vrijdag 26 juni 2015

Reigning Sound, gezien op DOK. Brief aan Greg Cartwright.

Beste Greg,
 
Ik was in rouw.  Of neen, ik ben in rouw.  Thé Lau is overleden.  Dat doet wat met een mens.  Met een fan.  Maar heel waarschijnlijk hebt u daaraan geen boodschap.  Wie is die man, die vraag zult u zich stellen.  Hij is u onbekend.  In de lage landen is hij evenwel een god.  Die status heeft hij zichzelf niet toegeëigend.  Die goddelijke status kwam vanuit de basis, zijn fans.  Goden sterven niet, dat zal u tegenwerpen.  Maar Thé Lau stelde één voorwaarde aan het aanvaarden van zijn goddelijke status.  Dat hij sterfelijk mocht blijven.  Die voorwaarde werd nu ingewilligd.  Te vroeg.  Wij blijven verweesd achter.  
 
Er was twijfel woensdagavond.  Of ik wel zou gaan.  Of ik wel naar uw concert zou gaan zien.  Maar dan dacht ik aan de redenen waarom ik toch zou gaan.  Ik had een kaartje.  Dat zou kunnen volstaan.  In deze economisch moeilijke tijden telt elke euro.  Euro’s gooien wij niet zomaar door ramen en deuren.  De vinger op de knip, zo hoort het in deze tijden.  Toch klinkt het argument van het gekochte ticket weinig overtuigend.  Dat argument kreeg mij niet het huis uit.  Daarom ging ik op zoek naar de redenen waarom ik dat ticket gekocht had.  Die redenen zouden mij moeten overtuigen toch te gaan.  Vooreerst was er die kwaliteitsgarantie.  Die garantie werd mij geboden door Democrazy.  Zij boeken enkel klasse.  Op hun affiches prijkt enkel overtuigende, muzikale kracht.  Over de smaken en de kleuren op die affiche kan misschien gediscussieerd worden.  Maar nooit over de kwaliteit van die smaken en kleuren.  Die staat buiten kijf.  Dat zeg ik niet zomaar.  Ik kan hiervan getuigen.  Meerdere Democrazy-concerten zag ik.  Nooit was ik teleurgesteld.  Dat zou deze keer niet anders zijn, dacht ik zo.
 
Nog andere argumenten? Jawel.  Er was de internationale lof.  Uw nieuwste werkstuk, Shattered, werd lovend onthaald.  The Guardian gaf vier sterren aan uw laatste worp.  Pitchfork schreef ook een rapport.  Die redactie besloot u 7,7 op 10 te geven.  Veel universiteitsstudenten zouden een moord begaan voor dergelijke cijfers.  U hoeft dat niet te doen.  U hoeft voor die punten enkel muziek te maken.  Overtuigende muziek.  Maar ook als wij even verder teruggaan in de tijd blijven de kritieken positief.  In 2009 bracht u uw voorlaatste werk uit, Love and Curses.  Enola prees dat album.  Enkel lovende kritieken las ik.  Dan moet die band toch wel buitengewoon zijn, dacht ik zo.
 
Alle goede dingen bestaan uit drie.  Mijn argumentatie dus ook.  Op internet vond ik enthousiaste commentaren over de live-reputatie van de band.  Zulke commentaren maken mij altijd blij.  Een band moet zwoegen en zweten op het podium.  Gedreven moet een band zijn om zijn publiek te overtuigen.  Daarvoor moet die band alles uit de kast halen.  Of toch bijna alles.  U zou dat doen.  Telkens weer.  Op die instelling maakt u geen uitzonderingen.  Op die instelling doet u geen toegevingen.  Dat moet een feestje worden, dacht ik zo.
 
Drie argumenten.  Ik kon niet thuisblijven.  Ik moest gaan.  Ondanks de pijn om het heengaan van Thé Lau.  Ik pakte mijn fiets.  Ging op weg naar DOK.  Terwijl ik fietste, dacht ik dat het een mooie manier zou zijn om een overleden muzikant te eren.  Door mij onder te dompelen in de muziek.  Door hem met een muzikaal feestje te eren.  Dat zou mooi zijn.  Dat zou goed zijn.
 
Ik kwam binnen in de hangar.  De loods.  Nam plaats achteraan.  Op de zittribune.  Jawel, die was er.  Niet meteen een hoog rockgehalte maar wel bijzonder handig.  Ik keek uit over het publiek.  In niks werd mijn zicht verstoord.  Gewoonweg heerlijk.  Ik ben niet meteen de grootste.  Bij concerten kan het dan al eens gebeuren dat ik tegen een rug aankijk.  Of vele hoofden voor mij zie.  Dat was nu niet het geval.  Hierom kon ik enkel juichen.  Ik hoefde mij niet uit te rekken.  Ik hoefde niet op mijn tenen te staan dansen.
 
Democrazy omschreef uw muziek als lyrische roots-rock.  Een laveren tussen ballads en rockers.  Maar daarvan was op het podium nauwelijks sprake.  Op het podium ging het rechttoe rechtaan.  De band schoot stevig uit zijn sloffen.  Niet één enkel nummer.  Alle nummers.  Tijdens het hele concert werd de band gedreven door een niet te stuiten energie.  Het leek alsof u uw punkattitude niet kan verloochenen.  Die attitude hebt u.  Die straalt u uit.  Niet moeilijk.  U hebt een voorgeschiedenis.  Oblivians, dat was uw vorig groepje.  Doorheen dat groepje raasde de punk.  Die voorgeschiedenis ontkent u niet.  Die voorgeschiedenis stond woensdagavond samen met Reigning Sound op het podium.  
 
Eén uur lang ging het hard.  Hard en snel.  Langer kon het niet.  Langer mocht het niet.  Nachtlawaai vraagt om een strikte tijdscontrole.  Uitzonderingen kunnen blijkbaar niet gemaakt worden.  Jammer.  Want u kwam op dreef.  Ik kwam in de ‘mood’.  Het geluid had zijn juiste klank gevonden.  Toch waren de organisatoren onverbiddelijk.  Voorbij tien uur mocht het niet gaan.  Wat het zou geworden zijn indien u mocht doorgaan, weet ik niet.  Of toch.  Ik weet het wel.  Een feestje, dat zou het worden.  Want in dat ene uurtje had u hiertoe al aanleiding gegeven.  Dat zag ik in het publiek.  Vanop mijn zitje.  De fans van het eerste uur gingen stevig uit de bol.  Zij zongen mee.  Zij schudden wild met het hoofd.  De vuisten gingen de lucht in.  Op het juiste moment.  Zij dansten wild in het rond.  Vol overgave.  Met overtuiging.  Blij met jullie komst.
 
Ik ben geen fan van het eerste uur.  Tot woensdagavond was u mij onbekend.  Na het concert is dat veranderd.  Nu ken ik u.  Nu ben ik blij u ontmoet te hebben.  U gehoord te hebben.  U gezien te hebben.  Want het was stevig.  Het was ruig.  Het was goed.

Met vriendelijke groeten.

Clips:
Oblivians – Call the police.
Reigning Sound – Never coming home.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen