vrijdag 6 februari 2015

Alsemkomt van De Roovers. Gezien in de Minard.

Ambitie.  Dat is wat ons drijft.  Ambitie.  Dat is de motor van ons handelen.  Zonder ambitie lijkt de moderne mens niet te functioneren.  Lijkt de moderne mens niet te bestaan.  Doelen, dat is wat een mens zich moet stellen.  Aan het halen van die doelen wordt het succes van diezelfde mens afgemeten.  Niet door die ene mens.  Wel door de omgeving van die ene mens.  Die omgeving wikt en weegt.  Die omgeving beslist.  Imponeren is de boodschap.  Imponeren wordt ambitie.  Alles moet steeds maar groter.  Steeds maar sneller.  Steeds maar mooier.  Steeds maar beter.  Steeds maar hipper.  Niet voor eigen roem en glorie.  Wel voor de ogen van die ander.  Want die ander bepaalt.  Die ander oordeelt over de graad van succes.  Over winst of verlies.  
 
Dat is hoe het werkt.  In deze mallemolen moet iedereen mee.  In deze ratrace.  Aan de kant blijven staan, is geen optie.  Iedereen moet mee in die stroom.  Iedereen wil mee in die stroom.  Want in de verte ligt winst.  Winst, die moet verworven worden.  Om die nooit te verzadigen honger naar ambitie te stillen.  Ambitie is vooruitgang.  Want stilstaan is toch achteruit gaan? 
 
Heel soms blijven mensen toch achter.  Heel soms beslissen mensen toch niet mee te lopen.  Heel soms plaatsen mensen zichzelf toch buiten de maatschappij.  Zoals in het café van Harry Hope uit de voorstelling Alsemkomt van De Roovers.  Dat café wordt enkel maar bevolkt door verloren zielen.  Beschouwen zij zichzelf als verloren zielen? Ik weet het niet.  Ik twijfel.  Maar in de ogen van de maatschappij worden zij als outcasts beschouwd.  Als nuttelozen.  Zonder enige toegevoegde waarde.  Over dat oordeel kan geen twijfel bestaan.  De klanten van Harry Hope zijn zich bewust van die stempel.  Zij beseffen dat zij niet meespelen in het grote spel.
 
Zij hebben geen ambitie.  Geen enkele.  Enkel illusies koesteren zij.  De ene zal ooit actrice worden.  De andere zal ooit trouwen.  Nog een andere zal ooit advocaat worden.  Hun plannen kondigen zij luid aan.  Herhaalde keren.  Maar in die aankondiging klinkt twijfel.  Alsof zij toch beseffen dat het nooit zal lukken.  Maar dat besef weerhoudt hen niet te blijven dromen.  Te blijven dromen van een leven buiten het café van Harry Hope.  Te blijven dromen van een ‘normaal’ leven.  Een succesvol leven.
 
Eén iemand, Hickey (gespeeld door Stefaan Degand), lijkt orde te willen brengen in de wanorde van die verschillende tooghangers.  Hij maant hen aan die illusies los te laten.  Hij raadt hen aan de waarheid onder ogen te zien.  De confrontatie met zichzelf aan te gaan.  Zij moeten zichzelf niks meer wijsmaken.  Geen leugens meer.  Sommigen nemen deze raad ter harte.  Zij proberen hun leven opnieuw in eigen handen te nemen.  Voor eventjes maar.  Iedereen faalt.  Iedereen keert terug naar die ene, vertrouwde stal.  Het café van Harry Hope.  Enkel daar zijn zij thuis.  Enkel daar lijken zij te functioneren.
 
De meeste tooghangers proberen eventjes.  Toch keren zij terug.  Uit angst? Heel misschien verlangen zij terug naar dat vertrouwde nest.  Dat nest, waar zij hun plaats kennen.  Dat door ons als troosteloos ervaren drankhol wordt door die klaplopers gezien als een veilig toevluchtsoord.  Zijn zij mislukt? Voelen zij zich mislukt? Ik aarzel hierop een antwoord te geven.  Eén ding is zeker, zij kiezen.  Zij maken de keuze terug te keren.  Kiezen is vrijheid en vrijheid is het hoogste goed, toch?
 
Eén iemand faalt.  Slechts één iemand.  Dat is Hickey.  Dat is de man, die alles op een rijtje had.  Althans, dat dachten wij.  Onder de klaplopers was hij de enige met een plan.  Naar hem werd opgekeken.  Hij had het gemaakt in die grote wereld daarbuiten.  Toch valt juist die ene man het diepst.  De man met ambities knalt hard tegen de muur.  Geen enkel vangnet om hem op te vangen.  Ambities lijken niet altijd zaligmakend.  Zijn ambities geen aantrekkelijk en mooi verpakte illusies? Wordt de val bij het niet kunnen realiseren van die vooropgestelde ambities daarom niet intenser en dieper?
 
Tristesse.  Miserie.  Dat is wat wij zien op het podium.  Het zien van al die tristesse zou het publiek triest kunnen stemmen.  Niet bij mij.  Het klinkt vreemd.  Toch is het zo.  Voor elk van die tooghangers koester ik een warme sympathie.  Mislukkelingen kunnen zij genoemd worden.  Maar ik doe het niet.  Ik wil in hun gezelschap vertoeven.  Met hen drinken.  Met hen lallen en brallen.  Met hen wil ik mij gooien in de drank.
 
Winnaars hebben ambitie.  Verliezers hebben illusies.  Maar wat als ambities niet gehonoreerd worden? Jaloezie.  Moord.  Zelfmoord.  Wat als illusies niet bewaarheid worden? Drank.  Drank.  En nog eens drank.  Misschien verklaart die tegenstelling wel mijn keuze van kamp.  Mijn keuze voor die verloren zielen.  Ik ben geen ambitieus mannetje.  Ik loop mee in die ratrace.  Dat wel.  Omdat het moet.  Omdat het wordt verwacht.  Maar heel af en toe ga ik aan de kant staan.  Om te kijken.  Om te glimlachen met die grappige kermis, dat het grote leven eigenlijk toch wel is.  Dat grote leven, dat door iedereen als zo serieus wordt beschouwd en beleefd.
 
Alsemkomt.  Heerlijk theater.  Steengoede acteurs en actrices.  Alsemkomt.  Prachtige soundtrack.  Steengoede muzikant.  Eergisteren was hard.  Eergisteren was mooi.  Eergisteren was aangrijpend.  Eergisteren was emotioneel.  Woensdagavond zag ik een pracht van een voorstelling.

Trailer:
De Roovers – Alsemkomt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen