maandag 26 januari 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 12: La Paz - Uyuni.

De zoutvlakte van Uyuni, dat wordt onze bestemming voor vandaag.  Maar wij staan daar niet onmiddellijk.  Een stevige busrit wacht ons.  De teletijdmachine van professor Barabas had nuttig kunnen zijn.  Maar die machine bestaat enkel in stripverhalen.  Jammer.  In plaats daarvan stappen wij de bus op.  Twaalf uur rijden, waarvan het grootste deel over onverharde wegen.  Jawel, het leven van een toerist kan zwaar zijn.  Wij zijn evenwel vastbesloten.  De zoutvlakte wordt één van de hoogtepunten.  Dat denken wij.  Bijna zijn wij hiervan overtuigd.  Voor schoonheid zijn wij graag bereid een beetje af te zien.  
 
Bij het begin van de reis had men ons gewaarschuwd.  Reizen doorheen Zuid-Amerika heeft zijn eigen dynamiek.  Een dynamiek, waarop de reiziger nauwelijks enige impact heeft.  Een reis kan vooraf gepland worden.  Reisschema’s kunnen opgesteld worden.  Vertrektijden en aankomsttijden kunnen berekend worden.  Maar doorheen kunnen allerlei, onverwachte dingen sluipen.  Tot vandaag bleven wij hiervan gevrijwaard.  Alles verliep vlot.  Niks strooide roet in het eten.  Elke verplaatsing verliep vlekkeloos.  Maar vandaag zal het anders zijn.  Wij zullen die eigen dynamiek aan den lijve ondervinden.
 
De dag begint nochtans goed.  Akkoord, wij vertrekken een half uurtje later.  Maar dat is eigen aan het hectische verkeer in La Paz.  Onze buschauffeur is van goede wil maar hij moet zich inpassen in de chaotische verkeersstroom van La Paz.  Stilstaan in de file, het is geen uniek Belgisch fenomeen.  Het bumperkleven wordt hier tot kunst verheven.  Met slechts een half uurtje vertraging komt hij aan bij het hotel.  Niks klagen, de bus op.  Het spel moet gespeeld worden.  Opstoppingen maken deel uit van het spel.  Zagen en klagen helpt ons niet vooruit.
 
Vanuit België bereiken ons berichten over wilde stakingen.  De vakbonden gaan wild tekeer tegen de bezuinigingsplannen van de federale regering.  Wij zijn evenwel in Bolivia.  Ver van België verwijderd.  Een ver-van-mijn-bedshow, dat zouden wij kunnen denken.  Wij denken verkeerd.  Stakingen blijken een gegeerd protestmiddel, waarvan niet enkel de Belgische vakbonden gebruik maken.  Sociale onrust woedt ook in andere landen.  De chauffeurs van minibusjes zijn in staking.  Zij grijpen naar de grove middelen.  Een wegblokkade, dat lijkt voor de Boliviaanse syndicalisten een juiste reactie.  Die blokkade strooit zand in de wielen.  Een eigen dynamiek begint te leven.  De waarschuwingen vooraf blijken dan toch niet voorbarig te zijn.
 
Het improviseren kan beginnen.  Alternatieve routes worden overwogen.  Routes, die ons wegvoeren van de blokkades en ons toch op de juiste weg brengen.  Een niet evidente zoektocht zonder gps.  Dat wij het niet weten, kan ons niet ten kwade geduid worden.  Wij zijn toeristen.  Bolivia is niet meteen onze achtertuin.  Wat het allemaal evenwel veel erger maakt, is dat de chauffeur zelf het niet echt meer weet.  Dat lijkt ons voor een onoverkomelijk probleem te plaatsen.
 
Verder rijden zonder echt te weten waarheen lijkt geen al te beste optie.  Wij gaan aan de kant.  Wij stoppen in een dorpje.  Hier zullen wij wachten.  Tijd nemen om een werkbaar plan uit te tekenen.  Dat plan krijgt al snel vorm.  Wij zullen wachten op andere bussen van dezelfde reisorganisatie.  Over de telefoon worden zij tot bij ons gegidst.  In colonne zullen wij verder rijden.  Als Belgen weten wij dat eendracht macht maakt.  Die wapenspreuk zullen wij vertalen naar de praktijk.  Een holle slogan krijgt plots een tastbare invulling.
 
Het is middag.  Er moet gegeten worden.  Zelfs in dit onooglijke dorpje hebben wij keuze.  Wij kunnen kiezen voor het plaatselijke restaurant.  Of wij kunnen naar een winkeltje gaan.  Wij kiezen voor het winkeltje.  Daar zullen wij onze inkopen doen.  Vandaag blijkt de sluitingsdag te zijn.  Wij staan voor gesloten deuren.  Enkele Peruanen, die aan het winkeltje hun middagdutje doen, geven ons met handen en benen te verstaan dat wij moeten aankloppen.  Wij doen dat.  Dit lijkt de juiste toverspreuk te zijn.  De uitbaatster van het winkeltje komt aan de deur en opent het raampje.  Wij mogen de winkel niet binnen maar vanuit het raampje kunnen wij de gewenste producten aanwijzen.  Na ons gaat het raampje opnieuw dicht.  Het is sluitingsdag.  Maar wij hebben ons eten.  Wij kunnen onze buikjes rond eten.


Terwijl wij aan dat winkeltje onze lunchbox samenstellen, krijgen wij het gezelschap van een schoolmeisje.  Haar leeftijd kan ik niet schatten.  Durf ik niet te vragen.  Ik ben een gentleman.  Dan worden leeftijden niet gevraagd.  Ik kan enkel spreken van een jong meisje.  Een moeilijk te dateren meisje.  Snel plaatst zij haar bestelling.  Een minieme bestelling.  Enkel één potje lijm.  Met die lijm zullen geen prentjes gekleefd worden.  Dat kunnen wij al snel besluiten.  Zij is nog maar net weg of wij zien hoe zij haar neusje aan die pot zet.  Lijm snuiven, dat is wat zij doet.  Waarom toch? Die vraag flitst door mijn hoofd.  Ik wil niet veroordelen.  Bovenal wil ik begrijpen.  Ik kijk rondom mij.  Ik zie enkel desolaatheid.  Dit dorpje heeft nauwelijks iets te bieden aan een jong meisje.  In niks wordt zij uitgedaagd.  In niks kan zij vertier vinden.  Of toch, in dat ene potje lijm.


 
In onze afwezigheid is uiteindelijk een oplossing gevonden.  De restaurantuitbater biedt zichzelf aan als gids.  Als gps.  Hij zal ons omheen de wegblokkade leiden.  Hij kent de binnenwegen als zijn broekzak.  Die binnenwegen zijn nauwelijks te berijden.  Zandwegen, dat zijn het.  Stapsgewijs vorderen onze bussen.  Zandwolken stuiven hoog op achter onze bussen.  In de bussen worden wij heen en weer geschud.  Maar wij rijden.  Wij gaan vooruit.  Tot wij opnieuw op een te berijden weg uitkomen.  Een asfaltweg.  Onze tijdelijke gids is geslaagd in zijn opzet.  Niet alleen heeft hij de hongerigen te eten gegeven.  Hij heeft de dolenden ook terug op het juiste pad gezet.  De aanvraag tot heiligverklaring van deze man is onderweg.  Deze man heeft een mirakel bewerkstelligd.
 
Tijdens ons omweggetje doen wij een ietwat vreemde vaststelling.  Hoop opgehangen aan lantaarnpalen zien wij poppen hangen.  Niet één keer maar meerdere keren.  Eén pop zouden wij hebben kunnen negeren.  Maar de herhaling van dit bizarre feit doet ons naar een verklaring zoeken.  Een restant van Halloween, zo dachten wij aanvankelijk.  Maar dat is het niet.  Die poppen houden een waarschuwing in.  Een waarschuwing aan mogelijke dieven of ander tuig.  Die poppen moeten suggereren dat betrapte misdadigers op een gelijkaardige manier om het leven zullen komen.  Hun straf wordt als het ware begrijpend uitgebeeld.  Oog om oog, tand om tand.  Dat is de rechtspraak van het volk.  In die kleine dorpjes is politie vaak afwezig.  Waarom dan wachten op politionele versterking? Bewoners nemen het recht in eigen hand.  Het lijkt mij een wreed spel.  Oneerlijk.  Onrechtvaardig.  Recht moet gesproken worden.  Niet genomen worden.
 
Onverharde wegen, zo was het ons verteld.  Het grootste deel van de rit zou over dergelijke wegen gaan.  Urenlang rijden wij langsheen een weg in aanleg.  Een autosnelweg in aanleg.  Bijna zijn deze wegen voltooid.  Enkel het asfalteren moet nog gebeuren.  Maar dat gebeurt niet.  Alsof men bang is voor die laatste fase.  Wegenbouw, het blijkt een project voor de langere termijn te zijn.  Intussen denderen wij voort over dat reservebaantje.  Nu eens links, dan weer rechts van die hoofdweg in aanleg.  Dat staat van het geïmproviseerde en tijdelijke wegendek zou een invloed kunnen hebben op de reistijd.  Maar die invloed is beperkt.  Ons busje is niet zomaar een busje.  Ons busje is een monsterbus.  Een monstertruck.  De bus hangt ongeveer een halve meter boven de grond.  De achterwielen zijn abnormaal breed.  Met dat karretje razen wij voort over dat baantje aan de zijkant.  Niet aan een gezapig tempo.  Gezapigheid is ons totaal vreemd.

 
 Wij rijden doorheen kleine, nauwelijks bewoonde dorpjes.  In sommige houden wij halt.  Voor die noodzakelijke sanitaire stop.  In dorpjes, waar bijna geen passage is, worden wij opgemerkt.  Dat kan niet anders.  Buitenaardse wezens, dat moeten wij voor hen zijn.  In winkeltjes worden wij, het onverwachte en vreemde gezelschap, aangegaapt.  Zonder enige gêne.  Er wordt gegrinnikt en schuchter weggekeken.  Wanneer wij hen aanspreken, kijken zij elkaar aan.  Zij barsten in lachen uit.  Die stotterende, stuntelige conversaties zijn dan ook best wel grappig.  Wij zorgen voor onverwacht entertainment.  Een onverhoopte afwisseling in die eindeloos lange en monotone dagen.
 
Een twaalf uur durende busrit.  Wat doet een mens tijdens een zo lange verplaatsing? Lezen.  Muziek beluisteren.  Slapen.  Dat allemaal kan gedaan worden.  Afzonderlijk.  Of tegelijkertijd.  Ik zou dat ook kunnen doen.  Maar ik heb een andere tijdsbesteding gevonden.  Een nuttige tijdsbesteding.  Ik tel.  Herhaaldelijke malen.  Langsheen de weg staan vele kruisjes.  Kleine monumentjes voor verkeersslachtoffers.  Minieme herinneringen aan accidenten met fatale afloop.  Die kruisjes ga ik tellen.  Aandachtig kijk ik rondom mij.  Geen enkel mag aan mijn aandacht ontsnappen.  Ik ben alert.  Mijn klein wetenschappelijk onderzoek levert een onthutsend resultaat op.  Omgerekend kom ik tot twee slachtoffers over een lengte van één kilometer.  Uitzonderlijk veel.  Vooral als wij in overweging nemen dat wij over rechte banen rijden.  Banen, waarbij zachte of scherpe bochten nauwelijks lijken te bestaan.  Immer gerade aus, zoals de Duitsers zeggen.  Lood- en loodrecht.  Eentonigheid blijkt dodelijk te zijn.
 
Maar die rechte banen kunnen ons niet verschalken.  Behouden en wel bereiken wij onze bestemming.  Wij staan in Uyuni.  Morgen de zoutvlakte op.  Maar nu eerst gaan slapen.  Niks doen en stilzitten, het kan best wel vermoeiend zijn.
 
Volgende aflevering (dag 13) op woensdag 28/01.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen