vrijdag 12 juni 2015

Uitgelezen: Gorski. Brief aan Vesna Goldsworthy.

Beste Vesna,
 
Het had best kunnen zijn.  Het had best kunnen zijn dat onze wegen nooit zouden samenkomen.  Dat onze levenswegen parallel zouden lopen maar elkaar nooit zouden kruisen.  Dat had best gekund.  Heel misschien omdat onze levens al te zeer van elkaar verschillen.  U woont en werkt in Londen.  Een wereldstad.  Ik woon en werk in Gent.  Een mooie stad maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Gent de nodige wereldse allure voorlopig nog mist.  Maar ondanks die verschillende levenslopen hebben wij elkaar toch ontmoet.  Via de literatuur.  Ik ben een lezer.  U bent een schrijver.  In die relatie leerden wij elkaar kennen.  Ik las uw nieuwste boek: Gorski.
 
Gorski was niet uw proefstuk.  Voordien schreef u reeds uw memoires.  Over uw jeugd in Joegoslavië.  U deed zelfs meer dan dat.  U schreef een gedichtenbundel.  Een bundel, waarvoor J.M. Coetzee u grote lof toezwaaide.  Maar zoals ik al zei, u was mij onbekend.  Ik kende uw voorgeschiedenis niet.  Gorski werd mijn eerste kennismaking met u.
 
Wat kan ik vertellen over uw boek? Hoe hieraan te beginnen? Ik zat met de handen in het haar.  Hoe kon ik u helder en klaar vertellen wat ik van uw boek vond? Ik wist het niet.  Tot mij plots te binnenviel dat heel binnenkort de Ronde van Frankrijk start.  Dat leek mij een meer dan geschikt aanknopingspunt.  Ik wil uw boek vergelijken met een rit uit die Ronde.  Geen vlakke rit.  Dat is te weinig spektakel.  Dat is te saai.  Een dergelijke vergelijking zou uw boek tekort doen.  Neen, uw boek wil ik vergelijken met een bergrit.  Een rit over de Tourmalet.  Over de Col d’Aspin.  Over de Col de la Croix de Fer.  Over de Galibier.  Met één van die bergritten wil ik uw boek vergelijken.  Anders gezegd, met één van die bergritten wil ik het lezen van uw boek vergelijken.
 
Alle begin is moeilijk, dat wordt wel eens gezegd.  Het begin van uw boek vormt hierop geen uitzondering.  Die eerste hoofdstukken leek het lezen meer op zwoegen.  Op werken.  Op zweten.  Maar dat is dan weer eigen aan een bergrit.  Bergop rijden is niet simpel.  Dat is hard labeur.  Misschien niet voor die legendarische, wielrennende berggeiten.  Maar dat ben ik niet.  Ik zweet dus.  Ik zucht en ik kreun.  Maar ik hou vol.  Ik wil naar die top.  Omdat ik weet dat het voorbij die top makkelijker wordt.  Aangenamer.
 
U hoeft niks te vrezen.  U hoeft zich geen zorgen te maken over uw schrijverschap.  Schrijven, dat kan u.  Laat daarover geen misverstand bestaan.  Blijkbaar heb ik moeilijkheden met het wereldje waarin u mij brengt.  Het wereldje van de jetset.  Van de high society.  Van miljonairs en miljardairs.  Te arrogant.  Te zelfvoldaan.  Als simpel jongetje uit Gent kan ik niet aarden in dat wereldje.  Geen enkele houvast heb ik.  Geen enkel personage vind ik.  Een personage dat mij bij de hand neemt.  Dat mij geruststelt.  Dat mij zachtjes in de oren fluistert dat alles goed komt.  In dat wereldje van het grote geld spartel ik.  Net zoals ik mij doorheen die eerste hoofdstukken spartel.
 
Ik had het boek kunnen dichtklappen.  Ik had kunnen opgeven.  Maar dat doe ik niet.  Ik hou vol.  Net zoals die vele wielrenners die zich naar die top van die ene col toe wroeten.  Ook zij houden vol.  Wie ben ik dan om af te haken? Ik spiegel mij aan hun zweet, ik bijt mij vast in hun wiel en ik blijf lezen.  Bladzijde na bladzijde werk ik mij naar dat kantelmoment.  Naar dat moment waarop ik de top bereik.  Dat moment waarop ik besef dat het nu enkel nog maar bergafwaarts gaat.  Bergafwaarts in de letterlijke, heerlijke betekenis.  Dat moment waarop ik mij realiseer dat fietsen/lezen vanaf nu enkel nog plezier zal geven.
 
Plots voel ik mij thuis in het boek.  Om een onverklaarbare reden.  Of neen, toch niet.  De liefde doet mij thuiskomen.  Op het moment dat het verhaal zich ontwikkelt tot een liefdesverhaal ben ik alert.  Terwijl de wereld van het grote geld mij totaal onbekend is, is de wereld van de grote liefde mij welbekend.  De liefde weet mij nog dagelijks te ontroeren.  Weet mij nog dagelijks te verrassen.  Weg valt alle voorbehoud.  Weg valt alle zin voor kritiek.  Ik kijk niet meer toe vanop afstand.  U flitst mij naar Londen.  Vanaf nu geen barrières meer.  Ik stap in het verhaal.  Laat mij op sleeptouw nemen.  Door uw verhalende kunsten.  Door uw beeldrijke taal.
 
In de finale van het boek maakt u nog dat ene gekke sprongetje.  Dat ene sprongetje dat mij nog sneller doet voortrazen doorheen het boek.  Love Kills, dat zong Queen.  U zingt niet.  U schrijft.  Maar ook bij u is liefde dodelijk.  In de finale wordt uw boek zo veel meer.  Niet enkel een liefdesroman.  Niet enkel een stadsroman.  Aan het eind wordt het boek nog een detectiveroman.  Een whodunit.  Nu hebt u mijn volle aandacht.  Want ik wil het weten.  Die ontknoping, dat einde.  Ik wil het weten.
 
Ik ben aan het eind van het boek.  Aan het eind van de bergrit.  Ik kijk achterom.  De pijn van het klimmen ben ik vergeten.  Ik kan mij die eerste moeilijke hoofdstukken bijna niet meer herinneren.  Ik kijk achterom en wat overblijft, is dat plezier van het afdalen.  Wat overblijft zijn die aangrijpende, ontroerende hoofdstukken.  Die hoofdstukken waarin ik hoop dat de liefde zal overwinnen.  Dat de liefde het zal halen.  Ik kijk achterom en het enige wat ik nu nog zie, is een mooi boek.  Een prachtig boek.
 
Oh ja, The Great Gatsby, daarmee wordt uw boek vergeleken.  Die klassieker heb ik nooit gelezen.  Dat moet ik tot mijn scha en schande erkennen.  Ik kan het dus niet beamen.  Maar ik zag de film.  Soms laat ik mij verleiden tot een zekere literaire luiheid.  Bij het lezen van het boek flitsten heel regelmatig scènes uit die film door mijn hoofd.  Gelijkenissen met het boek van F. Scott Fitzgerald? Ik weet het niet.  Gelijkenissen met de film van Baz Luhrmann? Jawel, dat kan ik niet ontkennen.
 
Beste Vesna, ik hoop dat onze ontmoeting niet enkel beperkt blijft tot dat ene boek.  Want die eerste ontmoeting smaakt naar meer.  Naar meer boeken.  Boeken van uw hand.  Boeken van u.  Ik kijk er naar uit.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen