vrijdag 2 oktober 2015

Bevergem? Ik ben fan. Brief aan Freddy De Vadder.

Beste Freddy,
 
Ik ben van Gent.  Geen haar op mijn hoofd dat er aan zou denken uit te wijken naar Bevergem.  Neen, ik woon in Gent.  Ik blijf in Gent.  Niks kan daar iets aan veranderen.  Als het op Gent aankomt, ben ik honkvast.  Niet te verplanten.  U doet het wel.  U vertrekt.  Van Gent naar Bevergem.  Hoe dat kan? U bent een fictief personage.  In fictie kan alles.  Mag alles.  Verhuizen van Gent naar Bevergem wordt dan plots een mogelijkheid.  Wat uw motieven zijn, moet duidelijk worden in de volgende zeven afleveringen.  Die motieven voor uw vlucht worden de onderbouw van de serie.  Het fundament waarop al de rest zal gebouwd worden.  
 
Fundamenten moeten stevig zijn.  In de pers las ik dat die fundamenten wel eens de zwakke plek zouden kunnen zijn.  Het verhaal zou rammelen.  Dat wordt beweerd.  Laat mij duidelijk zijn, ik onderschrijf die al te vlugge kritiek niet.  Gisteren zag ik de eerste aflevering.  Ik hoorde het niet rammelen.  Op geen enkel moment.  In die eerste aflevering gebeurde wat in een eerste aflevering moet gebeuren.  Er wordt geschetst.  Aan de kijker wordt getoond in welke wereld hij de volgende afleveringen zal rondwandelen.  Er wordt hem of haar getoond wie zijn reisgezellen op die wandeling zullen zijn.  Dat is nodig.  Een kijker moet zich thuis voelen.  Moet zich welkom voelen.  Om dat te bereiken, is het goed dat kijker en spelers aan elkaar worden voorgesteld.  Om het ijs te breken.  Eens dat voorbij kan het echte werk beginnen.
 
Een voorstelling kan snel afgehaspeld worden.  Als een verplicht nummertje.  Dat kan al eens gebeuren.  Maar niet hier.  Niet in Bevergem.  Hier wordt gekozen voor klasse.  Een stijlvolle voorstelling van zaken.  Wij hebben dus niet het gevoel verloren te lopen.  Wij worden bij de hand genomen.  Aan de hand van de gidsende regisseur lopen wij doorheen het fictieve dorp.  Leren wij de bewoners kennen.  Niet allemaal.  Wel de belangrijkste.  De hoofdrolspelers.  Zo is het altijd in een dorp.  Wij hebben de protagonisten.  Wij hebben de randanimatie.  Aan de randanimatie gaan wij snel voorbij.  Bij de hoofdrolspelers blijven wij hangen.  Aan hen koppelen wij ons wagonnetje.  Omdat zij het verhaal kunnen vertellen.  Het verhaal van hun dorp.  Van de verborgen allianties.  Van de gefluisterde roddels en geruchten.  Van de onder de oppervlakte sluimerende geheimen.
 
Ik heb die hoofdrolspelers gezien.  Hun namen ken ik nog niet.  Dat moet nog komen.  Dat zal nog komen.  Bij onze volgende ontmoetingen.  Ondanks die voorlopige onwennigheid met de namen, zag ik in die hoofdrolspelers de kleine kantjes op een bijzonder knappe wijze uitvergroot worden.  Waardoor zij oh zo herkenbaar werden.  Aan elk personage kan ik wel iemand linken uit mijn leventje.  Iemand die ik in mijn nog jonge leventje ontmoette.  Die herkenning kan best wel confronterend zijn.  Jawel, ik kijk naar ons Vlaanderen.  Ons kleine Vlaanderen, dat zijn kleine kantjes in het gezicht gesmeten krijgt.  Ik kijk en denk dat het wel goed is dat het arrogante ‘wat we zelf doen, doen we beter’ Vlaanderen eens serieus op zijn bek gaat.  Ook al is het slechts in een televisieserie.  Het doet deugd.
 
Verhaal en personages.  Dat alles zit goed.  Het werkt.  Meer nog, beiden overtuigen.  Scheppen verwachtingen.  Met dat alles zou een mens al tevreden mogen zijn.  Een kijker zou zich op zijn blote knieën mogen gooien.  Zijn handen vouwen en ten hemel richten.  Om de god van het amusement te danken.  Om de god van de betere televisie te danken.  Beiden bestaan.  Slechts af en toe geven zij teken van leven.  Dat hebben zij nu gedaan.  Meer dan overtuigend.
 
Bevergem schenkt ons niet enkel een sterk verhaal en overtuigende personages.  Het doet meer.  Veel meer.  Er is de manier waarop Bevergem in beeld wordt gebracht.  In vale kleuren.  Fletse kleuren.  Kleuren, die ons onderdompelen in melancholie.  Die ons doen verlangen naar vroegere tijden.  Niet omdat die vroegere tijden beter waren.  Dat zal u mij nooit horen beweren.  Wel waren die jaren onschuldiger.  Omdat wij jonger waren.  Minder bewust van de mechanismen van de grote wereld.  Dergelijke tijden zijn mooie tijden.  Mooie maar daarom geen betere tijden.  
 
Niet enkel de manier van filmen stemt ons melancholisch.  Dat doet ook de muziek.  De beelden worden versterkt door een verpletterende, machtige soundtrack.  Een soundtrack, gekozen uit de betere nummers van een lange muziekgeschiedenis, gekoppeld aan vernuftige, eigen composities.
 
Slechts heel af en toe ben ik laaiend enthousiast over een televisieprogramma.  Omdat wij voorzichtig moeten zijn met laaiend enthousiasme.  Omdat het slechts om televisie gaat.  Toch ben ik het af en toe.  Zoals bij Marsman.  Of Het Eiland.  Die programma’s wisten mij diep te raken.  Nu kan ik Bevergem bijschrijven op dat lijstje.  Dat kleine lijstje van toptelevisie.  
 
Ik blijf in Gent.  Maar elke woensdagavond zal ik verhuizen naar Bevergem.  Met alle plezier.  Met veel plezier.  Want in dat fictieve dorpje wil ik zijn.  Voor de volgende zeven afleveringen.
 
Bevergem, ik ben fan.
 
Met vriendelijke groeten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen