woensdag 22 oktober 2014

Uitgelezen: Voor Vlaanderen, volk en führer. Brief aan Aline Sax.

Beste Aline,
 
Enkele weken terug las ik in De Standaard een interview met Bruno De Wever.  Aan het eind van dat interview wordt het onderwerp van de collaboratie even aangeraakt.  Bruno De Wever stelt dat een symbolische rehabilitering niet mag uitgesloten worden als de N-VA in de federale regering zou gaan zetelen.  Een amnestieregeling acht hij uitgesloten.
 
Dan waren er recent die uitlatingen van Jan Jambon.  Collaborateurs zouden hiervoor hun redenen gehad hebben.  Hij specifieert niet.  Waardoor onduidelijk blijft of het goede of slechte redenen zijn.  Die onduidelijkheid legde de basis voor een hevige polemiek.
 
Bij beide voorvallen dacht ik aan uw boek.  Ik dacht aan ‘Voor Vlaanderen, Volk en Führer’.  Want dat boek had de collaboratie als voorwerp.  Ik had het boek gelezen.  Met enige schrik was ik er aan begonnen.  Ik dacht dat het boek mijn petje zou te boven gaan.  Dat het boek te hoog gegrepen zou zijn.  Toch nam ik het boek ter hand.  Voorzichtig en vol concentratie begon ik met lezen.  Ik waakte er over dat ik de draad doorheen het boek niet kwijtraakte.  Dat mocht niet.  Indien het toch zou gebeuren, zou ik de weg kwijtraken.  Verloren lopen wilde ik niet.  De interesse verliezen was geen optie.  Aandacht, dat was de vereiste.  Geen verstrooiing.  Geen afleiding.  Bijna leek het op studeren.  Het enige verschil was dat er aan het eind geen examen diende afgelegd te worden.
 
Niet enkel dacht ik aan uw boek.  Ik dacht aan vele familieavonden.  Vele, tientallen jaren terug.  Ik was nog een kleine jongen.  Ik was de korte broek nog niet ontgroeid.  Als kleine jongen zat ik aan tafel en hoorde ik mijn vader en nonkels heftig debatteren.  Mijn moeder en tantes hielden zich een beetje afzijdig.  Zij lieten het grote woord aan hun mannen.  In die dagen was het amnestiedossier bijzonder actueel.  Vader en nonkels hadden een mening.  Met een luide stem vonden zij elkaar in een gelijklopende visie.  Hun mening was eensgezind.  Aan de rand van de tafel keek en luisterde ik.  Zonder echt te begrijpen.  Eén ding kwam steeds terug.  Eén vervloekte kleur.  De zwarten, zij hadden het gedaan.  Zij stonden aan de verkeerde kant.  Dat kon ik opmaken uit het heftige vuur, waarmee zij fulmineerden tegen die zwarten.  Waarom? Neen, dat wist ik niet.  Toch toen niet.
 
Die familieavonden waren een belangrijke reden om uw boek aan te schaffen.  Die familieavonden waren een belangrijke reden om met een bang hart aan uw boek te beginnen.  Ondanks de moeilijke materie ging het lezen vlot.  De heldere structuur en opbouw van het boek waren hierin bijzonder hulpvaardig.  Zij vergemakkelijkten het lezen.  Structuur en opbouw hielden mij bij de les.  Een boeiende les.  Een openbarende les.
 
Al te lang werd het beeld van de Vlaamse collaborateur bijzonder eenzijdig ingevuld.  Omwille van politiek gespin.  Omwille van politiek gewin.  In die mate zelfs dat het zo gecreëerde beeld bijna allesoverheersend werd.  Nauwelijks waren er tegenstemmen in het publieke debat.  Bijna leek het taboe om tegen die stroom in te gaan.  De Vlaamse collaborateur werd gedreven door idealisme.  De Vlaamse ontvoogding was hun belangrijkste drijfveer.  Indien het niet de strijd voor de Vlaamse ontvoogding was, kon de strijd tegen het goddeloze communisme de man of vrouw verleiden tot collaboratie.  De Vlaamse idealist.  De katholieke oostfrontstrijder.  Dat was het beeld, waarvan voornamelijk de politieke rechterzijde ons wou overtuigen.
 
Uw boek ontkracht dat beeld.  Uw boek stelt scherp.  Op basis van gerechtsdossiers en correspondentie komt u tot het afbakenen van een bijna haarfijn profiel.  Een nieuw beeld krijgt doorheen het boek geleidelijk vorm.  Het Vlaamse idealisme als beweegreden brokkelt af.  De katholieke oostfrontstrijder blijkt een mythe.  In de plaats treedt een meer verontrustend beeld.  Een waarheid, dat behoorlijk confronterend is.  Het overgrote deel van de collaborateurs (bijna vijfenzeventig procent) bekeert zich tot de collaboratie uit ideologische motieven.  Het nationaalsocialisme blijkt geen middel te zijn om andere zaken te verwezenlijken.  Dat nationaalsocialisme is een doel op zich.  Hitler is de held voor die collaborateurs.  Hitler is hun Führer.  Voor deze ontnuchterende conclusie draagt u voldoende bewijskracht aan.  Onderbouwd.  Onweerlegbaar.
 
U scheert niet alles over één kam.  U toont de nuance.  Die nuancering gaat u niet uit de weg.  U focust niet enkel op die vijfenzeventig procent.  In uw boek geeft u aan dat één kwart andere motieven had.  Zij lieten zich leiden door persoonlijke en/of economische redenen.  De zucht naar avontuur kon een reden zijn.  Anderen deden het om verplichte tewerkstelling te vermijden.  Nood aan een inkomen kon sommigen in de armen van de collaboratie drijven.  U duidt al die redenen.  Met die duiding komt u tot een totaalbeeld.  Een totaalbeeld van de collaboratie.
 
U stelt het beeld van de Vlaamse collaborateur bij.  In de marge van uw boek meen ik toch ook een zekere mildheid van de Belgische staat tegenover de collaborateur te mogen afleiden.  Ook dat is verbazingwekkend.  Die repressie werd door betrokkenen als ongenadig ervaren.  Een afrekening, zo noemden de betrokkenen het.  In uw boek plaatst u vraagtekens bij dat ‘ongenadig’ karakter van de repressie.  Na de oorlog werden 405.000 dossiers geopend voor collaboratie.  Daarvan leidden 57.250 tot een aanklacht om uiteindelijk te resulteren in 53.000 veroordelingen.  Dat is nog niet alles.  Nog meer cijfers volgen.  Meer dan 40.000 mensen werden op de epuratielijsten gezet.  Dit houdt in dat deze mensen vervallen verklaard worden van enkele of alle burgerrechten.  Tachtig procent ging hierin tegen beroep.  Uiteindelijk bleven 20.652 Belgen definitief ontzet van hun burgerrechten.
 
Uw boek is een noodzakelijk boek.  Omdat het tegenwicht biedt in een al te sterk gedomineerd debat.  Beelden worden bijgesteld.  Herwerkt.  Niet op basis van een fel gekleurd sentiment.  Wel op basis van een grondige studie.  Bruno De Wever voorspelt dat het amnestiedossier weer op tafel zal gelegd worden.  Als dat gebeurt, heb ik een stem.  Dankzij uw boek.  Neen, ik ben niet langer dat broekventje van zovele jaren terug.  In uw boek vond ik kennis.  Ik vond verklaringen.  Ik vond argumenten.  Dat alles maakt het voorspelde debat boeiend en interessant.
 
Beste Aline, ik heb uw boek gelezen.  Volledig uitgelezen.  Met schrik begonnen.  Met bewondering geëindigd.  Niet enkel de conclusie maar de volledige weg naar die conclusie is een bijzonder interessante en leerrijke rit.  Als ik nu terugkijk, ben ik blij aan die rit begonnen te zijn.

Met vriendelijke groeten.

Link:
Interview met Aline Sax – Radio 1.

Website:
Aline Sax.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen