woensdag 6 mei 2015

Pleidooi voor een herijken van de democratie. Brief aan Slongs Dievanongs.

Beste Slongs,
 
Zondagmorgen zat ik te wachten.  In de wagen.  Achter het stuur.  Mijn co-pilote was eventjes om boodschappen.  Twee mogelijkheden had ik dan.  Twee opties waaruit ik kon kiezen.  Ik kon gewoon wachten.  Wachten zondermeer.  Dat was de eerste optie.  Een tweede optie was dat ik de tijd aangenaam doorbracht en eventjes de radio aanschakelde.  Ik koos voor het tweede.  Het was zondagmorgen.  Dan wil ik geen teringherrie.  Rust, dat zoek ik dan op de radio.  Ik kwam uit bij Friedl’ Lesage.  Touché op Radio 1.  Een praatprogramma.  Met heel af en toe een streepje muziek.  Dat was ideaal.  Dat was perfect.  Nog perfecter was dat u de gast was.
 
Ik leerde u kennen via Liefde voor Muziek.  Voorheen kende ik enkel uw hits.  Maar wie u werkelijk was, was mij onbekend.  Slongs Dievanongs was enkel een naam.  Geen persoon.  Dat veranderde met dat muziekprogramma op VTM.  Ik leerde u kennen als een toffe madame.  Gedreven en emotioneel, zo kwam u op mij over.  
 
Zondagmorgen kreeg ik de kans u nog ietsje beter te leren kennen.  In een vraaggesprek op de radio.  Ik viel binnen in het programma.  Het was al een tijdje aan de gang.  U leek behoorlijk op dreef.  Niet op uw mondje gevallen, dat is een juiste omschrijving.  Behalve gedreven en emotioneel, bent u ook geëngageerd.  Dat meende ik te mogen afleiden uit uw pleidooi, dat u hield.  Ik hoorde u pleiten voor een andere vorm van democratie.  U had mijn volle aandacht.  Ik deel uw bezorgdheid om onze democratie.  Wij hebben het zicht verloren op de lijnen van beslissing.  Weg is alle democratische controle.  Het beslissingsproces lijkt verhuisd te zijn.  Weg van het parlement naar kleine achterafkamertjes.  Kamertjes, waarin ratingbureaus, bankiers, ondernemers, lobbygroepen mee aan tafel schuiven.  Personen en instanties, die van de kiezer geen enkel mandaat kregen, hebben een te grote invloed op dat beslissingsproces.  Politici kijken toe op die evoluties.  Zonder nauwelijks in te grijpen.  Alsof zij akkoord lijken te gaan met deze ontwikkelingen.
 
Politici moeten opnieuw het voortouw nemen.  Zij moeten opnieuw de macht in handen nemen.  De macht om te beslissen.  De achterafkamertjes moeten gesloten worden.  De overheid moet opnieuw een spelbepaler worden.  Moet haar prominente plaats in het maatschappelijke debat opnieuw gaan opeisen.  Al te veel zet de overheid zich aan de zijlijn.  Of wordt zij aan de zijlijn gezet.  Dat moet anders.  De overheid moet opnieuw de spelregels gaan bepalen.
 
Politici lijken het geloof in verandering verloren te hebben.  Er wordt wel gegoocheld met de kracht van verandering maar in werkelijkheid blijkt die kracht toch een fabeltje.  Waar blijft die nieuwe visie op arbeid? Waarbij arbeid niet enkel wordt gedefinieerd in termen van productiviteit en flexibiliteit.  Waarbij gezinsleven en vrije tijd een evenwaardige stem krijgen.  Waar blijft de reeds lang aangekondigde pensioenhervorming? Niet enkel rommelen in de marge.  Wel een echte hervorming.  Waarbij de noden van de werkende klasse mee in het debat worden genomen.  Waar blijft een nieuwe kijk op het gevangeniswezen? Waarbij niet langer de eigenlijke straf maar wel re-integratie centraal staat.  Waarbij de gevangenis niet langer een vergeetput is maar wel een plaats waar de veroordeelde kan werken aan het verwerven van een nieuwe plaats in de maatschappij.
 
Politici zijn enkel nog beheerders.  Hun fixatie op het begrotingsevenwicht heeft diezelfde politici gedegradeerd tot boekhouders.  Zij durven niet meer te dromen.  Zij durven de lijnen niet meer uit te zetten.  De lijnen van een vernieuwend beleid.  Er wordt enkel op zekerheid gespeeld.  Zekerheid, die een visie op de lange termijn onmogelijk maakt.  Of niet nodig maakt.  Wij hebben dus niet enkel een herijken van de democratie nodig.  Het herijken van de functie van politicus is even noodzakelijk.
 
Voor dat herijkingsproces hebben wij politici nodig met durf.  Politici die zich niet laten gijzelen door angst.  Want dat zien wij al te veel.  Dat is wat nu gebeurt.  Angst sluipt binnen in het debat.  Politici gaan niet in tegen die angst maar lijken die angst te omarmen.  Dat zien wij in de reactie op de terreurdreiging.  In de reactie op het vluchtelingenprobleem.  Dat zien wij in de oorlog tegen drugs.  Die omarmde angst resulteert in een behoudend beleid.  Een beleid, waarin elke drang tot vernieuwing wordt geweerd.  Angst immobiliseert.  Angst dooft het licht bij de verlichte vernieuwers.  Angst doet in de pas lopen.  Angst verhindert het heft in eigen handen te nemen.  Angst doet uitwijken naar die achterafkamertjes.  
 
Dat alles hoorde ik zondagmorgen.  Uit uw mond.  Een dergelijk pleidooi is veel mooier dan muziek.  Uit uw pleidooi spreekt verontwaardiging.  Geen negatieve verontwaardiging, die uitmondt in pessimisme.  In doemdenken.  In cynisme.  In frustratie.  Uit uw pleidooi spreekt een positieve verontwaardiging.  Eén die uitmondt in positivisme.  In hoop.  In een overtuiging dat het beter kan.  Dat het beter moet.  Een verontwaardiging die uitmondt in engagement.
 
Ik heb naar u geluisterd.  In mijn wagen.  Terwijl ik zat te wachten.  Ik wou u omarmen.  Omdat ik in u een gelijkgestemde vond.  Een medestander.  Een medestander in een zelfde geloof.  Met een zelfde hoop.  Want dat is wat ik weet.  Samen met u.  Uiteindelijk komt alles goed.  Maar dan moeten wij ageren.  Dan moeten wij handelen.  Niet met een helfie.  Niet met een selfie.  Wel met woorden.  Met daden.
 
Ik dank u voor die wonderlijke zondagmorgen.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Link:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen