woensdag 17 september 2014

Kan het anders? Brief aan de formateurs Kris Peeters en Charles Michel.

Beste Kris,
Beste Charles,
 
U hebt het druk.  Heel druk.  Dat weet ik.  Dat besef ik.  U storen zou niet mogen.  Het land heeft u nodig.  In die omstandigheden is afleiding niet aan de orde.  Toch doe ik het.  Toch durf ik het aan uw aandacht te vragen.  Omdat ik meen dat het de verkeerde kant uitgaat.  Omdat ik meen dat de regeringsonderhandelingen een richting uitgaan, die mij doet vrezen.
 
Uit de berichtgeving betreffende de onderhandelingen meen ik een te eenzijdige focus te mogen afleiden.  Al te zeer bent u gericht op die dubbele doelstelling: begrotingsevenwicht en banengroei.  Dat kan terecht zijn.  Die focus kan te verdedigen zijn.  Maar die focus lijkt in verdrukking te komen als wij gaan beseffen dat andere domeinen ondergesneeuwd raken.  Terwijl u streeft naar de realisatie van de volgens u noodzakelijke economische hervormingen, lijkt u te vergeten dat hervormingen op andere gebieden net zo hoogdringend zijn.
 
Ik blijf nogal in het vage.  U hebt weinig tijd.  Laat mij daarom duidelijker zijn.  Op het vlak van justitie lijkt de aangekondigde kracht van verandering nauwelijks te spelen.  Alles blijft bij het oude.  Een vernieuwend beleid is geen noodzaak.  In de media lees ik dat wordt gedacht aan een mogelijkheid voor de verdachte om een strafafspraak te maken na een schuldbekentenis.  Echt baanbrekend is dit niet.  Er wordt overwogen om de manier waarop korpschefs voor de rechtscolleges worden aangeduid te herzien.  Terwijl de Hoge Raad voor Justitie momenteel één naam voorlegt aan de minister zou met het nieuwe voorstel de minister een keuze kunnen maken uit meerdere namen.  Echt vernieuwend is dit niet.  Integendeel, een terugkeer naar de politieke benoemingen lijkt hiermee in de maak.  Zouden bepaalde partijen de tijd rijp achten voor een volgens hen nodig inhaalmanoeuvre?
 
Neen, echt veel dadendrang op gerechtelijk gebied meen ik niet vast te stellen.  Nochtans zijn er heel wat uitdagingen.  Dat hebben de voorbije weken overduidelijk gemaakt.
 
De drugsproblematiek.  Enkele weken terug was er het rapport van de Global Commission on Drug Policy.  De leden van deze commissie schrijven in dit rapport dat de gezondheid moet primeren boven de strafvervolging.  Gezondheid moet centraal staan.  Zij stellen voor een einde te maken aan het opsluiten van niet-gewelddadige kleine gebruikers.  Dat er meer moet geïnvesteerd worden in preventie en behandeling van druggebruik.  In België wordt met de drugsbehandelingskamer een bescheiden poging in die richting ondernomen.  In die kamer wordt samen met de rechter en de hulpverlening een behandelingstraject voor de verslaafde uitgewerkt.  Aan het eind van de rit volgt het eindvonnis.  De resultaten van dit project kunnen als positief omschreven worden.  Vijfenzeventig procent pleegt geen misdrijf meer in de eerste achttien maanden na het traject.
 
Het succes van de Gentse drugbehandelingskamer vraagt om navolging.  Dat zouden wij denken.  Maar dat gebeurt niet.  In politieke kringen blijft het stil.  Initiatieven, die hun nut bewijzen, verdienen beter.  Maar een focus op repressie lijkt stoerder.  Lijkt te suggereren dat de overheid de problemen daadwerkelijk aanpakt.  Maar dat doet zij niet.  Heel even nemen zij gebruikers weg uit de maatschappij.  Opsluiten is geen oplossing.  Het is een wegmoffelen.  De andere kant opkijken en alles bij het oude laten.  De kracht van verandering? Toch niet in dit dossier.
 
Met de vraag tot euthanasie van Frank Van Den Bleeken wordt de discussie rond internering op scherp gesteld.  Voor de behandeling van geïnterneerden werd ons land herhaaldelijk op de vingers getikt door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.  De bouw van een Forensisch Psychiatrisch Centrum leek de politici een excuus te geven.  Met die bouw lijken zij te bewijzen dat zij tegemoet komen aan de vele (inter)nationale kritiek.  Maar dat doen zij niet.  Of toch niet volledig.  Want dit centrum is bedoeld om geïnterneerden door te sturen naar de reguliere psychiatrie.  Of terug te sturen naar de maatschappij.  Mensen die vragen om een langdurige oplossing blijven ondanks de bouw van dit Centrum nog steeds in de kou staan.
 
In bovenstaand geval is een vraag om euthanasie als ‘oplossing’ ver voorbij het redelijke.  Wij moeten erkennen dat wij als maatschappij tekortschieten.  Op enkele stemmen na blijft het oorverdovend stil bij de politici.  Bij hen nauwelijks of geen verontwaardiging.  Deze falende stilte maakt mij bijzonder kwaad.  Bijna razend.  De afwezigheid van opvangmogelijkheden voor deze geïnterneerden kan niet getolereerd worden.  Uw te vormen regering dient dit als een prioriteit te zien.
 
Ik weet het, u zal zeggen dat bovenstaande beleidskeuzes geld kosten.  Dat is ook zo.  Maar dan denk ik even verder.  Dan denk ik aan het gemak waarmee beslist wordt in het dossier van de Joint Strike Fighter.  Een uitgave van vier miljard euro, zonder enig probleem.  Zonder noodzakelijk voorafgaand debat over de toekomst van ons leger.  In plaats van dit debat binnen een Europees kader aan te gaan, wordt zomaar een blanco cheque uitgeschreven.  Kopen en wij zullen wel zien.  Iemand binnen het team van onderhandelaars wil een nieuw speelgoedje?
 
Ik denk aan de lineaire lastenverlaging.  Een lastenverlaging, waarvan hooggeachte professoren het nut betwisten.  In een weekendinterview voeren professor Ive Marx en professor Paul De Grauwe aan dat een lineaire lastenverlaging als middel om de tewerkstelling te stimuleren buitengewoon inefficiënt en ongelooflijk duur is.  Zelfs professor Konings, door VBO-topman Pieter Timmermans aangehaald om de stelling van beide professoren te weerleggen, erkent dat een lineaire lastenverlaging weinig impact zal hebben.  Een cadeautje aan de ondernemers, waaraan de onderhandelaars ondanks de kritiek blijvend trouw zweren.  Wat zal deze koppigheid ons kosten? Vier miljard euro.  Alweer.
 
Drugbehandelingskamers? Opvang voor onbehandelbare geïnterneerden? Het zou mogelijk zijn.  Alleen worden door de onderhandelaars andere keuzes gemaakt.  Te eenzijdige keuzes.  Keuzes met een te hoog prijskaartje waardoor een vernieuwend sociaal beleid onmogelijk wordt gemaakt.  Een te sterke focus op het begrotingsevenwicht en banengroei maakt u doof en blind.  Doof voor afwijkende geluiden.  Blind voor tegen de borst stuitende feiten.  Dat kan ik enkel betreuren.  Diep betreuren.  Of ik kan hopen dat u nog die andere kant opstapt.  Maar die kans is klein.  Al te zeer bent u in de greep van werkgeversorganisaties.  Organisaties, die al te luid roepen om lastenverlagingen en andere gunstmaatregelen.

Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen