maandag 9 maart 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 21: Cuzco.

Wij worden wakker in een andere wereld.  Een wereld na Machu Picchu.  Vanaf vandaag is alles anders.  Wij zijn er geweest.  Wij hebben op Machu Picchu gestaan.  Dat maakt van ons een ander mens.  Een mens, dat met andere ogen tegen de dingen aankijkt.  Wij hebben de ultieme schoonheid gezien.  Niks zal ons nog kunnen verbazen.  Niks zal ons nog kunnen verwonderen.  Het toppunt van deze reis ligt achter ons.  Beter kan het niet meer worden.  Alles wat wij nu nog zullen zien, zal vergeleken worden met die ene site.  Met Machu Picchu.  In die vergelijking weten wij dat er maar één winnaar is.  Dat beseffen wij.  Wat valt er nu nog te ontdekken in Peru? In Cuzco? Waarom niet meteen onze koffers pakken en huiswaarts keren? Waarom deze vakantie nog nodeloos rekken? Al die vragen spoken doorheen mijn hoofd.  Al die vragen maken het mij moeilijk uit bed op te staan.  In bed blijven, dat zou ik willen doen.  Lekker lui zijn na de krachtinspanningen van de voorbije dagen, het is een verleidelijke gedachte.  Toch kan ik weerstaan aan de verleiding.  Ik verman mij.  Ik wijs het idee lui te zijn kordaat af.  Het kan niet dat dit het einde is.  Het kan niet dat er na Machu Picchu niks meer zou zijn.  Ik moet naar buiten.  Ik wil naar buiten.
 
Vandaag trekken wij naar de Valle Sagrado.  Deze Heilige Vallei moet ons overtuigen.  Moet ons doen beseffen dat Peru nog meerdere pareltjes herbergt.  Minder gekend en minder omvangrijk maar daarom niet minder mooi.
 
Wij beginnen in Chinchero.  Dit zou de geboorteplaats van de regenboog zijn.  Waarom de stad aanspraak mag maken op deze toch wel bijzondere titel, weet ik niet.  Verdere uitleg volgt niet.  Wij gaan door.  Alweer staan wij naar ruïnes te staren.  Alweer krijgen wij enige uitleg over het historische belang van dit plaatsje.  Ik hoor de gids vertellen dat de soldaten van Manco Inca Yupanqui op hun terugtocht de stad in brand staken.  Om zo de aanvoerroutes van de achtervolgende Spanjaarden af te snijden.  Ik hoor de gids.  Ik registreer haar woorden.  Toch bemerk ik bij mijzelf dat ik haar niet de volle aandacht schenk.  Al te vaak nog dwalen mijn gedachten af.  Naar Machu Picchu.  Telkenmale moet ik mij terughalen.  Moet ik mijzelf terechtwijzen.  Machu Picchu was het hoogtepunt.  Daarover was iedereen het eens.  Toch mag ik niet blind zijn.  Toch mag ik niet doof zijn.  Ik moet bij de les blijven.
 


Chinchero
 
Het dorpje Chinchero kan ons toch nog verrassen.  Net buiten het dorp, aan de landbouwterrassen en op het plein, waren wij nog een beetje afwezig.  Maar dat verandert als wij in het eigenlijke dorpje de zeventiende-eeuwse kerk binnenstappen.  Die katholieke kerk werd, zoals steeds, gebouwd op de fundamenten van een Incatempel of paleis.  De Spanjaarden waren hierin wel bijzonder consistent.  Tempels voor het foute (bij)geloof afbreken, kerken voor het juiste geloof opbouwen.  Op steeds dezelfde manier ging de Spaanse veroveraar te werk.  Maar het geloof huist niet in tempels.  Het geloof zit in het hoofd.  Dat is niet uit te roeien.  Dat blijft.  Zoals nu nog steeds.  Zelfs vandaag nog brengen de Peruanen offers aan Pachamama, Moeder Aarde.  In dat opzicht hebben de Spanjaarden gefaald.  Ondanks de aanwezigheid van ontelbare kerken en kapelletjes.
 
De kerk in Chinchero bevat schitterende, enigszins vervallen, koloniale fresco’s, muurschilderingen en schilderijen.  Dit is een pareltje, denk ik terwijl ik besef dat ook in verval schoonheid kan schuilen.  De kerk heeft ons wakker geschud.  Heeft ons duidelijk gemaakt dat wij onze ogen open moeten houden.  Dat Peru zo veel meer is dan enkel maar Machu Picchu.  Ik ben klaarwakker.  Ik zal niet meer indommelen.  Ik wil verder ontdekken.
 
Wij reizen door.  Naar het volgende stadje.  Dat is Ollantaytambo.  Ooit een versterkte stad, bedoeld als voorpost om de Incahoofdstad te beschermen.  Van die versterkte stad is nog weinig te merken.  De muren zijn verdwenen.  Enkel de oude hoofdpoort staat nog overeind.  Wat deze stad bijzonder aantrekkelijk maakt, is dat een deel van de huidige bevolking nog steeds in de oorspronkelijke huizen woont.  Voor de eerste bewoners moeten wij teruggaan naar de dertiende eeuw.  Dat die oorspronkelijke huizen nu nog overeind staan en kunnen bewoond worden, is alweer een staaltje van die architecturale inventiviteit van het Incavolk. 
 

Ollantaytambo
 
In Ollantaytambo bezoeken wij het fort.  Wij wandelen doorheen het fort.  Krijgen bij de tempel van de zon, de koninklijke zaal, de baden van de prinses en de zonnewijzer de nodige en deskundige uitleg.  Ondanks die boeiende geschiedenis, dwalen mijn gedachten alweer af.  Ik moet denken aan de Hobbits.  Ik kan het niet helpen.  Het gebeurt.  Zomaar.  Het zijn die Incahuizen.  Zij doen mij denken aan dat Hobbitdorp in de Gouw.  In mijn fantasie zie ik Bilbo, Frodo en Sam door deze straten wandelen.  Ik zie hen dollen en grollen.  Ik hoor hen praten in dat vreemde taaltje.  Snel kijk ik even of ik die magische ring niet aan hun vingers zie.  Die ring, dat het begin zal betekenen van hun heftige avonturentocht.  Maar mijn kleine inspectietocht wordt onderbroken door de stem van onze gids.  Onze gids brengt mij terug uit mijn fantasiewereld.  Ik sta terug met mijn beide voeten op aarde.  In Ollantaytambo.  Net op tijd om het verhaal te horen van dat bijzondere beeld van Wiraccochan.  
 

Ollantaytambo
 
Wiraccochan? Hij zou de mythische boodschapper zijn van Viracocha, de oppergod bij de Inca’s.  Oppergod en/of scheppingsgod.  Hij bezielde het heelal door iedereen leven in te blazen.  Aan zo iemand mag dank verschuldigd zijn.  Aan zo iemand mag geofferd worden.  Dat deden de Inca’s.  Maar bij dat eerbetoon vergaten zij niet die mindere goden.  Die meelopertjes.  Ook aan die kleine, hemelse ‘bedienden’ werd gedacht.  Zoals hier in Ollantaytambo.  Hoog boven het stadje werd in de rotsen een enorm, vrij nors gezicht uitgehouwen.  Dat zou het gezicht zijn van Wiracochan.  Het beeld is niet meer intact.  Onderhevig aan de spelingen van de natuur.  Maar toch kunnen wij nog vanuit het fort dat beeld zien.  Met het blote oog.  Een verrekijker hoeft niet.  Wel enige aanwijzing.  Dat doet onze gids.  Zij wijst aan.  Wij kijken.  En zien.
 
Cuzco zou de vorm hebben van een poema.  In de omtrekken van die stad zouden wij een poema moeten kunnen onderscheiden.  Dat is ook het geval met Ollantaytambo.  Deze keer is het geen poema.  Wel een moederlama met haar jong.  Dat beeld zouden wij moeten zien als wij vanaf de rots van Wiraccochan neerkijken op het fort.  Dat beeld zouden wij moeten zien.  Wij hebben die beklimming niet gedaan.  Onze nieuwsgierigheid is niet in die mate groot dat wij die berg opstormen.  Wij blijven beneden.  Wel geloven wij dat verhaal.  Wij zijn nu bijna drie weken in Peru en Bolivia.  Wij weten intussen dat die Inca’s rare mannetjes zijn of waren.  Rare mannetjes die vreemde dingen deden en konden.  Moederlama met jong? Geen enkel probleem, toch.
 
In Chinchero hadden wij die prachtige kerk.  In Ollantaytambo hadden wij dat kolossale beeld.  Telkens wist elk dorpje dat extraatje te leveren.  Dat extraatje op het eerder gewone.  Dat extraatje, dat maakte dat herhaling toch uitbleef.  Dat mogen wij ook ervaren in Pisac, onze volgende halte.
 
Pisac.  Wij blijven niet in het centrum.  Daar moet een toerist zijn op dinsdag, donderdag of zondag.  Dan is er kunstmarkt in de stad.  Vandaag zijn wij vrijdag.  Geen markt voor ons.  Wij kunnen dat betreuren.  Maar dat doen wij niet.  Wij trekken de bergen in.  Wij rijden Cerro Kuntur op.  Op die berg liggen de ruïnes van een Incastad met burchten, heiligdommen, huizen en graven.  Burchten hadden wij al gezien.  Heiligdommen en huizen ook.  Maar die graven waren dan toch weer iets apart.  Die graven waren dan weer dat extraatje, dat een bezoek aan deze stad rechtvaardigde.  Zij verschilden van de graven, die wij zagen in Nazca.  De graven in Pisac dienden wij niet in de grond te zoeken.  Voor deze graven dienden wij hogerop te kijken.  In de bergen.  In de rotsen.  In die rotsen werden de graven uitgehouwen.
 


Pisac
 
Drie sites.  Elke keer toch weer een nieuwe ontdekking.  Elke keer toch weer iets dat net dat tikkeltje anders is.  Anders dan datgene wat wij reeds gezien hadden in de voorbije dagen.  Wij moeten bij de pinken blijven.  Peru heeft heel wat te bieden.  Wij moeten gewoon rondkijken.  Dankbaar aanvaarden.  Macchu Picchu was een hoogtepunt.  Maar het blijft slechts een deeltje van de Incabeschaving.  Die beschaving is zo veel meer.  Dat hebben wij vandaag opnieuw mogen vaststellen.
 
Wij kunnen opnieuw het busje in.  Terug naar Cuzco.  Morgen nog een laatste dag in deze prachtige stad.  De reis loopt naar haar einde.  Nog slechts enkele dagen.  Maar ook die dagen zullen wij ten volle benutten.  Daarvan zijn wij overtuigd.  Maar eerst nog een beetje slapen.  Vannacht.

Volgende aflevering (dag 22) op woensdag 11/03.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen