vrijdag 2 januari 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 7: Arequipa.

Een reality tour.  Dat is wat vandaag op het programma staat.  Onze gids heeft een missie.  Zo vertelt hij ons.  Hij wil ons wegleiden van de platgetreden, toeristische paden.  Hij wil ons het leven tonen zoals het werkelijk is.  Zonder franjes.  Niet bijgewerkt of opgesmukt.  De naakte waarheid, dat wil hij ons tonen.  Dat wil hij ons vertellen.  Hij wil het beeld, dat wij in ons hoofd hebben gemaakt van Peru, bijwerken.  Op basis van een beperkte kennis, gehaald uit boeken en andere media, hebben wij dat beeld gevoed en vorm gegeven.  Vanuit België hebben wij een mening gevormd over Peru.  Zonder ook maar één voet in het land te zetten.  Die mening heeft zich vastgezet in onze hoofden.  Met die op afstand gevormde opinie zijn wij in Peru geland.  Onze gids stelt zich nu tot doel dat vastgeroeste oordeel los te wrikken en opnieuw op te bouwen.  Met bouwstenen, door hem aangereikt.  Bouwstenen, die de gids haalt uit het dagelijkse leven.  Dat dagelijkse leven zal onze ogen moeten openen.  Dat dagelijkse leven zal ons het echte Peru moeten tonen.  Pas als wij dat echte Peru gezien en gehoord hebben, zullen wij kunnen oordelen.  Gefundeerd.  Onderbouwd.
 
In zijn poging ons het echte Peru te tonen, mijdt onze gids de nuances.  Hij is recht voor de raap.  Wij zitten nog maar net op de bus of hij begint met een lofzang op de ex-president Fujimori.  Aan die president kleven beschuldigingen van corruptie en schendingen van de mensenrechten.  Dat alles kwam uitvoerig in de pers.  Dat beeld zou niet juist zijn.  Of toch niet volledig.  Fujimori zou het slachtoffer zijn van een mediacomplot.  In een samenzwering tegen zijn persoon, waarin de huidige machthebbers samenspannen met de landelijke media, werd El Chino geslachtofferd.  Een te sterke nadruk op de zware uitschuivers besmeurden het beeld van Fujimori.  
 
Onze gids belicht de andere zijde van de verketterde president.  Onder zijn presidentschap werden enkele projecten opgestart, die voornamelijk de lagere sociale klassen ten goede kwamen.  Onder zijn impuls werd begonnen met seksuele opvoeding waarbij condooms en de anticonceptiepil gratis werden verstrekt.  Dit initiatief kende een groot succes.  Het aantal tienerzwangerschappen daalde fel.  Diezelfde president maakte het tevens mogelijk dat diezelfde sociale klassen gemakkelijker over een eigen huis konden beschikken.  
 
Met dat beleid voelde de elite zich bedreigd.  Alles wordt in stelling gebracht om president Fujimori in diskrediet te brengen.  Dat lijkt gemakkelijk te gaan.  De media (kranten en televisie) lopen aan de hand van diezelfde elite.  De media is het klankbord van die elite.  Uiteindelijk begint in 2007 een hele reeks processen tegen de president.  Hij wordt schuldig bevonden voor machtsmisbruik, omkoping en schending van de mensenrechten.  Fujimori belandt in de cel.
 
De celstraf doet de goede prestaties van Fujimori ondersneeuwen.  De sociale verdiensten lijken vergeten te worden.  Hiertegen gaat onze gids in verzet.  Hij wil geen eenzijdig verhaal.  Hij wil het hele verhaal vertellen.  Maar wegen die sociale verdiensten op tegen de schending van de mensenrechten? Wegen die sociale projecten op tegen machtsmisbruik en omkoping? Onze gids neigt naar een positief antwoord.  Ik twijfel.  Want vertelt die gids wel het echte verhaal? Is de gids niet de spreekbuis van bepaalde belangengroepen? Vertelt die gids niet zijn gekleurde versie van de feiten? Ik weet het niet.  Het niet weten van een duidelijk antwoord doet mij aarzelen om voluit mee te gaan in het verhaal van onze gids.  Ik blijf sceptisch.
 
De reality tour zal ons naar plaatsen brengen waar wij het dagelijkse leven kunnen ervaren.  Waar wij midden in dat leven zullen staan.  Die confrontatie in combinatie met de commentaar van onze gids kan hard zijn.  Maar wij beginnen zachtjes.  Hardheid mag ons niet onmiddellijk in het gezicht gesmeten worden.  Dat moet in stapjes gebeuren.  Heel geleidelijk.  Daarom beginnen we op een lokale markt.  De verkopers in de kraampjes lachen ons toe.  Vriendelijke jongens en meisjes, dat zouden wij kunnen denken.  Heel waarschijnlijk is dat ook zo.  Maar toch schuilt er achter die glimlach een economische noodzakelijkheid.  Zij lachen u toe, dat is waar.  Maar tegelijk schuilt in die lach de hoop u als klant binnen te rijven.  De lach als verkoopargument.  De lach als verleiding.  Elke verkoper wil de leukste zijn.  Elke verkoper wil de sympathiekste zijn.  Want dat kan het verschil maken tussen verkopen of niet verkopen.  Tussen veel of weinig geld.  Die lach kan de verkoopcijfers de hoogte injagen.  Dus ook het commissieloon.  Want dat is wat die verkopers aan de kraampjes krijgen, een commissieloon.  Zij zijn geen eigen eigenaars.  Zij zijn werknemers, in dienst van die eigenaars.  In die hoedanigheid trachten zij alles uit de kast te halen om de marktgangers aan hun kraampje te doen stoppen.  Te doen kopen.  Want kopen betekent een beetje geld.  En zoals ook wij weten, maken alle beetjes groot.  Of dat zou toch moeten.
 

Lokale markt
 
Het was rustig op de markt.  In de voormiddag is het altijd rustig.  De grote drukte wordt pas verwacht in de avond.  Rond 17.00 uur.  Dan keren de vele dagjeswerkers terug van hun werk.  Zij zijn uitbetaald en hebben geld.  Dan doen zij aankopen.
 
Het is een vreemd fenomeen, die dagjeswerkers.  In Arequipa zijn er acht plaatsen (markten) waar dagjeswerkers zich kunnen aanbieden.  Elke keer weer bieden zij zich aan in de hoop uitgekozen te worden.  Want werk betekent geld.  In deze wereld is geld noodzakelijk.  Om te overleven.  Een harde realiteit waar ook Peru niet aan ontsnapt.  Onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden wordt er dan ook nauwelijks gedaan.  Uitzicht op een karig of zelfs minimaal loon maakt een mens minder kieskeurig.  Werk wordt aanvaard.  Zonder morren.  Om thuis die mondjes te kunnen voeden.
 
Dat dagjeswerk zit in de lift.  Steeds meer mensen maken gebruik van dit soort werkers.  Ook de rijke elite heeft de weg gevonden.  Zij geven de voorkeur aan tijdelijk boven eigen personeel.  Het is goedkoper en men is als werkgever niet gebonden door enige plicht(en) jegens die werknemer.  De werkgever staat in de sterkste positie.  De werknemer in de zwakste.  Hij kan geen enkel recht laten gelden.  Hij moet zwijgen.  Zwijgen om zijn kansen gaaf te houden.  Zwijgen om ook de volgende dag zicht te houden op werk.  Mogelijke kans op uitbuiting lijkt ingebakken te zitten in dit systeem.  De schaal waarop het gebeurt, is onbekend.
 
Wij laten de markt achter ons.  Wij willen de Peruaanse realiteit in al zijn facetten zien.  Dan moeten wij een beetje voortmaken.  Wij rijden naar een steengroeve.  Arequipa wordt ook wel eens de witte stad genoemd.  Veel gebouwen in de stad zijn opgetrokken uit het zilverwitte tufgesteente.  Bijnamen worden snel gevonden.
 
Vandaag krijgen wij te zien hoe die stenen worden gewonnen.  Worden gekapt.  Wie hoogtechnologisch werk en/of zware machines had verwacht, komt bedrogen uit.  Primitieve handenarbeid, dat is wat wij zien.  De gids stelt ons voor aan een steenkapper.  Een jonge en gespierde kerel? Niks van aan.  Wij zien een tweeëntachtigjarige man.  Broodmager en kromgebogen.  Hij staat alleen in deze steenwoestijn.  Collega’s of lotgenoten zijn niet te bespeuren in de onmiddellijke nabijheid.  Alleen doet hij zijn werk.  Blootgesteld aan een te felle zon.  Zonder enige beschutting.  Hij zou de schaduw kunnen opzoeken tegen de rotswand.  Maar hij vreest aardbevingen.  Bedolven worden onder te grote rotsen, het is geen aantrekkelijk vooruitzicht.  Dus kiest hij voor de brandende zonnestralen.
 

Steengroeve
 
Oude mensen hoeven hier niet te zijn.  Dat denk ik stilletjes.  Zij hoeven hier niet te zwoegen.  Niet te zweten.  Volop van het nog resterende leventje genieten, dat is wat zij moeten doen.  Maar dit is de reality tour.  Die tour toont ons de realiteit zoals zij is.  Dus staan hier oude mannetjes in de steengroeve.  Te werken voor een hongerloon.  Rijk zullen zij niet worden.  Zullen zij nooit worden.  Drie soles of bijna één euro, dat is wat zij krijgen per goed gekapte steen.  Als wij weten dat hij hoogstens tien stenen kan kappen per dag, is zijn dagloon snel berekend.  Wat krijgt hij in ruil voor dit hongerloon? Oogziekte, longziekte, huidkanker, hernia, … Jawel, dit zijn de meest voorkomende ziektes onder de steenkappers.
 
Tweeëntachtig en nog steeds aan het werk.  Dit is niet te verklaren vanuit een liefde voor de job.  Dit is bittere noodzaak.  Bijna is hij verplicht te blijven kappen.  Want doet hij het niet, mag hij een inkomen vergeten.  Pensioenrechten? Niks.  Nada.  Nougatbollen.  Niet in dit land.  Kan hij dan niet zijn beklag doen bij een vakbond? Niet in dit land.  In dit land zijn vakbonden bijna onbestaande.  Het werkt niet.  Ondanks de schrijnende werkomstandigheden. 
 
De steenkapper berust in zijn lot.  Gaat elke dag opnieuw aan het werk.  Elke dag weer staat hij te wachten op het werkgerei.  Want dat wordt hem in bruikleen gegeven.  Door de opkoper van de stenen.  ’s Avonds staat hij weer te wachten.  Om het werkgerei opnieuw af te geven.  Om de gekapte stenen ter keuring voor te leggen.  Elke dag wordt afgerekend.  Enig initiatief vanuit de steenkapper zelf wordt ontmoedigd.  Werken op zelfstandige basis, waarbij de steenkapper zelf zijn materiaal zou aanschaffen en zelf de prijs zou bepalen, wordt niet geapprecieerd.  Zou hij het toch proberen, laat de opkoper hem links liggen.  Op die manier wordt de steenkapper volledig afhankelijk gemaakt.  Maffiapraktijken? U zou het zo kunnen noemen.
 
Ongelijkheid, dat lijkt het centrale thema te worden van deze tour.  Die ongelijkheid geldt niet enkel bij leven.  Neen, ook na de dood werkt deze ongelijkheid verder.  Dat merken wij bij een bezoek aan één van de kerkhoven.  Een kerkhof voor de armen.  Voor de minder bedeelden.  Na de dood wordt het klassenverschil niet opgeheven.  De dood draagt niks van communisme in zich.  De sociale status bepaalt op welk kerkhof de Peruaan zal begraven worden.  
 

Kerkhof
 
Allerzielen is net achter de rug.  Dit is voor de Peruanen een feestdag, waarbij de klemtoon in dat ene woord uitdrukkelijk op feest ligt.  De familie van de gestorvene gelooft dat de gestorvene op Allerzielen terugkeert.  Hij keert terug naar de wereld van de levenden terug om te vertellen over het andere leven.  Hij of zij zal tips geven om na de dood tot dat andere leven toegelaten te worden.  Om die levensnoodzakelijke informatie te verkrijgen, weet de familie dat zij de gestorvene gunstig moeten stemmen.  Op het graf worden offers gebracht.  De favoriete drank van de overledene en het favoriete eten worden geofferd.  Er wordt gedronken, gezongen en gedanst op het graf.  Het graf wordt versierd.  Overdadig versierd.  Met luchtballonnen.  Met muurschilderingen.  Bijna lijkt het wel carnaval.  Een gekkenhuis.  U lacht het misschien weg maar voor de Peruanen is het bittere ernst.  Als het mogelijke moet worden gedaan om die ene sleutel tot het andere leven in handen te krijgen.  Elk jaar wordt die hele ceremonie herhaald.  Op Allerzielen.  Nooit mag men verstek laten gaan.  De gestorvene zou zich kunnen bedenken.  Dat moet vermeden worden.  Te allen prijze.
 
Bij een sociaal restaurant raak ik in discussie met de gids.  Geen bitse woordenwisseling.  Enkel een uitwisselen van gedachten.  Tijdens onze tour heb ik de gids regelmatig vraagtekens horen plaatsen bij democratie.  Hij stelde vele vragen bij het democratische spel.  In een kort betoog vroeg hij zich af of democratie wel de beste staatsvorm was voor Peru.  Is er sprake van democratie als er verkiezingen worden gehouden? Onze gids twijfelt.  Verkiezingen worden beschouwd als het orgelpunt van de democratie.  Het sluitstuk.  De hoogmis van de democratie.  Maar kan er gesproken worden van een hoogmis als de bevolking nauwelijks weet en beseft wat democratie is? Alle macht aan het volk, dat zong John Lennon in ‘Power to the people’.  Maar in Peru wordt datzelfde volk dom gehouden.  De machthebbers willen de macht in eigen handen houden.  Willen niks delegeren.  Willen geen macht afstaan aan de bevolking.  Vaak lijkt democratie een façade.  Een façade, waarachter een select clubje zich kan verbergen.  Een select clubje, dat aan niemand verantwoording hoeft af te leggen maar wel alle beslissingsmacht in handen heeft.  Het vermoeden van democratie moet de buitenwereld gunstig stemmen.  Schone schijn, dat lijkt het al te veel te zijn.  Zo meent onze gids.
 
De woorden zinderen na in mijn hoofd.  Ik herkauw de woorden.  Ik wil het begrijpen.  Ik wil kunnen begrijpen waarom onze gids tot die vaststellingen komt.  Het lukt mij.  Beetje bij beetje.  Kunnen wij van een democratisch systeem spreken als een deel van de politici gesponsord wordt door maffiaclans en/of drugskartels? Als de machthebbers uit de hand eten van en gedirigeerd worden door een elite? Een elite, die nooit verkozen werd door het volk.  Een elite, die van het volk geen enkel mandaat kreeg.  Een democratie met vele, valse tonen.  Een democratie, dat aan het infuus moet.  Begrip voor de gids sijpelt traagjes door.
 
De tour zit er bijna op.  Wij komen aan het einde van een rit doorheen het dagelijkse leven.  Heel even konden wij meedraaien in het leven zoals het is.  Zoals het voor de Peruaan is.  Aan het einde moeten besluiten getrokken worden.  Zo hoort het.  Geen einde zonder besluit.  Onze gids draagt die slotconclusie aan.  Hij is fier op zijn volk.  Op zijn landgenoten.  Dat zij ondanks alle tegenslagen toch steeds weer weten te overleven.  Ik knipper met mijn ogen en herhaal die woorden heel stilletjes.  Mag dit fierheid genoemd worden? Of zou ik het mogen beschouwen als berusting? Ik revolteer.  Vanop mijn buszitje.  Jawel, het is mooi van de Peruanen.  Dat zij steeds weer de motivatie vinden om er tegen aan te gaan.  Dat zij blijven hopen.  Hopen dat het ooit beter en mooier wordt.  Hen kan ik niets kwalijk nemen.  Mijn woede richt zich tegen de overheid.  Want die overheid faalt.  Een overheid faalt als zijn volk enkel weet te overleven en dat overleven als zijn belangrijkste verdienste gaat beschouwen.  Een volk moet niet overleven, denk ik.  Een volk moet leven.  Volwaardig leven.  Dat is wat een volk moet doen.  Dat is wat een overheid moet bewerkstelligen.
 
De reality tour kruipt in de kleren.  ’s Avonds denk ik terug aan die bejaarde steenkapper.  In mijn dromen keert hij herhaaldelijk terug.  Ik droom van een rustig leven voor die man.  Ik droom dat hij thuis op een terras van zijn welverdiende rust geniet.  Te midden van zijn kinderen en kleinkinderen.  Dat droom ik.  Maar ’s morgens word ik wakker en besef ik dat de meeste dromen bedrog zijn.  Met grote zekerheid denk ik dat de bejaarde steenkapper opnieuw in die steengroeve staat.  Het leven is hard.  Keihard!

Volgende aflevering (dag 8) op woensdag 07/01.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen