maandag 2 maart 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 20: Aguas Calientes - Machu Picchu - Cuzco.

Het wordt een korte nacht.  Ik lijd niet aan mogelijke slaapstoornissen.  Dat is het niet.  Ik ben een gezonde kerel.  Enkel de Machu Picchu noopt ons vroeg op te staan.  Daarvoor bestaat een goede reden.  Meerdere goede redenen zelfs.  Wij zijn niet de enigen die naar Machu Picchu willen.  Anderen willen evenzeer omhoog.  Naar die historische site.  Het aantal toeristen, dat dagelijks wordt toegelaten tot Machu Picchu, wordt momenteel beperkt tot tweeduizend vijfhonderd.  Dat is een hele hoop.  Wij willen die massa voorblijven.  Daarom graag zo vroeg mogelijk naar boven.  Bovendien willen wij boven genieten van de zonsopgang.  Dat kan niet in de namiddag.  Dat moet vroeg.  Heel vroeg.  Daarom staan wij dus om vijf uur in de morgen aan het busstation.  De eerste bus vertrekt om half zes.  Die willen wij hebben.  Aan het busstation moeten wij vaststellen dat wij niet de enigen zijn die zo denken.  Een lange rij staat reeds te wachten.  Wij schuiven aan.  In de file.
 
Via de Hiram Bingham Highway brengt een bus ons tot aan de ingang van Machu Picchu.  Wij arriveren kort voor het openingsuur.  Alweer moeten wij in lijn gaan staan.  Wachten om binnen te kunnen.  Wij laten ons meeslepen.  Stapvoets schuiven wij op.  In de kudde.  In de massa.  Binnengekomen maken wij ons los uit die bende.  Onze gids brengt ons naar een plek met een prachtig uitzicht op de site.  Naar een plek waar wij in alle rust kunnen kijken.  Waar wij in alle rust de beelden in ons kunnen opnemen.  Want dat is wat deze plek vraagt: rust.  Verwondering en bewondering vragen stilte.  Afleiding dient vermeden te worden.  Dat hoort niet.  Dat mag niet.  Zachtjes aan gewoon worden aan de gedachte op deze plek te staan.  Dat vraagt tijd.  Weg van de massa kunnen wij ons laten vollopen met verrukking.  Die eerste minuten komen wij niet verder dan ontelbare oooh’s en aaah’s.  Al te zeer onder de indruk lijken wij tijdelijk onmachtig ook maar enig woord uit te brengen.  De monden gesnoerd, dat is wat gebeurt in confrontatie met Machu Picchu.


 
Wij zouden kunnen blijven staan.  Gewoon staan en kijken.  Dat zou kunnen.  Maar dan zouden wij vele dingen missen.  Vanuit het totaaloverzicht moeten wij omschakelen naar detailstudie.  Voor die detailstudie moeten wij rondkijken.  Rondlopen op de site.  Dat doen wij.  In het gezelschap van een gids.  Een gids met kennis van zaken.  Die gids brengt ons naar de vele tempels.  De tempel van de zon.  De tempel van de drie vensters.  De tempel van de condor.  Hij brengt ons naar andere plaatsen.  Andere maar even belangrijke plaatsen.  Even intrigerende plaatsen.  Samen met hem gaan wij naar Intihuatana.  Naar de heilige plaats.  Naar de heilige steen.  Naar de fonteinen.  Het totaalbeeld van Machu Picchu valt uiteen in onderdelen.  Het grote verhaal valt uiteen in tal van kleinere verhalen.  Die verhalen vertelt de gids.  Die verhalen nemen wij op.  Met veel plezier.  Want terwijl wij luisteren, beseffen wij des te meer dat deze site een unieke plek is.  Deze unieke stad op deze unieke plek, de Inca’s moeten rare mannetjes geweest zijn.  Moeten mannetjes geweest zijn met behoorlijk wat inventiviteit en een zwaar doorzettingsvermogen.  Want hoe begin je hieraan? Hoe kan je ook maar denken dat een leuk ideetje van een stad in de bergen ook echt te realiseren is? Ik heb het totaaloverzicht gezien.  Ik heb de details gezien.  Ik heb de verhalen gehoord.  Toch begrijp ik het nog altijd niet.  Respect, dat is wat ik voel op deze plek.  Respect voor dat Incavolk.  Wat zij hier hebben gepresteerd, is niet te verwoorden.  Is niet te vatten.  Dit is groots.


 
Machu Picchu een toeristische trekpleister noemen, is een understatement.  Dit is een goudmijn voor de Peruaanse overheid.  De overheid ontvangt per jaar tussen zes en acht miljoen dollar aan entreegelden.  Daarbij zijn nog niet de inkomsten gerekend van de Incatrail, die toch ook al snel enkele miljoenen dollars opleveren.  De Peruaanse overheid is zich dan ook terdege bewust van het economische belang van deze site.  Toch leggen het grote toeristische succes en het economische belang een hypotheek op Machu Picchu.
 
Herhaaldelijk werd Peru gewaarschuwd voor de kwalijke gevolgen van het massatoerisme.  In 2001 toonde een studie van Japanse wetenschappers aan dat een gedeelte van Machu Picchu zou wegzakken onder druk van de massa’s toeristen.  Dat wegzakken lijkt nogal mee te vallen.  Eén centimeter per maand, dat zou het tempo zijn.  U zou het kunnen weglachen.  Wetenschappers lachen minder om deze vaststellingen en zijn vrij ernstig in hun besluit.  Zij vrezen voor het einde van Machu Picchu indien geen maatregelen zouden genomen worden.  Een verdere inperking van het aantal bezoekers per dag zou een denkpiste kunnen zijn.  Unesco opperde al luidop te denken aan duizend zevenhonderd bezoekers per dag.


 
De meest gekke ideeën lijken te suggereren dat de Peruaanse overheid doof lijkt voor deze duidelijke waarschuwingen.  Zo was er het voorstel een lift te bouwen, die de toeristen vijfhonderd meter omhoog zouden brengen tot op het plein van Machu Picchu.  Dit ‘oneerbare’ voorstel werd nooit realiteit.  Een ander voorstel, dat heel wat controverse uitlokte, was het bouwen van een kabelbaan naar Machu Picchu.  Dit voorstel raakte niet verder dan de tekentafel van de architect.  Het botste op te veel weerstand van de lokale bevolking.  Zij beschouwden het als een aanslag op hun culturele en religieuze erfgoed.  Beide voorstellen doen mij vermoeden dat het economische belang primeert op de historische waarde.  Beide voorstellen lijken bedoeld om nog meer mensen naar boven te brengen.  Meer mensen doen immers de kassa’s rinkelen.  Meer geld in het laatje voor de Peruaanse overheid.  Dat lijkt het voorlopig te halen.  Andere bezorgdheden lijkt die overheid niet te hebben.
 
Veel volk? Dat lijkt een understatement.  Ik heb mij teruggetrokken aan de hut van de toezichthouder.  Om eventjes te bekomen.  Even wil ik weg van alle drukte.  Gaan schuilen.  Al te gekke capriolen zie ik menig toerist uithalen.  Om toch maar die ene gekke foto te hebben.  In hun plaats sta ik doodsangsten uit.  Hun angstzweet staat in mijn handen.  Dat wil ik niet.  Daarom ga ik even bewust aan de kant staan.  De hut van de toezichthouder is daarvoor een ideale plek.  Nauwelijks word ik gestoord.  Intussen kijk ik naar die vele toeristen.  Die vele toeristen, die aan mij voorbijgaan.  Alle maten en gewichten.  Alle kleuren.  Alle gewezen en toekomstige modestijlen.  De wereld toont zich aan mij.  Zonder enige gêne kijk ik toe.  Dit is één van mijn meest aangename tijdverdrijven.  Mensen bekijken.  Aankijken.  Begapen.  Op Machu Picchu wordt mij een unieke collectie gepresenteerd.  Met veel plezier blader ik doorheen die collectie.


 
Terwijl ik rondom mij kijk, denk ik aan die ene man.  Die ene man, die dit hele circus in gang heeft gestoken.  Ik denk aan Hiram Bingham.  Hij is de ontdekker van deze site.  In 1911 stond hij een eerste keer op deze plek.  Een tweede keer was hij terug in 1912.  Hiram Bingham noemde zichzelf de ontdekker van deze plek.  Maar daarover bestaat enige discussie.  Echt ontdekken was het immers niet.  Een boer, die wist van ruïnes op de berg, bracht Bingham er heen.  Tegen een vergoeding van één sol.  Slechts één sol kreeg de boer voor zijn gidswerk.  Behoorlijk onderbetaald.  Met die vergoeding kocht Bingham zijn begeerde titel van ontdekker.  
 
Machu Picchu hoefde niet ontdekt te worden.  Jawel, het was eeuwenlang overgroeid en daardoor bijna onzichtbaar.  Maar deze plek heeft steeds bestaan.  In zijn hoogdagen was deze plek prominent aanwezig.  Een hoofdrolspeler in de grote geschiedenis van de Inca.  In de nadagen leidde het slechts een sluimerend bestaan.  Een bestaan, waarvan slechts een handvol boeren nog weet hadden.  Die boeren gebruikten deze plek.  Zij gebruikten die terrassen.  Op die terrassen teelden zij gewassen.  Machu Picchu heeft dus steeds bestaan.  Is nooit weggeweest.  Deze plek moest opnieuw onder de aandacht gebracht worden.  Moest uit de vergetelheid gehaald worden.  Deze plek moest opnieuw zijn glorieuze grootsheid tonen.  In het volle licht.  In volle helderheid.  Dat is de verdienste van Hiram Bingham.  Hij schonk Machu Picchu aan de wereld.  Misschien niet helemaal zijn bedoeling maar hij schonk deze site aan het massatoerisme.


 
In deze discussie kies ik geen kant.  Ik kies noch voor het ene, noch voor het andere kamp.  Ik blijf ver weg van dit woordenspel.  Want dat is het eigenlijk.  Van één ding ben ik evenwel zeker.  Of Hiram Bingham nu wel of niet de ontdekker is, ik ben hem dankbaar.  Zijn niet te stoppen ijver in het onthullen van de vele Incasites heeft hem uiteindelijk naar Machu Picchu gebracht.  Heeft mij uiteindelijk naar Machu Picchu gebracht.  Ik trad in zijn voetsporen.  Jawel, de omstandigheden zijn anders.  Nu gaat het wat makkelijker.  Veel makkelijker.  Toch voelt het alsof ik een heel klein beetje Bingham ben.  Want voor mij is deze dag een ontdekking.  Vandaag ontdek ik deze site.  Vandaag maak ik kennis met deze site.  
 
Ik heb Machu Picchu gezien.  Maar wat is Machu Picchu nu eigenlijk? Daarover bestaan verschillende theorieën.  Was het de eerste stad van de Inca’s? Of was het juist de laatste stad? Was het een astronomisch centrum? Was het een opleidingscentrum voor priesteressen? Was het een militair bolwerk? Lange tijd had elk van deze theorieën zijn voor- en tegenstanders.  Nu eens werd meer geloof gehecht aan die ene stelling.  Dan weer aan die andere.  Het bleek een pingpongspelletje.  Toch lijken wij nu meer en meer geloof te hechten aan die ene verklaring.  Die ene verklaring die zegt dat Machu Picchu een verblijfplaats was voor de koningen.  Voor de Incaheersers.  Een verblijfplaats met een heilige, religieuze betekenis.  Dat lijkt nu algemeen aanvaard te worden als de enige en de juiste.  Bewijsstukken worden hiervoor aangedragen.  Want zonder bewijs geen theorie.  De woningen waren te luxueus voor boeren of soldaten.  De stad was te klein en te slecht bereikbaar voor permanente bewoning.  Direct na de instorting van het Incarijk, raakte Machu Picchu onbewoond.  Er waren immers geen koningen meer.  Geen koningen meer, die behoefte hadden aan vakantie.  Machu Picchu werd verlaten.  Raakte in verval.  Werd vergeten.  Tot in 1911.  Toen kwam Hiram Bingham.

 
Bijna één volledige dag hebben wij rondgelopen op Machu Picchu.  Te lang? Helemaal niet.  Ik kan er niet genoeg van krijgen.  Maar ik moet de bus halen.  En de trein.  Want vandaag nog keren wij terug naar Cuzco.  Wij keren terug met in onze hoofden herinneringen aan een onvergetelijke plek.  Een unieke plek.  Een met niks te vergelijken plek.  Nog maar net weg of ik wil al terug.  Nog maar net terug in de bus op weg naar ons hotel of ik wil uit die bus.  Terugkeren op mijn stappen.  Om te kijken of dit geen droom was.  Om te verifiëren of dit wel echt was.  Ik kijk rondom mij.  Ik vraag het aan mijn reisgezellen.  Ik vraag hen of dit echt was.  Zij knikken.  Zeggen ja.  Zeggen nogmaals ja.  Ik kijk nog eens achterom.  Ja, ja, ja, ja, …
 
Volgende aflevering (dag 21) op maandag 09/03.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen