen.  Nooit meer.  Zoals in een huwelijk.  In voor- en tegenspoed zullen wij samenblijven.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen