maandag 26 mei 2014

Mixed emotions op zondag.

Zondagavond.  Ik zat in zak en as.  Verkiezingsresultaten kwamen op het televisiescherm voorbij.  Zij brachten weinig opbeurend nieuws.  Ik kon mij slechts moeilijk neerleggen bij de uitslag.  Ben ik dan een slechte verliezer? Neen, zo durf ik mij niet te omschrijven.  Eerder zou ik mij een bezorgde verliezer noemen.  Want vandaag zie ik een partij aan zet komen, waarmee ik nauwelijks enige affiniteit heb.  Het programma van de winnende en grootste partij staat mijlenver van mij af.  Toch zal deze partij de komende vijf jaar heel waarschijnlijk het beleid gaan bepalen.  Zowel op Vlaams als op federaal niveau.  Dat nieuws komt hard binnen.  Dat nieuws is bijzonder ontnuchterend.  Terwijl ik besefte dat in heel wat Vlaamse huiskamers champagnekurken knalden, moest ik bijna huilen.  Inderdaad, het verschil tussen winst en verlies kan groot zijn.
 
Ik zou kunnen huilen.  Toch deed ik het niet.  Want ondanks het politieke verlies kon ik gisterenavond evenzo terugblikken op sportieve winst.  Zondagnamiddag heb ik de Gentse Stadsloop gelopen.  Al enkele jaren stond deelname aan deze stadsloop op mijn verlanglijstje.  Nooit was het mij gelukt.  Excuses zijn altijd gemakkelijk gevonden.  Altijd weer kwam er iets tussen.  Altijd weer had ik iets anders leuks op de agenda staan.  De stadsloop bleef op mijn verlanglijstje staan.  Tot zondag.  Zondag kon ik stadsloop van mijn lijstje schrappen want ik stond eindelijk aan de start.
 
Ik was goed voorbereid.  Een goede voorbereiding is het halve werk.  Eén keer vóór de Gentse Stadsloop had ik tien kilometer gelopen.  Dat was gelukt maar het ging moeizaam.  Met zuchten en kreunen liep ik die tien kilometer uit.  Net één uur had ik nodig om die afstand af te haspelen.  Ik was geslaagd voor de test.  Ik was klaar.  Klaar om die Stadsloop aan te vatten.
 
Het was drummen aan de start.  Vijfduizend deelnemers, dat is een hoopje.  In processiegang gingen wij naar de eigenlijke start.  Stapvoets.  De processie van Echternach, zo leek het wel.  Schuifelen tot aan de eigenlijke start.  Eens voorbij die start konden wij datgene doen waarvoor wij gekomen waren.  Lopen.  Tien kilometer lang lopen.
 
Tien kilometer.  Die afstand kan een amateur wat afschrikken.  Jawel, ik beschouw mijzelf als een amateur.  Lopen beschouw ik nog altijd als een vrijetijdsbesteding.  Als een manier om die gezonde geest (waarvan ik vermoed dat ik deze heb) te conserveren in een gezond lichaam.  Dat lukt vrij aardig, denk ik dan.  Toch klinkt die afstand van tien kilometer in mijn oren enigszins afschrikwekkend.  In tegenstelling tot de meer geoefende loper, blijft die afstand een uitdaging.  Een bovengrens.
 
Ik begon te lopen.  Vond onmiddellijk die juiste cadans.  Dat juiste tempo.  Dat tempo, waarbinnen ik mij goed voelde.  Dat tempo, waarvan ik wist dat het mij zonder problemen naar de eindmeet zou brengen.  Dat tempo werd niet alleen bepaald door mijn voeten.  Werd niet alleen bepaald door mijn ademhaling.  Externe factoren hadden hierop een zekere invloed.  Er was het talrijk opgekomen publiek.  Zij schreeuwden u vooruit.  Hun applaus gaf mij vleugels.  Een schreeuwerig Red Bull effect, zo voelde het.  Dus jawel, op het applaus gaan die voetjes toch dat ietsje sneller.  Maar niet enkel het publiek duwde mij in de rug.  Ook mijn sportieve lotgenoten deden mij een versnelling hoger schakelen.  Zij spraken het competitieve beestje aan, dat diep in mij toch ergens verscholen zit.  Ik wou een goede rangschikking.  Jawel, ik wou dat ene groepje voorbij.  Ik wou die ene vrouw inhalen.  Ik wou in het spoor van die ene man blijven.  Al lopend werden doelen gesteld.  Die doelen dreven het tempo toch wat op.
 
Er was niet enkel het publiek.  Er was niet enkel dat groepsgevoel.  Er was ook het eigenlijke parcours.  Het parcours slingerde doorheen Gent.  Het ene straatje uit, het andere straatje in.  Het parcours verborg voldoende wat nog komen moest.  Geen eentonige lange stukken.  Eentonigheid vermoeit.  Eentonigheid ontneemt de moed, de wil tot doorzetting.  Maar die eentonigheid bleek volledig afwezig in het parcours.  Mijn nieuwsgierigheid dreef mij voort.  Ik wou weten welke kant het uit zou gaan na de volgende bocht.  Bijna haastte ik mij om voorbij de volgende bocht te kunnen kijken.  Het parcours was eigenlijk een lange aaneenschakeling van loopjes van bocht naar bocht.  Dus, jawel, mijn nieuwsgierigheid had een aandeel in mijn toch wat hogere tempo.
 
Ik liep.  Ik liep goed.  Een hele tijd met een glimlach op mijn gezicht.  Ik liep doorheen mijn Gent.  Mijn Gent, dat klinkt bezitterig.  Dat klinkt hebberig.  Maar zo is het helemaal niet bedoeld.  Fierheid doet mij spreken van mijn Gent.  Diezelfde fierheid deed mij glimlachen.  Zelfs bij het lopen van tien kilometer.  Ik liep doorheen Gent.  Volledig vrij.  Door niets of niemand gestoord.  Overal kreeg ik vrije baan.  Overal had ik voorrang.  Op de weg.  Op het fietspad.  Op het voetpad.  Ik kon vrij kiezen.  Gent was van mij.  Toch voor dat ene uurtje.  Dat gevoel deed mij zweven.  Dat gevoel deed mij zwevend glimlachen.
 
Tien kilometer heb ik gelopen.  Tien kilometer heb ik genoten.  Geen pijn.  Dat heb ik nooit ervaren.  Enkel plezier.  Plezier bij het zien van dat enthousiaste publiek.  Plezier bij het horen van die vele bandjes langs de weg.  Plezier bij het zien van die enkele rariteiten tussen die vele lopers.  Plezier bij het overschrijden van de eindmeet.
 
Zondagavond balanceerde ik tussen sportieve euforie en politieke rouw.  Euforie om een uitstekend resultaat.  Rouw om een onzekere politieke toekomst.  Een dubbel gevoel.  Toch kreeg mijn persoonlijke prestatie de bovenhand.  Dat had ik zelf bereikt.  Op het andere had ik weinig of geen greep.  Wat men zelf niet in de hand heeft, mag het feestje dus niet verknallen.  Ondanks het spijtige verkiezingsnieuws kon ik toch nog lachen.  Met dank aan de Gentse Stadsloop.  Met dank aan mijn beentjes en voetjes.  Zij hadden mij tien kilometer lang voortreffelijk gedragen.

Zoek mij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen