vrijdag 20 juni 2014

Pensioenhervorming. Oproep aan alle vakbonden.

Nut of onnut van de vakbond, het kan al eens aanleiding geven tot een pittig debat binnen mijn vriendenkring.  Stakingsacties of bedrijfssluitingen zijn veelal de aanleiding tot het voeren van een dergelijk debat.  In dat debat profileer ik mij als verdediger van het syndicaat.  Vurig en vol overgave.  In dat debat worden al te vaak de historische verdiensten van de vakbonden vergeten.  Die verdiensten lijken van geen tel meer.  De grote, sociale verworvenheden lijken de huidige, syndicale strijd overbodig te maken.  Alsof alles definitief verworven lijkt.  Alsof de arbeider of bediende niet meer wordt bedreigd in zijn rechten.  Juist in deze tijden is een alerte vakbond geen overbodige luxe.  Uw aanwezigheid in het maatschappelijke en politieke debat stelt mij gerust.
 
Uit deze korte inleiding zou u kunnen afleiden dat deze brief een lofrede wordt.  Een syndicale lofzang.  Ik moet u ontgoochelen.  Een lofzang wordt het niet.  Jammer maar helaas.
 
Deze week werd het verslag voorgesteld van de Commissie voor de Pensioenhervorming, in het leven geroepen door Minister van Pensioenen Alexander De Croo.  Twaalf experten hadden elkaar gevonden in een uitgebalanceerd rapport.  Het was geen evidente opdracht.  In het verleden werden reeds enkele pogingen ondernomen.  Kleine, eerder bescheiden pogingen tot hervorming.  Het droeve hoogtepunt was het wit- en groenboek van Minister Michel Daerden.  In de regering van Di Rupo werd er ook wat gemorreld in de marge.  Zo werd de minimumleeftijd en de minimumloopbaan voor het vervroeg pensioen opgetrokken.  Verder kwam men niet.  Een allesomvattende hervorming leek een onmogelijke opdracht.
 
De politieke onwil om tot een grote pensioenhervorming te komen leek lange tijd het beeld te overheersen.  Een te grote afkeer voor de lange termijn en daarmee samenhangend een te grote fixatie op de korte termijn beheerste de initiatieven van vele regeringen.  Kleine en pijnloze maatregeltjes werden verkozen boven een grote en allesomvattende aanpak.  Jammer, maar in een klimaat waar de ene verkiezingen te snel worden opgevolgd door een andere leek dit het meest haalbare.  Al te lang bepaalt de zorg om electoraal gewin de agenda.
 
Maar de wonderen blijken de wereld nog niet uit te zijn.  Plots is er het verslag van de Commissie voor de Pensioenhervorming.  Een allesomvattend plan tot hervorming wordt ons voorgelegd.  Met een vooruitblik tot 2040.  Jawel, een visie op lange termijn blijkt dan toch mogelijk.  Alleen dat al maakte mij verheugd.
 
Maar niet enkel het denken op lange termijn stemt mij blij.  Er is ook het eigenlijke plan.  Centraal staat een puntensysteem, waarbij de werknemer tijdens de actieve loopbaan punten kan verzamelen.  Bij pensionering kan hij die punten omzetten in euro’s.  In tegenstelling tot het huidige systeem lijkt mij dit een meer transparant systeem.  Op elk moment kan de werknemer zijn puntentotaal opvolgen.  In dit plan worden reeds voorzien in een aantal sociale correcties.  Mensen met zware beroepen zouden recht hebben op een zekere coëfficiënt waardoor vervroegde uittreding toch mogelijk wordt.  Het besef dat wie weinig verdient nooit aan vijfenveertig punten zal geraken, wordt opgevangen.  In het rapport wordt gepleit voor een volwaardig minimumpensioen, dat tien procent hoger ligt dan de Europese armoedegrens.  Tevens wordt duidelijk gesteld dat de pensioenen geïndexeerd blijven en dat er werk moet gemaakt worden van het welvaartsvast maken van de pensioenen.
 
Politieke partijen reageren licht positief op dit rapport.  Dat lichte positivisme wordt niet gedeeld door de vakbonden.  Net als de PS en de SP-A wordt het rapport al bij de voorstelling de grond ingeboord.  Een lezing van het verslag of een meer grondige studie lijkt niet noodzakelijk om het plan af te schieten.  Ik knipper met de ogen.  Dit kan niet waar zijn, denk ik.
 
Ik denk aan mijn vrienden.  Dat ik het nu nog moeilijker zal krijgen een overtuigend pleidooi te houden ten gunste van de vakbonden.  Dat ik het nu nog moeilijker zal hebben tegen te spreken dat een vakbond een beweging is, die zich nestelt in het verleden.  Ik zal het moeilijker hebben uit te leggen dat een vakbond bekommerd is om de toekomst.  Dat een vakbond diezelfde toekomst ook mee vorm wil geven.
 
U gaat aan de kant staan.  Dat is bijzonder jammer.  Een hervorming vraagt geen defensieve houding.  Wel een offensieve houding.  Die offensieve houding moet u naar de onderhandelingstafel dwingen.  Ofwel als directe gesprekspartner.  Ofwel via uw vertegenwoordigers bij politieke partijen.  Om aan die tafel de mogelijke onvolkomenheden weg te filteren.  Om nodige verbeteringen aan te brengen.  Om een maximum aan sociale bescherming te garanderen.  Om begeleidende maatregelen te eisen.  Want die zullen noodzakelijk zijn.  Er zal immers niet enkel moeten gedacht worden aan de hervorming van het pensioen, er zal ook moeten gekeken worden naar het attractief maken en houden van een loopbaan.  Naar de mogelijkheden om oudere werknemers blijvend te motiveren.  Naar de mogelijkheden om oudere werkzoekenden aan te werven.  Dat alles kan u enkel aan de tafel.  Dat rapport, waaraan bijna één jaar lang is gewerkt, kan u aanvaarden als basis van onderhandelingen.  Een volledig nieuw plan zal niet uitgeschreven worden.  De onderhandelingen zullen ongetwijfeld landen in de dichte nabijheid van dit gepresenteerde plan.  Maar u zou kunnen bijsturen.  Dat zou u kunnen doen.  Maar u weigert.  U verwijst het rapport naar de vuilnisbak.
 
Een vakbond moet zijn leden de weg wijzen.  Een vakbond moet voorop gaan.  Het achterna lopen van de leden lijkt mij een af te wijzen strategie.  U moet tegenover uw leden de noodzakelijkheid van een pensioenhervorming verdedigen en verklaren.  U moet aan uw leden duidelijk maken dat het stilaan een evidentie is dat iedereen langer zal moeten werken.  Daar is bijna iedereen het over eens.  Maar tezelfdertijd moet u alles in het werk stellen om diezelfde leden optimaal te verdedigen aan de onderhandelingstafel.  Om het best mogelijke en best haalbare in een voorstel te gieten.  In een tot compromis bereide houding.  Dat plan zal u dan niet enkel moeten voorleggen.  Dat plan zal u ook moeten verdedigen.  Met enthousiasmerende overtuiging.
 
Uw afwijzing in deze is een spijtige zaak.  U trappelt ter plaatse.  Terwijl het vooruit moet gaan.  Heroverweeg daarom uw aanvankelijke afwijzing.  Het zou mooi zijn.  Het zou getuigen van moed.  Van geloof in de toekomst.

Ik wens u alle succes.

Link:
Het rapport van de Commissie voor Pensioenhervorming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen