maandag 22 september 2014

Uitgelezen: Ventoux. Tweede brief aan Bert Wagendorp.

Beste Bert,
 
Pennenvrienden kunnen wij elkaar niet echt noemen.  Daarvoor is onze correspondentie al te beperkt.  Eén brief is onvoldoende grond waarop een pennenvriendschap kan gebouwd worden.  Ik kan dat betreuren.  U kan dat heel misschien betreuren.  Maar dat zijn de naakte feiten.  Feiten, ook al zijn zij naakt, kunnen niet ontkend worden.
 
Enkele maanden terug schreef ik u een brief nadat ik uw Ventoux had ontdekt.  Ik durf hierbij te spreken van een ontdekking.  Dat is het ook.  Telkens ik een literair pareltje heb ontdekt, proef ik een intense gewaarwording.  Te vergelijken met de sensatie, die de grote ontdekkingsreizigers uit het verre verleden mochten ervaren.  Een tikkeltje overdreven? Dat zou kunnen maar op papier mogen wij ons al eens bezondigen aan exagereren.  Het gewone leven vraagt van ons een te grote sérieux.  Die ernst mogen wij dan best wel eens aan de kant schuiven als wij postvatten achter het klavier.  Ondanks het feit dat ik mij beroep op de titel van pennenvriend, heb ik pen en papier afgezworen.  Het postwezen vindt in mij geen compagnon.  Ik zweer trouw aan het klavier.  Aan de laptop.
 
In die vorige brief feliciteerde ik u met uw werkstuk.  U had mij mooie momenten geschonken.  Dan is een dankuwel best op zijn plaats.  Zo denk ik toch.  Het boek staat alweer in de boekenkast.  Te wachten op een herlezing.  Een herlezing, die er heel waarschijnlijk ooit nog zal aankomen.  Op mijn oude dag zal ik een herlezing van de vele boeken misschien overwegen.  Maar dat is nu nog niet aan de orde.  Die oude dag ligt nog in de verre toekomst.  Ik durf mij zelf te beschouwen als een jonge jongen.  Niet in de feiten, wel in mijn hoofd.  Dat gevoel is belangrijker dan de realiteit.
 
Het boek is gelezen.  Felicitaties zijn verstuurd.  Waarom dan nog een tweede brief? Om u op die vraag te antwoorden, moet ik u een bekentenis doen.  Ik ben een dealer.  Geen crimineel, die anderen in het verderf stort.  Op dat pad zal ik mij niet wagen.  Neen, ik ben een dealer van een heel ander kaliber.  Een literair dealer, zo kan ik het noemen.  Enkele keren per jaar vraagt mijn moeder mij om boeken.  Goede boeken, dat is haar enige voorwaarde.  Ooit leverde mijn moeder mij de boeken.  Uit hun bibliotheek.  Haar leveringen hebben mij aangestoken met de leesmicrobe.  Zo vele jaren later gaat het in de omgekeerde richting.  Ik aan mijn moeder.  Ik aan mijn vader.
 
Een zware last drukt op mijn schouders.  Ik wil niet afgaan.  In mijn keuze zoek ik zekerheid.  Zekerheid dat het geleverde boek mijn moeder zal behagen.  Dat is niet makkelijk.  Er mag dan wel niet gediscussieerd worden over smaken, toch kunnen wij vaststellen dat smaken verschillen.  Net dat is het moeilijke in mijn opdracht.  Onlangs gaf ik uw Ventoux aan mijn moeder.  Het was een gok.  Een zware gok, vreesde ik.  Heel af en toe moeten wij ons in het leven wagen aan een gok.  Dit was één van die keren.
 
Mijn moeder gaf het boek terug.  Zij had het gelezen.  Een nabespreking volgde.  Dat doen wij steeds.  Wij delen onze ervaringen met het boek.  Dat is misschien nog het leukste aan lezen.  Die gesprekken achteraf.  Uw Ventoux was een moeilijk boek, vertelde zij.  Aanvankelijk twijfelde zij om het boek aan de kant te leggen.  Zij had het moeilijk in het boek te komen.  In het verhaal.  Maar zij zette door.  Zij las verder.  Het doorzetten werd beloond.  Zij werd gegrepen door de thematiek.  Zij werd ontroerd door het verhaal.  Jawel, aan het eind kwam zij tot dezelfde slotsom.  Dit was een mooi boek.  Ik glunderde.  Ik was blij.  Ik was geslaagd in mijn opdracht.  Ik had gegokt en gewonnen.  Meestal is het andersom.  Maar niet deze keer.  Niet enkel was ik blij om mijzelf.  Ik was ook blij voor u.  Want uw werk werd goed bevonden door alweer een nieuwe lezer.  Dat moet u verheugen, denk ik.  Daarom deze twee brief.
 
Toch nog even dit.  In mijn brief vertel ik dat ik aarzelde.  Dat ik twijfels had bij uw boek.  Omwille van die twijfels wou ik uw boek aanvankelijk niet aan mijn moeder doorgeven.  Niet omwille van de literaire kwaliteiten.  Wel omwille van de thematiek.  Ik dacht dat het verhaal enkel jongeren en oudere jongeren op sleeptouw kon nemen.  Ik dwaalde, zo blijkt nu.  Liefde en vriendschap is van alle leeftijden.  Dat is geen exclusief domein, waartoe ouderen geen toegang meer zouden hebben.  Niks van dat alles.  Ook zij ervaren nog steeds die emoties.  Heel waarschijnlijk nog intenser en meer doorleefd.
 
Uw boek heeft de test doorstaan.  Nu aarzel ik niet meer.  Ik vertel het aan iedereen.  Als iemand mij vraagt om een boekentip, zeg ik vastberaden: Ventoux! Met dat uitroepteken er onmiddellijk achteraan.  Want ik zeg het niet stilletjes.  Bijna roep ik het uit.  Want dit boek moet gelezen worden.  Omdat het ons herinnert aan die twee meest belangrijke waarden in het leven: vriendschap en liefde.  Omdat dit boek een lofzang is op die twee waarden.  Iets mooier kan er niet bestaan.
 
Bert, alweer dank ik u.  In naam van mijn moeder.

Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen