woensdag 15 oktober 2014

Sing that song? Jawel, we zingen mee.

De vraag werd gesteld.  Of ik geen interesse had een opname bij te wonen.  Die vraag klonk als een uitnodiging.  Zo werd het door mij geïnterpreteerd.  Nu heb ik van mijn ouders geleerd uitnodigingen steeds beleefd te aanvaarden.  Een afwijzing was volgens hen mogelijk mits een goed onderbouwde argumentatie.  Die redenen vond ik niet onmiddellijk.  Hoefde ik ook niet te vinden.  Een afwijzing was niet aan de orde.  Ik aanvaardde de uitnodiging.  Een uitnodiging voor een nieuwe ervaring.
 
Was ik enthousiast? Neen, niet onmiddellijk.  Eerlijkheid is het hoogste goed.  Ook dat werd mij meegegeven door mijn ouders.  Op een gestelde vraag zoek ik dan ook naar een eerlijk antwoord.  Ik wil u niet wegleiden met ontwijkende antwoorden.  Met nietszeggende antwoorden.  Een duidelijk antwoord, dat is wat ik u wil geven.
 
Mijn voorbehoud tegenover het programma werd ook niet weggenomen door de muzikale gasten.  De Romeo’s en De Grietjes, dat waren de teams.  Met hen zou ik het moeten doen.  Neen, zij wakkerden mijn enthousiasme niet aan.  Zij zorgden niet voor de nodige ‘boost’.  Hun repertoire sloot niet aan bij mijn muzikale voorkeuren.  De kloof tussen hun repertoire en mijn voorkeuren was niet snel te overbruggen.  Zelfs niet met die wonderlijke zevenmijlslaarzen.  Maar ik had de uitnodiging aanvaard.  Ik moest doorheen die zure appel bijten.  Vluchten kon niet meer.
 
Met dat voorbehoud stapte ik de opnamestudio binnen.  Ik nam plaats.  Achter De Grietjes.  Hun kamp wou ik vervoegen.  Voor hen zou ik supporteren.  Voor hen zou ik juichen bij het maken van een punt.  Voor hen zou ik jouwen bij het verlies van een punt.  Dat zou ik doen.  Met mijn komst als supporter had ik mij immers geëngageerd.  Afwachtend aan de kant blijven staan is dan niet langer een optie.  Ik nam plaats op mijn zitje.  Klaar voor actie.  Maar toch nog met de nodige vraagtekens.
 
Die vraagtekens werden één voor één weggegomd.  Uitgevlakt.  Door een meer dan enthousiaste publieksopwarmer.  Grappen en grollen, het leek een wondermiddel.  Hij deed het nodige sloopwerk.  Ik vergat mijn voorbehoud.  Ik zou mij smijten, dat nam ik mij voor.  Ik was klaar.  Klaar voor een glansprestatie.  Weliswaar aan de zijlijn.  Maar ook dat is best nuttig.  Tenslotte kan een oorlog niet gewonnen worden zonder die gewone, simpele soldaat.  
 
Het werd een feest.  Ik sprong op als ik moest opspringen.  Mijn handen gingen op elkaar als zij op elkaar moesten gaan.  Ik schreeuwde als ik moest schreeuwen.  Ik juichte als ik moest juichen.  Ik zweeg als ik moest zwijgen.  Ik danste als ik moest dansen.  Heel waarschijnlijk zou u kunnen denken dat ik werd aangestuurd.  Als een robot, vanop afstand.  Maar dat was het niet.  Ik was de publieksopwarmer vergeten.  Ik was die camera’s vergeten.  Ik feestte omdat ik wou feesten.  Omdat ik mij wou amuseren.  Omdat ik een fijne avond wou.
 
Sing that Song.  Neen, ik had het niet gedacht.  Neen, ik had het niet verwacht.  Maar het werd mooi.  Het werd goed.  Mijn voorbehoud smolt weg.  Enthousiasme kwam in de plaats.  Een fan van De Romeo’s zal ik niet worden.  Een fan van De Grietjes evenmin.  Dat zou dan weer te veel gevraagd zijn.  Wel zal ik vanaf heden een vurig pleitbezorger worden van het programma.  Want ik zag een enthousiast team aan het werk.  Ik zag een eenvoudig concept, dat wonderwel werkte.  Ik zag en voelde een plezier, dat zich uitzaaide over het publiek.  Dat iedereen aanstak.  Dat de grootste zeurkous (let wel, dat ben ik niet) tot een niet te houden fuifbeest kan omtoveren.
 
Zou ik een volgende uitnodiging aanvaarden? Jawel.  Zonder enige twijfel.  Met vol enthousiasme.  Enig voorbehoud zou ik niet meer maken.  Integendeel.  Ik zou mijn beste dansschoenen aantrekken omdat ik weet dat stilzitten geen optie is.
 
Daarom aan iedereen, bedankt.

Het kippenvelmoment:
Silvy De Bie – All of me.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen