maandag 23 juni 2014

België - Rusland. Bloed, zweet en net geen tranen.

Ik was niet echt in topvorm.  De vorige nacht zat nog in mijn kleren.  In mijn hoofd.  Stevig doorzakken, het eist zijn tol.  Ik word ouder.  Dat heeft gevolgen voor mijn recuperatievermogen.  Recupereren gaat een beetje trager.  Om dat goede gevoel in mij terug tot leven te wekken had ik ’s morgens mijn loopschoenen aangetrokken.  Enkele kilometertjes lopen, het is zo veel beter dan een aspirine.  Bij elke kilometer werd ik ietsje meer wakker.  Werd ik ietsje meer mens.  Aan het eind van mijn ochtendlijk loopje was ik opnieuw volledig mens.  Mijn hoofd was helder.  Ik was herrezen.  Ik was opnieuw op en top een klaarwakkere man.
 
Ik was er klaar voor.  Het lopen had mij deugd gedaan.  Ik kon die Russen ontvangen.  Ik kon de confrontatie aan.  Bij die eerste wedstrijd had ik nog geopteerd voor volledige afzondering.  Helemaal alleen had ik die wedstrijd uitgekeken.  Nu zou ik het anders aanpakken.  Ik koos voor een andere strategie.  Net als onze bondscoach moet ik strategische beslissingen nemen.  Ik zocht aansluiting bij vrienden.  Deze keer geen sociale isolatie.  Deze keer koos ik voor het groepsgevoel.  Dat groepsgevoel moest mij veiliger doorheen die moeilijke momenten loodsen.  Want die moeilijke momenten zouden er komen, zoveel is zeker.  Dit is een wereldkampioenschap.  Op dit WK worden er geen cadeautjes gratis weggeschonken.  Winst moet bevochten worden.  Zwaar bevochten.
 
Terwijl ik mij bij die eerste wedstrijd ver weg hield van alle Belgische, dolgedraaide gekte, had ik nu één kleine toegeving gedaan.  Mijn bijgeloof moest heel even aan de kant.  Een Belgische driekleur sierde de salontafel.  Deze bescheiden decoratie was niet enkel bedoeld als aanmoediging naar onze Rode Duivels.  De driekleur deed ook dienst als tafellaken.  Weinig respectvol, ik besef het maar als excuus kan ik enkel aandragen dat wij daarmee het aangename aan het nuttige koppelden.  Die salontafel was een familiestuk.  Een voetbalwedstrijd, zelfs op televisie, kan heftige reacties uitlokken.  Een glas is nogal snel omgestoten.  Bescherming is noodzakelijk.  Onze driekleur leek ons een geschikte oplossing.  Dit hoeft niet geïnterpreteerd te worden als een politiek statement.  U hoeft hierin geen neiging tot separatisme te ontwarren.  Niks van dat alles.  Een gedriekleurd tafellaken, het leek ons voor deze avond bijzonder toepasselijk.
 
Het werd een angstige avond.  Al te lang bleef het een doelloos gelijkspel.  De Russen voetbalden mee.  De Russen creëerden kansen.  Dat zou geen verbazing mogen wekken.  Voetballen gebeurt steeds met twee ploegen.  Dat wil ik wel eens vergeten.  Mijn supportershart wil die realiteit wel eens negeren.  Ik wil enkel Belgen aan de bal zien.  Ik wil enkel Belgen zien juichen.  Enkel Belgen aan de bal? Juichen? Neen, dat werd het niet.  Wij hadden het moeilijk.
 
Een wedstrijd telt negentig minuten.  Elke minuut telt.  Nooit mag de aandacht verslappen.  Nooit mag gewanhoopt worden.  Negentig minuten lang blijven alle opties open.  Binnen die negentig minuten is alles mogelijk.  Zelfs in de laatste minuten kan plots alles veranderen.  Zoals gisteren.  De tweede helft leek een lange winterslaap te worden van de Duivels.
 
Een gelijkspel zou het worden.  Zonder enig doelpunt.  Eén puntje zouden wij naar huis brengen.  Povertjes.  Met dit team moet het beter.  Dit team moet winnen.  Maar dat zou blijkbaar niet gebeuren in het Maracanã.  Tot die ene vrijschop, waarbij Mirallas de doelpaal trof.  Dit leek het signaal tot een slotoffensief.  Elke Duivel schrok wakker.  Elke Duivel stormde naar voor.  Niet wild en onbezonnen.  Maar flitsend en wervelend.  De Russen hadden op hun adem getrapt.  De Belgen waren nog fris.  
 
De stormram uit het eerste half uur van de eerste helft werd opnieuw bovengehaald.  Dat nieuwe beuken had succes.  In de achtentachtigste minuut.  Eén klasseflits van een negentienjarige.  Origi scoorde.  Op voorzet van een herleefde Hazard.  Ik sprong op.  Alsof ik eigenvoetig die bal tegen de netten had geknald.  Een bevestigende schreeuw van bevrijding.  Ja, ja, ja, ja, ja … Ik stampvoette.  De handen in de lucht.  Met mijn blijdschap wist ik geen blijf.  Wij gaan naar de 1/8 finale.  Wij zijn bij de zestien beste.  Ik begon al te dromen.  Maar dat mag niet.  Er is nog altijd dat spreekwoord van de beer en het vel.  Nog eventjes wachten.  Eerst Zuid-Korea nog.  En dan? Alles is mogelijk.  Maar dan moeten die Duivels de handrem lossen.  Voluit gaan.  Zonder enige reserve.  Want zij kunnen het.  Daarover bestaat geen enkele twijfel.
 
Het was sidderen en beven.  Als in een thriller.  Sporten is goed voor de gezondheid.  Dat wordt gezegd.  Dat is bewezen.  Maar na gisterenavond durf ik te betwijfelen of supporteren wel goed is voor de gezondheid.  Maar de buit is binnen.  Dan kijken wij niet meer achterom.  Enkel vooruit.  Naar de volgende wedstrijd.  In de wetenschap dat het dan weer beter gaat.  Ik weet het, perfectie bestaat niet.  Maar wij zullen moeten trachten die perfectie zo dicht mogelijk te benaderen.  In wedstrijden, waar verlies gelijkstaat met een vliegticket huiswaarts, lijkt dat de enig mogelijke betrachting.
 
In tussentijd blijf ik supporteren.  Go, Devils, go!

Link:
In voetbal is er geen protocol: filmpje.
België – Algerije.  Verslag van een spannende avond in Gent.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen