maandag 16 februari 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 17: Copacabana - Cuzco.

Vandaag staat de langste busrit op het programma.  Bij aankomst in Cuzco zullen wij merken dat wij net geen twaalf uur op de bus zaten.
 
Vandaag verlaten wij Bolivia.  Wij moeten opnieuw de grens over.  Van Bolivia naar Peru.  Alweer bemerken wij dat datzelfde enthousiasme van bij de vorige grensovergang.  Een totaal gebrek aan enig enthousiasme, dat is wat ik opmerk.  Beroepsfierheid lijkt ver weg.  Terwijl ik sta aan te schuiven en te wachten op mijn beurt besef ik dat ik ook wel eens een mindere dag kan hebben.  Dat kan gebeuren.  Maar het op een dergelijke manier tentoonspreiden, dat heb ik in alle eerlijkheid nog nooit gedaan.  Dat tracht ik te onderdrukken.  Of neen, dat onderdruk ik.  Maar deze Boliviaanse ambtenaren nemen niet de minste moeite hun desinteresse te verbergen.  De gelatenheid van die ambtenaren tast de hele omgeving aan.  Binnen die gebouwen ervaar ik een doodsheid.  Een akelige stilte.  Humor wordt hier niet getolereerd.  Spreken mag hier niet.  Of nauwelijks.  Lachen of praten zou de grauwheid kunnen verdrijven.  Dat lijken die ambtenaren niet te willen.  Dat lezen wij toch af van de norse houding.  Maar kunnen wij het hen kwalijk nemen? Die vraag stel ik mij.  Een nog grotere eentonigheid kan ik mij nauwelijks voorstellen.  Paspoorten inzien en afstempelen, meer is het niet.  Maar dan zou ik plezier van de job toch zoeken in het contact met de mensen.  Dat gebeurt evenwel niet.  Die denkoefening hebben de Boliviaanse douanebeambten nog niet gemaakt.

 
Wat is er toch aan de hand met Peru? Peru lijkt wel het land met de twee gezichten.  De ene keer tovert het prachtige landschappen uit haar hoed, de andere keer schotelt het ons de meest grauwe beelden voor.  Dat heen en weer geslingerd worden tussen uitersten van schoonheid en lelijkheid ondervind ik vandaag opnieuw aan den lijve.  Juliaca lijkt wel het dieptepunt te worden.  Het dieptepunt van lelijkheid.  Nochtans is Juliaca de hoofdstad van de provincie San Román.  Maar uit niks spreekt de sterrenstatus van provinciehoofdstad.  De wegen zijn nauwelijks te berijden.  Diepe putten in het wegdek.  Het heeft net geregend en die putten in de weg zijn verworden tot diepe en grote waterplassen.  Juliaca lijkt te verzuipen.  Lijkt weg te zinken in die enorme waterplassen.  Maar niet enkel zinkt Juliaca weg in het water.  De stad zinkt ook weg in het vuilnis.  Overal zien wij vuil.  Niet een beetje.  Wel veel.  Enorm veel.  Opeengehoopt.  Niet verborgen.  Niet weggestoken.  Open en bloot.  Alsof het vanzelfsprekend lijkt.
 
Nog maar net zijn wij Juliaca uitgereden of ik word opnieuw geconfronteerd met de buitengewone pracht van dit land.  Opnieuw moet ik mijn mening herzien.  Dat constante proces van heroverwegen bepaalt misschien de charme van het land.  Het land kan niet samengevat worden in één enkel woord.  Bovendien bemoeilijkt dat constante proces het vormen van een oordeel over Peru.  Die twee gezichten bemoeilijken een eenduidig standpunt.  De ene keer zal de schoonheid het oordeel beïnvloeden en bepalen.  De andere keer zal de lelijkheid de overhand nemen.  De balans beweegt continu.  Staat nooit stil.  Nooit is er een evenwicht.  
 
Onderweg zie ik alweer herinneringen aan de voorbije verkiezingen.  Op muren zie ik talrijke logo’s van politieke partijen.  Logo’s moeten simpel zijn.  Bij het uitdenken van die logo’s komen geen marketingbureaus kijken.  Dat is niet nodig.  Eenvoud in ontwerp moet gezocht en gevonden worden.  Dat is geen karwei voor een dergelijk bureau.  Zij zoeken hun heil in complexiteit.  Complexiteit, die de hoogte van de factuur voor geleverde werken kan verklaren.  Partijen gaan zelf op zoek naar die eenvoud.  Dat blijkt te lukken.  Zo wordt een bepaalde partij vereenzelvigd met een sinaasappel.  Zou dat betekenen dat deze partijen de kiezers willen uitpersen? Of zou die sinaasappel symbool staan voor de zoete zachtheid van het partijprogramma? Een andere partij kiest voor een pikhouweel.  Alsof zij lijken te suggereren dat zij zwaar zullen inhakken in het budget voor sociale maatregelen.  Of zou het eerder bedoeld zijn om duidelijk te maken dat zij zich zullen losmaken en loshakken van de machtige lobby’s? Logo’s blijken dan toch niet eenduidig te zijn.  Veeleer zijn die logo’s multi-interpretabel.  Wij kunnen lachen met deze ‘vreemde’ logo’s.  Maar de uiteindelijke bedoeling is om analfabeten, die toch een belangrijk deel uitmaken van het kiezerspubliek, naar de partij te lokken.  Andere partijen schatten hun kiespubliek hoger in en menen te volstaan met één enkele letter.  Die partijen hebben een hogere dunk van de eigen bevolking of onderschatten het probleem van analfabetisme zwaar.

 
Maar behalve die logo’s lees ik ook vele verkiezingsbeloftes op muren en gevels.  Geen corruptie.  Honderd procent tewerkstelling.  Directe democratie.  Zou het kunnen? Zouden die beloftes te realiseren zijn? Of zou het toch eerder bedoeld zijn om de kiezer te verleiden? Zou het enkel een verkiezingspraatje zijn en alleen daarom al niet als ernstig beschouwd te hoeven worden? Zouden de kandidaten ook hier de hemel op aarde beloven om na de verkiezingen hard geconfronteerd te worden met de realiteit? Verkiezingen en het eigenlijke politieke bedrijf lijken ook in dit land mijlenver van elkaar te liggen.  Een te grote spreidstand.
 
Alcalde.  Verschillende kandidaten dingen naar de functie van alcalde bij de vorige verkiezingen.  Ook dat kan ik aflezen van muren.  Jawel, muren lijken in Peru een ware bron van informatie.  Bij die titel denk ik niet aan een burgemeester.  Want dat is wat alcalde eigenlijk betekent.  Daaraan denk ik helemaal niet.  Voor mijn ogen zie ik die corrupte bevelhebber.  Die duivelse tegenstander van Zorro.  Niet enkel dat programma komt ter sprake in Peru.  Ook Manco Cápac, de eerste Inca, roept herinneringen op aan de televisie.  Televisie uit de beginjaren van de BRT.  Mij is het onbekend maar andere reisgenoten vertellen enthousiast.  Aan het jongere publiek, waartoe ik ook mezelf reken, geven zij verhaal en uitleg.  In die jeugdreeks schitterden acteurs als Jan Matterne, Jef Demedts en Senne Rouffaer.  Televisie is niet dat verfoeilijke ding.  Televisie hoeft niet gebannen te worden.  Televisie schenkt herinneringen.  Niet enkel aan programma’s.  Ook aan een voorbije tijd.  Dat is heerlijk, toch?

 
Logo’s en beloftes zijn leuk.  Toch kunnen zij ons geen twaalf uur lang boeien.  Twaalf uur op de bus, dat is een lange tijd.  Een behoorlijk lange tijd.  In die mate zelfs dat wij na verloop van tijd echt wel beseffen dat wij op een bus zitten.  Verveling kan dan toeslaan.  Verveling kan toeslaan op het moment dat wij menen alles uitgeprobeerd te hebben om toch maar de tijd te verdrijven.  Als dat moment komt, moeten wij zoeken naar alternatieven.  Om die verveling toch van ons af te houden.  Ik was bij een jeugdbeweging.  Zes jaar lang.  Ik ken alternatieve middeltjes.  Enkele van die middeltjes proberen wij uit op de bus.  Een spontane ingeving.  Niet in opdracht.  Wij beginnen met hints.  Het uitbeelden van film-, roman- of songtitels.  Van gezegden en spreekwoorden.  Het helpt.  Iedereen of toch bijna iedereen doet mee.  Minuten tikken weg.  De ambiance neemt toe.  In die mate zelfs dat wij stoppen met hints en overschakelen op een zangstonde.  Alweer grijpen wij naar de Vlaamse schlagers.  Zoals op de zoutvlakte van Uyuni.  Alweer lukt het.
 
Het is donker als wij aankomen in Cuzco.  Verkenning van de stad? Dat zal voor morgen zijn.  Nu duiken wij het bed in.  Wij zijn moe.  Moe van een te lange busrit.
 
Volgende aflevering (dag 18) op maandag 23/02.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen