dinsdag 11 augustus 2015

Uitgelezen: Al onze namen. Brief aan Dinaw Mengestu.

Beste Dinaw,
 
U schreef een boek.  Dat boek heb ik gelezen.  Een licht boek, dat zou men kunnen denken.  Licht, gemeten naar het thema welteverstaan.  Een liefdesverhaal.  Dat leest vlotjes weg.  Een boekje om te lezen tussen de soep en de patatten, zoals men bij ons wel eens durft te zeggen.  Toch wil ik die woorden niet in de mond nemen.  Omdat het uw boek onrecht zou aandoen.  Omdat uw boek veel meer is dan enkel een liefdesverhaal.  Uw boek wordt bezwaard.  Door de omstandigheden.  Door de voorgeschiedenis.  Dat alles maakt dat uw boek steekt.  Dat uw boek prikt.  Ik ontdek dat het vertellen van een liefdesverhaal slechts een excuus is.  Een excuus om een nog groter verhaal te vertellen.  Een excuus om meer gewichtige thema’s in het verhaal binnen te smokkelen.
 
Ik heb het boek uit.  Dat is nu al enkele dagen geleden.  Ondanks het feit dat de afstand tot dat moment steeds groter wordt en dat moment steeds verder in het verleden ligt, blijft uw boek in mijn hoofd hangen.  Het laat mij niet los.  Hoe groter die afstand, hoe meer vragen de kop opsteken.  Vragen, die mij dwingen tot het zoeken naar een antwoord.  Die mij dwingen tot het bepalen van een standpunt.  Tot het innemen van een positie.  Inderdaad, uw boek is niet vrijblijvend.  Dat is geen optie.  Lezen en het boek zondermeer dichtklappen kan niet.  Uw boek vraagt enige nazorg.
 
Niet enkel Isaac is de hoofdrolspeler.  Niet enkel Helen is de hoofdrolspeler.  Afrika, dat continent is binnen uw verhaal de grootste en voornaamste protagonist.  U schrijft over Afrika als een zieke patiënt.  Akkoord, het verhaal speelt zich af in Oeganda.  Maar dat houdt u vaag.  Dat raakt u slechts heel even aan.  Zodat de lezer het verhaal kan opentrekken naar het hele continent.  Zodat uw verhaal spreekt voor Afrika.  Niet enkel voor Oeganda.  Wel voor alle landen.  Want vele landen in het zwarte continent kennen eenzelfde problematiek.  Bevrijdingsbewegingen, die het land bevrijden om het kort nadien te onderdrukken.  De bevrijder wordt de onderdrukker.  Die onderdrukkende bevrijding vraagt reactie en resulteert vaak in rebellie.  Een sluimerende, nooit gedane oorlog is hiervan vaak het gevolg.  Een oorlog, waarvan slechts enkelen, de zogenaamde war lords, profiteren.  Een oorlog, waarvan de bevolking de dupe is.
 
In uw harde oordeel over Afrika staat u zichzelf toch toe uw liefde voor datzelfde werelddeel te laten doorschemeren.  Dat doet u heel subtiel.  Via korte, heel rake observaties van een prachtig landschap.  Van een heerlijk volk.  Die observaties weeft u heel fijnzinnig door het verhaal.  Het lijkt bedoeld om de hardheid enigszins te temperen.  Tegenover uw verontwaardiging plaatst u uw liefde.  Om zo het dubbele gelaat van Afrika te tonen.  Natuurpracht tegenover oorlogsgeweld.  Dat dubbele gevoel ervaar ik ook.  Dat dubbele gevoel maakt het moeilijk zonder voorbehoud te oordelen.  Zonder voorbehoud te veroordelen. 
 
U plaatst niet enkel Afrika voor zijn verantwoordelijkheid.  Dat doet u ook met Amerika.  Met het Westen.  In uw boek laat u een diplomaat zeggen dat Amerika enkel geïnteresseerd was in Afrika om de landen ver weg te houden van het communisme.  Het weghouden van een communistisch geïnspireerd regime, dat was de hoofdbekommernis van de Amerikaanse regeringen.  Elk regime, dat die hoofdbekommernis deelde, kon rekenen op de steun van Amerika.  Welke wan- en misdaden dat regime dan uithaalde, maakte niet uit.  Amerika keek dan wel even de andere kant uit.  U ziet, Afrika is niet de enige schuldige voor het eigen leed.  Andere landen mogen evenzeer in het bankje van de beschuldigden staan.
 
U doet Isaac vluchten.  Via een studentenvisum reist hij naar Amerika.  Voor vele ontheemden toch nog altijd het beloofde land.  Maar bij het waarheidsgehalte van die verwachting plaatst u grote vraagtekens.  In Amerika worden de vluchtelingen geconfronteerd met het latente en openlijke racisme van zijn bewoners.  Dat ervaart Isaac.  In zijn relatie met Helen.  Beiden voelen de veroordelende blikken als zij zich als geliefden manifesteren.  Sommigen houden het bij staren.  Anderen beperken zich niet tot staren.  Die anderen laten luidop hun misprijzen de vrije baan.  Het lijkt wel alsof u zelf die blikken hebt moeten trotseren.  Het lijkt wel alsof u zelf die vernederingen hebt moeten ondergaan.  Want u beschrijft die ervaringen accuraat.  Realistisch.  In die ervaringen lijkt u heel even in het personage van Isaac door te schemeren.
 
U laat ons voelen wat het is een vluchteling te zijn.  Wat het is om als vreemdeling te arriveren en te leven in een vreemd land.  Het verleden, dat de vluchteling in eigen land deelde met familie en vrienden, is plots weg.  Het lijkt uitgewist.  Dat gemeenschappelijke, dat mensen verbindt en samenhoudt, is weg.  De vluchteling staat helemaal alleen.  Een deel van zijn persoonlijke geschiedenis is achtergebleven.  Alsof hij er geen recht meer op heeft.  Alsof hij er geen aanspraak meer kan op maken.  Enkel het heden en een onzekere toekomst zijn nog van tel.  
 
De vluchteling/immigrant moet een leven opbouwen in een omgeving, die hem niet altijd gunstig gezind is.  In een omgeving, die hem vaak volledig onbekend is.  Hij wordt geconfronteerd met nieuwe, vreemde gebruiken en gewoontes.  Daarin moet hij zijn weg zoeken.  Waarbij hij vaak met zijn gezicht hard tegen de muur knalt.  Niet één keer.  Wel vele keren.  U hebt mij anders doen aankijken tegen de problematiek van de vluchtelingen.  Nog meer begrijpend.  Nog meer vergevingsgezind.
 
Na al het bovenstaande zou u kunnen denken dat uw boek een politiek pamflet is.  Dat is het niet.  Nog altijd blijft uw boek een roman.  Het verhaal overheerst.  Wordt nooit weggedrukt door opinies of meningen.  U vertelt het verhaal van Isaac.  In Afrika.  In Amerika.  Dat doet u op een wondermooie, meeslepende stijl.  Het is aan de lezer om de onderliggende boodschappen uit het verhaal te filteren en te interpreteren.  Dat dwingt de lezer tot gematigdheid.  Het lezen van uw boek moet zachtjes gebeuren.  Uw boek moet zachtjes gesavoureerd worden.  Om de gelaagdheid van het verhaal te ontdekken en te proeven.
 
Ik las een levensverhaal.  Ik las een liefdesverhaal.  Beide verhalen reikte u mij aan in uw boek.  U hebt mij een literaire parel geschonken.  Een parel, dat mij nog steeds in zijn greep heeft.  Dat mij nog altijd niet loslaat.  Ik vind het helemaal niet erg.  Dat is wat literatuur immers moet doen.  Het moet boeien.  Het moet intrigeren.  Het moet de lezer heel zachtjes aan loslaten.  De lezer moet laten bezinken.  Moet zijn hoofd zachtjes laten leeglopen.  Om het zo klaar te maken voor een volgend verhaal.  Dat is wat literatuur moet doen.  Dat is wat u hebt gedaan.
 
Beste Dinaw, ik dank u voor dit fantastisch mooie en bovenal aangrijpend emotionele boek.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Link:
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen