woensdag 11 maart 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 22: Cuzco - Lima.

Bij het boeken van de Incatrail hadden wij de keuze.  Wij konden kiezen uit een tweedaagse of een vierdaagse trektocht.  Wij verblijven vijf dagen in Cuzco.  De vierdaagse trektocht zou betekenen dat wij slechts één dag hebben om deze stad te bezoeken.  Cuzco is de meest bezochte stad in Peru.  Sinds 1983 staat de stad op de Werelderfgoedlijst van Unesco.  Slechts één dag lijkt mij dan bijzonder nipt voor een stadsbezoek.  Wij kozen daarom voor de tweedaagse Incatrail.  Om zo voldoende tijd te hebben in Cuzco.  Wat een geluk dat wij die keuze maakten.  De voorbije dagen focusten wij ons in het bijzonder op de omliggende sites.  Vandaag zullen wij ons meer op het centrum richten.  Want dat centrum vraagt om nog een diepgaand onderzoek.  Jawel, wij zagen reeds de kathedraal.  Wij zagen reeds Santa Catalina.  Wij zagen reeds Santo Domingo.  Maar er is nog meer te zien.  Veel meer.  Dat willen wij vandaag ontdekken.  Op onze laatste dag in Cuzco.
 
Waar te beginnen? Dat is altijd de moeilijkste vraag bij een stadsbezoek.  Eens de start is vastgesteld, lijkt het vervolg van de wandeling bijna logisch.  De wandeling lijkt zich dan bijna automatisch uit te stippelen.  Alsof de hand van God ons begeleidt.  Diezelfde hand, die ook Maradonna hielp bij zijn doelpuntje tegen Engeland op het WK van 1986.  
 
Een grondige studie vooraf doet ons besluiten te beginnen in de wijk San Blas.  Er wordt ons verteld dat dit een aangename wijk zou zijn.  Schilderachtig, zo wordt in vele reisgidsen deze wijk met zijn smalle straatjes en koloniale huizen genoemd.  Het blijkt geen leugen te zijn.  Het is heerlijk wandelen langs de talrijke werkplaatsen van al even talrijke ambachtslieden.  Montmartre, aan die Parijse plaats moet ik denken.  Een Franse wind lijkt door deze wijk te waaien.
 


San Blas
 
Vanuit deze wijk moeten wij naar de Calle Hatunrumiyoc.  Moeten? Jawel, moeten.  Zoals een bezoek aan Parijs niet kan zonder de Eifeltoren gezien te hebben.  Of zoals een bezoek aan New York niet kan zonder het Vrijheidsbeeld gezien te hebben.  Of zoals een bezoek aan Londen niet kan zonder Big Ben gezien te hebben.  Elke stad heeft zo zijn obligate plekjes.  Plekjes waaraan een toerist niet kan ontsnappen.  Want zonder dat obligate bezoek zou het wel lijken of hij nooit in die ene stad geweest is.  Die verplichte stop in Cuzco is de twaalfhoekige steen in de eerder genoemde Calle.  U kan er niet naast kijken.  Niet enkel omwille van de omvang.  Ook omwille van de massa toeristen aan die steen.  Iedereen wil wel op de foto met de meest gekende steen van Peru.  De steen werd ooit gebruikt bij de bouw van het paleis van Inca Roca, de zesde Incakeizer.  Dat paleis is niet meer.  Bestaat niet meer.  U weet wel, de Spanjaarden zijn hier gepasseerd.  Het paleis werd vernield, de stenen werden herbruikt.  De twaalfhoekige steen kreeg een tweede leven als onderdeel van het paleis van de aartsbisschop.  Aan dat paleis kijken wij naar die unieke steen.  Zoals ik al zei, wij staan daar niet alleen.  Wel in het gezelschap van vele toeristen.  Dat is zo met die verplichte plekjes.  Eenzame afzondering bestaat niet op die plekjes.  Zich heel eventjes isoleren van de massa is niet mogelijk.  Die plekjes moeten gedeeld worden.  Met velen.  Het toeristische groepsgevoel, de last van het massatoerisme.
 
Wij laten de twaalfhoekige steen achter ons.  Wij hebben onze foto.  Uiteraard.  Als akte van bewijs.  Onze opdracht is volbracht.  Wij kunnen door.  Op naar het volgende.  Naar Plaza Nazarenas.  Op dat plein vinden wij het Museo de Arte Precolombino.  Wij twijfelen naar binnen te gaan.  Snel wordt een kosten-batenanalyse gemaakt.  Pro’s en contra’s worden op een rijtje gezet.  Aan het eind van deze denkoefening besluiten wij toch niet binnen te gaan.  Wij willen het eventjes rustig houden in onze hoofden.  Voorlopig geen input van allerlei historische data.  Het lijkt alsof onze hoofden vol zitten.  Nog meer data opnemen lukt niet meer.  Daarom blijven wij buiten de poorten van het museum.  U kan ons cultuurbarbaren noemen.  Dat zou terecht kunnen zijn.  Maar omwille van het lijfsbehoud blijven wij buiten.
 
Fallen Angel, het café naast het museum, kan ons dan wel verleiden.  Die poorten houden ons niet buiten.  Wij hoeven zelfs niet na te denken.  Hier geen kosten-batenanalyse.  Wij gaan gewoon binnen.  Onmiddellijk.  Dit is een café buiten categorie.  In mijn lange carrière van caféganger en tooghanger heb ik een dergelijk iets nog niet meegemaakt.  Dit café is uniek.  Dat unieke karakter heeft het café met hoofdzaak te danken aan de toch wel aparte inrichting.  Over smaken en kleuren mag niet gediscussieerd worden.  Dat wisten de Romeinen al.  Ik zal het dan ook niet doen.  Sommigen noemen het wanstaltige kitsch.  Ik ben geen van hen.  In het kamp van de tegenstanders zal u mij niet vinden.  Ik ben fan van deze plek.  Of beter nog, ik word fan van deze plek.  Meteen.  Van bij de eerste aanblik.  Hier hangt een heerlijke, aparte gekte.  Gekte kan ik altijd smaken.  Een beetje gekte moeten wij toelaten in ons leven.  Niet te veel.  Juist gedoseerd.  Gekte kruidt het leven.  Maakt datzelfde leven boeiend en interessant.  Met plezier laat ik mij dan ook onderdompelen in deze warme waanzin.
 

 
Fallen Angel
 
Markten in Cuzco? Jawel, er is een ruime keuze.  Je kan kiezen voor El Molino, de grootste zwarte markt van Cuzco.  El Baratillo, de vlooienmarkt, is een andere mogelijkheid.  Wij gaan voor geen van beiden.  Wij kiezen voor San Pedro.  Want als twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen.  Op deze markt vinden de toerist en de lokale bevolking elkaar.  Het is een meer dan gezellige smeltkroes.  Alles kan je hier vinden.  Niet enkel souvenirs.  Daarvoor komen de ‘locals’ niet.  Op deze markt doen zij hun inkopen.  Brood, vlees, eieren, kaas, groenten, fruit, … Het aanbod is meer dan divers.  Daarop valt niks aan te merken.  Enig punt van kritiek zou misschien de netheid kunnen zijn.  De hygiëne.  Of is dat een bemerking vanwege de verwaande toerist? De toerist, die in eigen land gaat winkelen in de netjes verzorgde buurtwinkels of grootwarenhuizen.  Ondanks dat ene puntje van misschien al te gemakkelijke kritiek is het hier heerlijk rondwandelen.
 

Cuzco
 
De hongerige spijzen, het is een werk van barmhartigheid.  Die taak nemen zij op of in San Pedro ter harte.  Vele eetstalletjes.  Vele eetkraampjes.  En alweer is de keuze meer dan uitgebreid.  Eten doen wij niet.  Toch niet hier.  Omwille van een te gevoelige maag.  De lokale keuken kan een aanslag zijn op dat tere maagje.  Dat willen wij vermijden.  Om het half uur een sanitaire stop inlassen, voor dat scenario passen wij.  Geen middagmaal dus.  Onze smaakzin wordt niet geprikkeld.  Toch niet hier.  Toch niet op deze markt.  Wel geven wij onze ogen en oren de kost.  Vooral op de sectie van de beenhouwers.  De slagers.  Wat wij hier zien tart bijna elke verbeelding.  Alles wat van een dier kan verkocht worden, ligt hier uitgestald.  Als ik schrijf ‘alles’, dan bedoel ik ook ‘alles’.  Denk aan of verlang naar één iets en u zal het hier vinden.  Zonder enige twijfel.  Wat niet kan verkocht worden, het zogenaamde slachtafval, ligt gestapeld.  Op de toonbank.  Jawel, niks wordt u onthouden.  Alles wordt getoond.  Koppen, poten, staarten, ogen, oren, snuiten, balzakken, teelballen, … Bijna op automatische piloot wandelen wij doorheen deze gangen.  Als het te erg wordt, kijken wij weg.  Jawel, wij zijn gevoelige kijkers.  Niet alles hoeven wij te zien.  Toch niet in detail.
 

San Pedro
 
San Pedro gingen wij binnen aan de voorzijde.  Aan de Plaza de San Francisco.  Verlaten doen wij de markt langs de achterzijde.  Langs het achterpoortje.  Via die poort lijken wij beland te zijn in een ander Cuzco.  Dit is niet het hippe Cuzco.  Niet het toeristische Cuzco.  Dit is het echte Cuzco.  Het leven zoals het is.  Niet het leven zoals wij denken dat het is.  Of zoals wij denken dat het zou moeten zijn.  Chaotische gekte, dat is wat wij hier zien.  Wat wij hier ervaren.  Tot gisteren dachten wij dat Cuzco netjes gestructureerd was.  Dat de inwoners de nodige discipline hadden.  Dat beeld wordt hier eventjes bijgesteld.  Voetpaden zijn hier geen verplichting voor de voetgangers.  Wel een mogelijkheid.  Verkeerslichten kunnen genegeerd worden.  Rood kan hier soms groen betekenen.  Alles wat wij als ‘normaal’ beschouwen, wordt hier op zijn kop gezet.  Heerlijk! Wonderbaarlijk dit te kunnen meemaken.
 

San Pedro
 
Via die achterafstraatjes bereiken wij ons hotel.  Wij moeten onze koffers pakken.  Vanavond moeten wij onze vlucht halen.  Wij keren terug naar Lima.  De cirkel is rond.
 
Volgende aflevering (dag 23) op maandag 16/03.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen