woensdag 15 april 2015

Uitgelezen: Het regende vogels. Brief aan Jocelyne Saucier.

Beste Jocelyne,
 
Ik kende u niet.  U was mij totaal onbekend.  U hoeft zich hierover niet te schamen.  De wereld is groot.  U woont in Canada.  Ik in België.  Dat is een behoorlijk grote afstand.  Die al te grote afstand kan een kennismaking al eens in de weg staan.  Wij hadden voor eeuwig onbekenden kunnen blijven voor elkaar.  Dat had gekund.  Dat had een mogelijkheid geweest.  Ondanks die mogelijkheid kwam uw boek toch tot bij mij.  Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, zo zegt men wel eens.  Welnu, de wegen van de literatuur zijn dat des te meer.
 
Ik kon het lezen aanvatten.  Dat deed ik evenwel niet.  Wij zouden een aantal dagen in elkaars gezelschap vertoeven.  Via uw boek.  Dan wilde ik u toch wat beter leren kennen.  Ik ging op internet.  Googelen, dat is wat ik deed.  Iedereen laat sporen na op internet.  U bent hierop geen uitzondering.  Uw naam leverde vele hits op.  In de digitale wereld was u geen vreemde.  In uw vaderland evenmin.  U bleek een gelauwerd auteur te zijn.  Het regende vogels, uw tweede roman, won in eigen land grote literaire prijzen.  Uw tweede roman was niet onopgemerkt gebleven.
 
Onze kennismakingsronde was voorbij.  Een evaluatiegesprek, zo zou u het kunnen noemen.  Dergelijke gesprekken zijn hip in kringen van HR-managers.  Geen enkele werknemer ontsnapt er aan.  Wikken en wegen, het is een niet te stoppen trend.  Uw evaluatie was achter de rug.  U kan op beide oren slapen.  Enkel lof was uw deel.  Geen enkele negatieve bijklank.  
 
Vergeef mij de al te lange inleiding.  Onmiddellijk met de deur in huis vallen is evenwel niet mijn stijl.  Een brief moet toch een beetje ingekleed worden.  Om zachtjes aan tot de kern van de zaak te komen.  Die kern is uw boek.  Daarover wil ik het met u hebben.
 
Met het nodige voorbehoud was ik begonnen aan uw boek.  Op de kaft werd uw boek aangekondigd als een ontroerende roman.  Ontroering is een heftige emotie waar voorzichtig moet mee omgegaan worden.  Om die reden wou ik een beetje afstand bewaren tussen het boek en mij.  Ik wou mij niet al te gemakkelijk op sleeptouw laten nemen.  Van die eerlijke bedoelingen bleef weinig overeind.  Die aanvankelijke intentie brokkelde heel snel af.  Reeds van bij de eerste pagina’s had u mij in uw greep.  U sleurde mij mee.  Honderden bladzijden lang zat ik in uw spoor.  Ik volgde.  Gewillig.  Zonder tegenstribbelen.
 
Wie had hier schuld aan? Uw personages, zonder enige twijfel.  Of neen, laat het mij herformuleren.  Schuld, dat klinkt al te beschuldigend.  Al te zwaar op de hand.  Dat wil ik niet.  Uw hoogbejaarde personages waren echte gastheren.  En gastvrouwen.  Vol warme sympathie openden zij hun armen en nodigden mij uit in het boek te stappen.  Dat deed ik.  Elke keer als ik het boek opensloeg.  Elke keer stapte ik die oase van rust binnen.  Die oase, gelegen in de Canadese wouden.  Verborgen in de bossen, ver weg van mogelijke buren.  In die bossen hebben uw helden beslist hun leven te herstarten.  Een leven, waarin zij aan het stuur zitten.  Zij zelf beslissen.  Niemand anders.  Zij beslissen over hun leven.  Over hun dood.  Zij zelf beslissen wanneer het goed is geweest.  Wanneer het mooi is geweest.
 
Uw boek is uit.  Uw verhaal maalt nog rond in mijn hoofd.  Vaak denk ik terug aan Charlie.  Aan Tom.  Aan Ted.  Aan Marie.  Ik denk aan hen en alweer moet ik tranen terugduwen.  Geen tranen van verdriet.  Dat is het niet.  Tranen van ontroering.  Ontroerd als ik ben door hun vriendschap.  Door hun liefde.  Door hun vrijheid.  Door hun uiteindelijke keuze, slechts mogelijk gemaakt door een combinatie van die vorige drie factoren.  
 
Ik ken vriendschap.  Ik ken liefde.  Jawel, ik ken zelfs vrijheid.  Maar in het verwoorden van die gevoelens schiet ik soms te kort.  U doet dat niet.  Op een schitterende manier toont u de onmetelijke diepte en de niet te slopen sterkte van die gevoelens.  Net zoals u toont hoe mooi ouderdom kan zijn.  U voert ouderdom weg uit de bejaardentehuizen.  In uw boek schetst u op een sublieme wijze hoe ouderdom en onafhankelijkheid toch kunnen samengaan.  Uw oude helden kwijnen niet weg in een hoekje.  Neen, zij staan volop in het leven.  Weg van alle noodzakelijk geachte medicatie.  Weg van alle artsen.  Weg van alle goed menende en overbezorgde familie.  In hun bos genieten zij ten volle.  Tellen zij hun dagen.  Zij ontkennen de realiteit niet, zij zijn zich bewust van een naderende dood.  Maar zij duwen die weg.  Door hun levenslust.  Jawel, een lichtend voorbeeld zijn zij geworden voor mij.
 
Ik kende u niet.  Dat foutje heb ik met het lezen van uw boek hersteld.  Fouten maken, het mag.  Fouten herstellen, het moet.  Indien mogelijk.  Uw naam zal ik niet meer vergeten.  Jocelyne Saucier, vanaf heden zal ik uw naam verbinden met die enkele dagen van warm en intens leesplezier.  Die enkele dagen, dat ik te gast was in uw boek.  Vanaf heden mag ik stellen dat ik u ken.  U bent mij niet meer onbekend.  Ik zal u volgen.  Benieuwd als ik ben naar alles wat u mij nog zal brengen.
 
Beste Jocelyn, u schonk mij het mooiste cadeau.  Een meeslepend en ontroerend boek.  Daarvoor wil ik u danken.
 
Met vriendelijke groeten.

Link:
Canada reads 2015 –And the birds rained down.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen