vrijdag 5 juni 2015

Uitgelezen: La superba. Brief aan Ilja Leonard Pfeijffer.

Beste Ilja,
 
Ik had het boek van Jeroen Theunissen gelezen.  De omwegen.  Dat boek was genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.  Verder dan een nominatie was het boek niet gekomen.  Het boek kaapte de hoofdprijs niet weg.  Dat deed uw boek wel.  Op uw boek La superba staat dat subtiele klevertje ‘Winnaar Libris Literatuurprijs 2014’.  Dat maakte mij meer dan nieuwsgierig.  Het boek van uw collega-schrijver vond ik magistraal.  Vond ik meer dan schitterend.  Toch won het boek niet.  Waarom uw boek dan wel? Dat wou ik weten.  Dat wou ik achterhalen.  Om dat te kunnen, moest ik uw boek lezen.  Daarvoor moest ik niet naar de boekhandel.  Daarvoor moest ik niet naar de bib.  Uw boek stond in mijn boekenkast.  Klaar om gelezen te worden.  Die tijd was nu gekomen.  De tijd was rijp.  Ik nam uw boek uit de kast.
 
Ik las uw boek.  Een boek over een stad.  Een Italiaanse stad.  Een boek over Genua.  Ik ben er geweest.  Als dagjestoerist.  Slechts één dag voor een dergelijke stad, het is te weinig.  Te weinig om een stad ten gronde te leren kennen.  Ik bleef aan de oppervlakte.  Snuffelde haastig.  Proefde snel.  Ondanks die weinige tijd wist Genua mij toch te overtuigen.  Terwijl ik doorheen de steegjes slenterde, voelde ik Genua onder mijn huid kruipen.  Ik ben geen roker, inhaleren deed ik nooit.  Toch is dat wat Genua met mij deed.  Ik inhaleerde de stad.  Jawel, Genua is geen typisch Italiaanse stad.  Zoals Firenze.  Zoals Milaan.  Zoals Turijn.  Genua is vuil.  Genua is donker.  Genua heeft vele gezichten.  Oprechte gezichten.  Valse gezichten.  Niet altijd is wat je ziet ook wat je krijgt.  Toch bepaalt dat alles de charme van Genua.  In dat geheimzinnige schuilt de charmante verleiding.  
 
U bent geen dagjestoerist.  U woont in Genua.  U werkt in Genua.  Dat is een verschil.  Een hemelsbreed verschil.  Dat blijkt uit uw boek.  U blijft niet aan de oppervlakte.  U leeft de stad.  U beleeft de stad.  Niet enkel overdag.  Ook ’s nachts.  Pas in de nachten leert de mens een stad echt kennen.  Omdat een stad dan pas echt openbloeit.  In die nachtelijke uitstappen neemt u de lezer mee.  Heel voorzichtig volgen wij uw sporen.  Met u gaan wij langsheen en bij travestieten.  Langsheen en bij prostituees.  Langsheen en bij illegale vluchtelingen.  Langsheen en bij enkele extravagante bewoners.  U toont ons meer dan die toeristische bezienswaardigheden.  Die dingen, tot wat een dagjestoerist zich noodgedwongen beperkt.  U doet ons kennismaken met zijn inwoners.  Niet alleen de bewoners van luxueuze huizen in het felle licht van de stad.  U toont ons ook de bewoners van krochten in de lagere, donkere delen van de stad.  Delen waar niet de zon maar de schaduw regeert.  U schenkt ons een totaalbeeld.
 
U zou kunnen denken dat ik in uw boek enkel een toeristische gids vermoed.  Dat doe ik niet.  Dat wil ik niet.  Zoals ik al zei, ik las uw boek.  In dat boek las ik, naast een lofzang op Genua, ook een verhaal over de liefde.  Over een verliefdheid.  Ik las uw bange toenaderingspogingen tot het mooiste meisje van Genua.  Ik las hoe uw verliefdheid liefde wordt.  Heel kort.  Heel even.  Om elkaar dan weer te verliezen.  
In uw ontdekkingstocht doorheen Genua verweeft u een verhaal van een alles verbrandende verliefdheid.  Van een verliefdheid, die u degradeert tot een puber.  Een verliefde puber.  Een puber, die alle truukjes uit de kast haalt om in de buurt van zijn geliefde te kunnen vertoeven.  Die angstig dat ene moment afwacht om zijn geliefde te kunnen aanspreken.  Hopend op die ene date.  Die ene date, die alles anders moet maken.  Warmer.  Intenser.  Die ene date, die verliefdheid zal omturnen tot liefde.  Echte liefde.  Pure liefde.
 
Een politiek pamflet.  Ook dat lees ik in uw boek.  U laat Djiby aan het woord.  U laat Rashid aan het woord.  In hun woorden lees ik het verhaal van de vluchteling.  De vluchteling, die naar Europa komt.  Hopend op een beter leven.  Hopend op een rijker leven.  Hopend om in Europa het geluk te vinden.  Ik lees hoe de verwachtingen botsen met de realiteit.  Ik lees het verhaal en denk aan het actuele debat omtrent de bootvluchtelingen.  Ik lees het verhaal en voel woede opwellen.  Woede tegenover de Europese politiek.  Ik lees het verhaal en zie het falende Europese asielbeleid bevestigd worden.  U doet mij niet enkel wentelen in dat warme gevoel van de liefde.  Neen, u doet mij ook wentelen in de onmacht van een Europees burger, die maar niet kan begrijpen waarom Europa steeds maar hogere muren rondom zich optrekt.
 
Ik klap het boek dicht.  Het boek is uit.  Ik wil weg.  Ik wil naar Genua.  Ik wil een negroni drinken in de Bar met de Spiegels.  Ik wil het schoonste meisje van Genua ontmoeten.  Ik wil aan het graf staan van professor Don.  Ik wil dat kleinste theater bezoeken.  Ik sta op het punt mijn koffers te pakken.  Maar net op dat moment ga ik twijfelen.  Zou het niet allemaal fantasie kunnen zijn? Ik twijfel.  Ik denk aan het boek.  Besef dan plots wat het boek bovenal is.  Uw boek is een ode aan de fantasie.  Niks meer, niks minder.  Een ode aan de fantasie, geschreven in een prachtige, poëtische taal.  Wat is echt? Wat is verbeeld, ingebeeld? Ik zal het niet weten.  Ik zal het nooit weten.  
 
Wat ik wel weet, is dat uw boek mij ontroerd heeft.  Genua heeft mij ontroerd.  Zijn inwoners hebben mij ontroerd.  Uw liefde heeft mij ontroerd.  Dat alles is wat ik met zekerheid weet.  Dat is geen verbeelding.  Geen fantasie.  Via De Omwegen van Jan Theunissen ben ik tot La Superba gekomen.  Het was een mooie, literaire tocht.
 
Beste Ilja, ik wil u danken.  Danken voor een heerlijk, superbe boek.
 
Met vriendelijke groeten.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen