maandag 2 februari 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 14: Uyuni - Potosi.

Wij gaan naar Potosi, de hoogst gelegen stad ter wereld.  Vierduizend honderd meter, dat is de hoogte, noodzakelijk om de titel van hoogstgelegen stad te kunnen binnenrijven.  Bij Potosi denk ik niet aan die titel.  Ik denk niet aan die hoogte.  Ik moet denken aan die ene jaargang van Peking Express, een spelprogramma waarbij acht koppels liftend door een aantal landen reizen met de uiteindelijke bedoeling als winnaar over de eindmeet te komen.  Ik zou kunnen denken aan die dolkomische Egbert uit die jaargang.  Maar dat doe ik niet.  Ik denk aan die ene Nederlandse dame.  Zij had het continu over Petosi.  Uitgesproken met een eigen en vettig Nederlands accent.  Elke keer moesten wij lachen bij dat ene woord.  Hilarisch, dat was het.  Toen keken wij hoe die deelnemers zich door de hoogstgelegen stad haastten.  Die stad was totaal vreemd voor ons.  Nooit hadden wij iets van of over die stad gehoord.  Vandaag zou het anders worden.  Vandaag trekken wij zelf naar die stad.
 
De rit naar Potosi is magnifiek.  Het valt moeilijk schoonheid te omschrijven.  Woorden schieten vaak te kort.  Schoonheid moet gezien worden.  Moet niet beschreven worden.  Want elke poging tot omschrijving is een leugen.  Een leugen omdat woorden de echte schoonheid slechts benaderen.  Het landschap omschrijven als magnifiek is dan ook een zwaktebod.  In het volle besef dat ik datzelfde landschap oneer aandoe.  Maar tegelijk moet dat ene woord uw fantasie prikkelen.  Prikkelen om tot de mooiste voorstelling van zaken te komen.


Op weg naar Potosi
 
Wij reizen nu al bijna een week doorheen Bolivia.  Wij hebben zowel van Peru als van Bolivia kunnen proeven.  Dan volgt die onvermijdelijke vraag.  Die vraag om een vergelijking te maken.  Die vraag om af te wegen wie nu uiteindelijk de mooiste is.  Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, … Zo voelt die vraag aan.  Het is altijd een netelige vraag.  Een moeilijke vraag.  Tot voor enkele dagen zat twijfel in mijn hoofd.  Ik kon niet beslissen.  Was totaal besluiteloos.  Die besluiteloosheid was misschien een gevolg van het stevig door elkaar geschud worden in de bus.  Het maakte mij futloos, weinig besluitvaardig.  Oordelen moeten wij doen met een helder hoofd.  Indien ons hoofd te bewolkt is, moeten wij de beslissing uitstellen.  Dan moeten wij eventjes wachten met het zoeken naar het juiste antwoord.  Vandaag lijkt mijn hoofd helder te zijn.  Zo voelt het toch aan.  Ondanks het feit dat ik om zes uur ben opgestaan deze morgen.  Ik ben helder.  Ik mag oordelen.  Mijn voorkeur gaat uit naar Bolivia.  Omdat ik in het landschap meer variatie ontdek.  De Boliviaanse gevarieerdheid wordt geplaatst tegenover de Peruaanse eentonigheid.  Dan wint de afwisseling.  Zo is het altijd al geweest.  Eentonigheid gaat snel vervelen.  Dat is in alles zo.  Ook in het liefdesleven.  In de liefde moeten wij alles doen om het sprankelend en boeiend te houden.  Zoniet slaat de eentonigheid toe.  De saaiheid.  Dat is de grootste dooddoener.  Die saaiheid verklaart daarom ook Peru tot verliezer.  Bolivia is groener.  Is netter.  Zo is het.  Dat is de realiteit.  Onze ogen sluiten voor die realiteit kunnen wij niet.  Mogen wij niet.  Maar wij moeten alert blijven.  Kritisch blijven.  Om ons oordeel bij te sturen indien nodig.  
 
Net voor wij Potosi binnenrijden, moeten wij overstappen in een minibusje.  Onze monsterbus heeft ons zonder enig probleem van La Paz naar Uyuni gebracht.  Maar voor de stadspoorten van Potosi moet onze monsterbus het laten afweten.  Noodgedwongen.  Te smalle straatjes.  Te steile straatjes.  Die straatjes blijken niet gemaakt voor de reuzenwielen van onze bus.  Een kleiner en vinniger busje moet de stadsstraatjes op en door.  Dat kleine busje moet ons naar het hotel brengen.  Negentien mensen met hun bagage in een busje, het kan.  Maar het wordt wringen.  Het wordt duwen.  Wij voelen ons als sardines.  In dat kleine blikje.  Wij zitten opeengeperst.  Koffers op, boven, onder en naast ons.  Maar wij halen de eindmeet.  Wij bereiken ons hotelletje.  Het busblikje wordt geopend.  Wij rollen er uit.
 
Even verpozen, het zou fijn zijn.  Maar wij verblijven slechts één dag in dit Unesco werelderfgoed.  Morgen reizen wij alweer verder.  Een kleine siësta lijkt plots geen mogelijkheid meer.  Er moet gezien worden.  Er moet ontdekt worden.  Rusten is geen optie.  Wij moeten vooruit.  Verder.  Wij trekken de stad in.
 
Het is koud.  Het hagelt.  De zon laat het afweten.  Voor de eerste maal.  Ik lijk mij solidair te voelen met die afwezige zon.  Want ook ik laat het afweten.  Alsof de weersomstandigheden een onmiddellijke invloed hebben op mijn humeur.  Ik loop er maar wat bij.  Ik slenter wat rond.  Alles lijkt van mij af te vallen.  Niks pik ik op.  Wat ik deze middag voel, kan ik omschrijven als een offday.  Deze namiddag ben ik er eventjes niet.  Zelfs tijdens de rondleiding in het Casa Nacional de Moneda ben ik er niet.  Misschien is het verplichte karakter van de rondleiding een domper op de feestvreugde.  Toch durf ik dat te betwijfelen.  Ik ben een brave jongen.  Ik kan best wel luisteren.  Ik ben best wel volgzaam.  Maar de gelatenheid kan ik niet afschudden in dit museum.  Ik luister wel naar de uitleg.  Maar wat het ene oor ingaat, loopt heel snel en vlotjes het andere oor uit.  De geschiedenis van het nationale muntwezen gaat aan mij voorbij.  Als een spook waar ik door de stad.  Zou de vermoeidheid mij in haar greep hebben? Of zou het eerder een appelflauwte zijn? Heb ik nood aan een culinair opkikkertje?

Casa Nacional de Moneda
 
Eten, dat zou een oplossing kunnen zijn.  Wij proberen het.  Wij trekken naar 4060, volgens de reisgidsen één van de betere restaurants in Potosi.  Binnen is het lekker warm.  Wij schuiven aan tafel, dichtbij een gezellig stoofvuurtje.  De kaart is uitgebreid.  Toch is een uitgebreide studie niet nodig.  Ik kies voor steak.  Met een champignonsausje.  Met die combinatie hoop ik mijn minder dagje te kunnen uitvegen.  
 
Mijn steak is heerlijk mals en echt lekker.  Bij elke hap word ik net dat ietsje vrolijker.  Ik herstel.  Ik recupereer.  Aan het eind van die overheerlijke maaltijd zijn alle donderwolken verdreven.  In mijn hoofd straalt het zonnetje.  Zoals meestal.  Ik voel mij herboren.  Ik ben opnieuw kwiek en monter.  Om dat te vieren, nemen wij nog een koffietje.  Ondanks ons aanvankelijk voornemen er stevig in te vliegen, lijken wij toch een siësta ingelast te hebben.  Niet echt gepland maar meer dan welkom.  Soms kan afwijken van de geplande route toch wonderlijke en heilzame gevolgen hebben.  Zoals nu. 



Potosi
 
Wij trekken opnieuw de stad in.  Het is reeds donker.  De zon is net gaan slapen.  Maar dat is helemaal niet erg.  Het laat ons toe Potosi op een andere manier te ervaren.  Potosi baadt in het avondlicht.  De straatverlichting en strategisch opgestelde spotlichten doen de historische gebouwen naar voor treden.  Zij worden letterlijk in de spotlight geplaatst.  De gebouwen eisen de hoofdrol op.  De rol, die zij in deze historische stad dienen te spelen.  Vanavond schitteren deze hoofdrolspelers.  Deze namiddag was ik nog blind.  Vanavond zie ik helder en klaar.  Ik zie de architecturale getuigen van een ooit aanwezige rijkdom.  Midden de zeventiende eeuw was Potosi de grootste en meest welvarende stad van het continent.  In die periode werden schitterende paleizen en herenhuizen gebouwd.  Er werden meer dan dertig kerken ingewijd.  Exclusieve goederen (wijn, zijde, kristal, tapijten, porselein, …) uit de hele wereld werden geïmporteerd.  In Potosi klopte het hart van de wereld.  Potosi was toen groter dan Londen.  Groter dan Parijs.  Potosi was in die dagen een wereldstad.


Potosi
 
Aan die expansiedrift is een einde gekomen.  Rust is neergedaald over de stad.  Maar de herinnering aan die sprankelende eeuw maakt van Potosi zo veel meer dan enkel maar een tussenstop in Peking Express.  Hier werd ooit geschiedenis geschreven.  Grote geschiedenis.  Geschiedenis met een hoofdletter.  In die geschiedenis hebben wij heel even mogen rondwandelen.  
 
Sprookjesgewijs zou ik kunnen zeggen dat Potosi deze namiddag een kikker was.  Een kikker, die ’s avonds toch bleek te veranderen in een prins.  Heel soms bestaan sprookjes echt.

Volgende aflevering (dag 15) op woensdag 04/02.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen