woensdag 29 oktober 2014

Uitgelezen: De Groote Oorlog. Brief aan Sophie de Schaepdrijver.

Beste Sophie, 
 
Lange tijd heb ik geaarzeld u een brief te schrijven.  Een brief schrijven aan een professor, het is niet evident.  Die titel schept een afstand.  U staat aan het ene uiterste, ik aan het andere uiterste.  De uitersten van wijsheid.  U bent een autoriteit, u hebt de wijsheid in pacht.  Uw wijsheid werd ooit gehonoreerd met die heerlijke titel.  U hebt niks te vrezen.  Ik heb alles te vrezen.  In het licht van de wijsheid kan ik enkel onderuit gaan.  Want, zoals ik al zei, ik sta aan het andere uiterste.  Wat heb ik aan u te zeggen? Wat heb ik aan u te vertellen? Bitter weinig, vrees ik.  Om die huiver weg te nemen, ontdeed ik u van uw titel.  Ik onttitelde u.  Enkel Sophie bleef over.  Dat maakte het wat makkelijker.  U werd een vriendin.  Een brief schrijven aan een vriendin, dat gaat toch wat vlotter.  Het wordt alledaagser.  Die drang om mij te bewijzen verdwijnt.  Die schrik om af te gaan lost in het niks op.  Ik kan gewoon doen.  Gewoon praten.  Gewoon vertellen.  Alsof wij elkaar al jaren kennen.  Alsof wij al jaren pennenvrienden zijn.  Ik kon beginnen met mijn brief. 
 
Ik heb uw boek gelezen: De Groote Oorlog – Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog.  Ik weet niet of ik ooit zou begonnen zijn aan het boek.  Het boek stond voor korte tijd niet in mijn boekenkast. Waarom? Ik weet het niet.  Een kwestie van voorkeuren, denk ik.  Uit het grote boekenaanbod moet gekozen worden.  Zoals u weet, kiezen is steeds weer verliezen.  Uw boek moest het steeds weer afleggen tegen een ander, volgens mij beter boek.  Dat idee van beter boek was louter gevoelsmatig.  Iets vertelde mij dat het andere boek te verkiezen was.  U bleef dus achter in de winkel.  Maar dan was er die weekendkrant.  Bij De Standaard van enkele weekends terug zat die ene bon.  Die ene bon gaf recht op een gratis exemplaar van uw boek.  Het jubileumjaar 2014 was nog niet begonnen of zij begonnen al rond te strooien met boeken over die Eerste Wereldoorlog.  Dat belooft, dacht ik toen.  Het sprak voor zich dat ik dit aanbod niet kon afslaan.  Een gegeven paard kijkt men niet in de muil, dat is toch het spreekwoord, hé? Ik repte mij naar de krantenwinkel.  Want ik wou dat boek.  Het was gratis, afwegingen dienden niet gemaakt te worden.  Uw boek diende niet geplaatst te worden tegenover andere, mogelijke boeken.  Deze kans was uniek.  Ik greep ze met beide handen.
 
Ik had het boek.  Maar zou ik het lezen? Een opname in mijn bibliotheek is nog geen garantie op lezen.  Meerdere boeken staan te wachten ooit gelezen te worden.  Ik was net bezig in ‘Sergeant in de sneeuw’ van Mario Rigoni Stern.  Een boek over de Tweede Wereldoorlog.  Een getuigenis van een Italiaans soldaat aan het Russische front.  Behoorlijk ontluisterend.  Het las als een pamflet tegen de oorlog.  Er werd niet langer gevochten tegen iemand.  Er werd gevochten vóór iemand.  Vóór het eigen leven, vóór het leven van de medesoldaten.  De vijand bestond niet meer.  Of werd toch niet meer als zodanig ervaren.  Overleven, dat werd het doel van deze soldaten.  Winnen of veroveren was niet langer meer allesoverheersend.  Ik durf u het boek aan te bevelen.  Of neen, ik kan het u aanbevelen.  Wij zijn immers vrienden, dan is van durf geen sprake meer.  
 
Het was een dun boekje.  Het was snel uit.  Ik moest op zoek naar een ander boek.  Die Tweede Wereldoorlog bracht mij naar uw boek.  Naar de Eerste Wereldoorlog.  Er bestaat een verband tussen beiden.  Dat wordt toch zo verteld.  Als met de teletijdmachine van professor Barabas werd ik teruggeflitst van de Tweede naar de Eerste Wereldoorlog.  Enkele tientallen jaren werden met een eenvoudige greep in de boekenkast overbrugd.  
 
Ik begon met een zekere schrik aan uw boek.  Te zwaar, dacht ik.  Te moeilijk, vermoedde ik.  Jawel, uw titel schept verwachtingen.  Maar die moeilijkheidsgraad viel nogal mee.  De schrijfstijl was vlot en meeslepend.  Het verhaal werd verteld zonder in al te veel details te vervallen.  Details leiden af.  Details schrikken af.  U liet zich niet verleiden.  De essentie, dat was het belangrijkste. 
 
Van bij het begin was ik mee met het verhaal.  Het leek alsof ik u hoorde vertellen.  Het leek alsof ik aan uw lippen hing.  Want wat u vertelde (of schreef) was boeiend en leerrijk.  Beelden werden bijgesteld.  Jarenlange waarheden werden kritisch tegen het licht gehouden.  Zo las ik dat België bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de vijfde economische macht ter wereld was.  Antwerpen was toen de op één na belangrijkste wereldhaven.  Mijn ogen gingen open.  Het voelde alsof dit boek moest gelezen worden.  De vaderlandse geschiedenis, een blinde vlek in mijn kennis.  Uw boek legde de vinger op de wond.  Ik ben vijfenveertig, toch heb ik nog heel wat te leren.  Dat vertelde uw boek.  Dat bewees uw boek.  Uw boek verklaarde.  Uw boek gaf uitleg.  Over de beschuldiging dat die Vlaamse soldaten door eentalige, Franssprekende officieren de vuurlinie werden ingestuurd.  Dit beeld stelde u even bij.  Droog en nuchter, goed geargumenteerd.  Net zoals u de oververtegenwoordiging van diezelfde Vlaamse soldaat in het Belgische leger duidde.  Voorwaar, bijzonder verhelderend. 
 
Maar het was niet enkel dat.  U gaf een beeld van België tijdens die Eerste Wereldoorlog.  U toonde wat het was te leven onder de bezetting.  U toonde de twee gezichten van België tijdens die oorlog.  Eén België aan het front, één België onder de bezetting.  Dat frontleven was een hel.  Dat wist ik al.  Als jongetje was ik ooit naar de Dodengang in Diksmuide gegaan.  Later was ik naar Ieper gegaan.  Naar het In Flanders Fields Museum.  Maar u vulde die kennis verder aan.  U vertelde van de terugtocht van het Belgische leger.  Van de gevechten rondom de forten van Luik.  Van het terugtrekken op Antwerpen.  Plots werd die oorlog meer dan enkel de IJzer.  Hetzelfde deed u met het België onder de bezetting.  Dat verhaal was mij nauwelijks bekend.  De wreedheid, de honger, de angst, de deportaties, … Jawel, u doceerde.  Jawel, ik was uw student. 
 
Beste Sophie, uw boek heeft mij geprikkeld.  Uw boek heeft mij nieuwsgierig gemaakt.  Nieuwsgierig naar nog meer kennis.  Uw boek heeft mij naar andere boeken geleid.  Boeken, die mijn kennis over die oorlog kunnen vergroten.  Boeken, die mijn beeld kunnen verruimen.  
 
Sophie.  Professor.  Van harte bedankt voor uw verhelderende uiteenzetting.  Ik heb genoten.  Ik weet nu, uw boek moet gelezen worden.  Niet enkel door mij.  Wel door velen.

Met vriendelijke groeten.

Link:
De Groote Oorlog – Sophie de Schaepdrijver.


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen