donderdag 5 maart 2015

De ongelooflijke veranderingen van meneer Afzal. Gezien in de Minard. Brief aan Pieter De Buysser.

Beste Pieter,
 
Ik had in het verleden verschillende mogelijkheden u te treffen.  Er was het tijdschrift waarin Het verhaal van de ongelooflijke verandering van Meneer Afzal werd gepubliceerd.  Er was de dagelijkse vertelling op Klara.  Ik had naar een intieme voorleesvoorstelling in één van de Gentse woonkamers kunnen gaan.  Geen enkele kans heb ik gegrepen.  Dat is nochtans wat men moet doen met kansen.  Kansen moet men grijpen.  Ik heb het niet gedaan.  U bleef mij onbekend.
 
Maar dan kwam er plots die ultieme kans.  Die allerlaatste kans.  U kwam naar de Gentse Minard.  Dit liet ik niet uit mijn handen glippen.  Ik kocht een kaartje.  Ik wou u zien.  Ik wou u horen.  Vanwaar die drang? Vanwaar die noodzaak? U bent een verhalenverteller.  Dat las ik.  Nu moet u weten, ik heb een zwak voor verhalenvertellers.  Ik moet steeds weer terugdenken aan die KSA-kampen.  Uit een intussen ver verleden.  Elke avond kwam toen de proost naar onze slaapzaal.  Vóór het slapengaan vertelde hij een verhaal.  Elke avond stopte hij zijn verhaal bij een cliffhanger.  Zodat hij de volgende avond onze volle aandacht had.  Dat eenvoudige truukje, waarvoor toen nog geen naam was bedacht, werkte wonderwel.  Elke keer weer.  Zo vertelde hij het verhaal van De Hobbits.  Een trilogie samengevat op tien avonden.  Erik of Het Klein Insectenboek leerde ik in die dagen ook kennen.  Jawel, het waren heerlijke tijden toen.
 
Gisteren kwam ik naar u luisteren.  Ik moet bekennen, mijn verwachtingen waren hooggespannen.  Ten gevolge van die erfenis uit het verleden.  U had een zware concurrent aan de KSA-proost.  Hem evenaren of zelfs overtroeven zou moeilijk worden.  Hierin schuilde een grote uitdaging voor u.  Een uitdaging, waarvan u zich niet bewust was.
 
Nu wacht u op het verdict.  Op mijn oordeel.  Ik kan u geruststellen.  U slaagde.  Met glans.  Meer nog, u plaatste uzelf op hetzelfde niveau.  Of neen, u klom nog een trapje hoger.  Want u deed meer dan enkel vertellen.  U sprong.  U draaide.  U liep.  U bleef niet staan aan die lezenaar.  U was mobiel.  Van hier naar daar.  Van daar naar hier.  U besloeg het hele podium.  Of toch een deel van dat podium.  U stond niet vastgespijkerd op die ene plaats.  Het was alsof u mee optrok met meneer Afzal.  Op zijn grote ontdekkingstocht.
 
Maar het was meer dan enkel die mobiele vertelstijl.  Die mobiliteit alleen zou niet volstaan voor de hoge punten.  Voor de vele sterren.  Het eigenlijke verhaal, dat was de belangrijkste hoofdrolspeler van de avond.  Dat bizarre verhaal.  Dat surrealistische verhaal.  Dat verhaal, zo veel meer dan een gewoon verhaal.  Een verhaal, bevolkt door vreemde wezens.  Een huilend monster.  Onder de luchthaven van Brussel.  Een sprekende kassei, de hoeksteen van de samenleving.  Een wegrottend meisje.  Leo, de pauw.  Gezeten in een op maat gemaakt elektrisch karretje.  Een regerende octopus.  Met ruziënde tentakels.  Een chagrijnige rivierpaling.  Totaal van de pot gerukte personages regeerden dit verhaal.  Zij waren de heersers.  De meesters.  Zij maakten dit verhaal sprankelend.  Boeiend.
 
Ik stelde geen vragen.  Ik volgde u.  Zonder enig voorbehoud.  Aan uw hand ging ik mee in dat verhaal.  Ik hing aan uw lippen.  Ik laafde mij aan die poëtische, flitsende woordenstroom.  Afhaken was geen optie.  Met veel plezier ging ik mee in die heerlijk, fantastische trip.  Weg van de gewone wereld.  Die gewone wereld bestond voor anderhalf uur niet.  Meneer Afzal en zijn vrienden, dat was voor heel eventjes de kern van mijn bestaan.
 
Vragen had ik niet.  Dat schreef ik nog zonet.  Geen vragen.  Toch niet op het moment dat u vertelde.  Op dat moment wou ik enkel luisteren.  Pas als u stopte, leek het alsof mijn mogelijkheid tot denken opnieuw werd aangeschakeld.  Toen kwamen die vragen.  Was dit een simpel verhaal? Louter bedoeld als entertainment.  Als verstrooiing.  Of was het meer dan enkel dat? Was het een politiek statement? Een filosofisch traktaat? Was het een allesomvattende kritiek op deze steeds moeilijker te begrijpen wereld? Vele vragen borrelden op.  Op weg naar huis.  Antwoorden heb ik nog niet.  Die zoek ik.  Nu nog steeds.
 
U bezorgde mij een fijne avond.  Voor één avond was ik weer die KSA-jongen.  Dat leeuwtje.  Goed ondergestopt in bed.  In die grote slaapzaal.  Het was een warm gevoel.  Bedankt om mij nog even terug te flitsen.  Die teletijdmachine van professor Barabas bestaat dan toch.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Link:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen