vrijdag 25 april 2014

Tauberbach. Gezien in NTG.

Elsie de Brauw.  Alain Platel.  Beide raspaarden, elk beslagen en gelauwerd op hun terrein, werden in één voorstelling samengebracht.  Op vraag van Elsie de Brauw.  Zij droomde ooit een voorstelling te maken met dansers en acteurs.  Dromen kunnen bedrog zijn.  In een hit werd dit ooit bezongen.  De droom van Elsie de Brauw was evenwel geen bedrog.  Die droom werd realiteit.  Dromen najagen en verwezenlijken, in Amerika wordt hierop een samenleving uitgebouwd.  In Vlaanderen kijken wij nogal argwanend neer op het najagen van dromen.  Laten wij maar gewoontjes doen.  Laten wij maar met de voetjes op de grond blijven.  Niet gek doen, wel nuchter blijven.  Alvorens dit dreigt te verworden tot een politiek pamflet, moet ik deze tirade afbreken.  Ik moet terugkeren naar de kern van de zaak.  Die kern is de voorstelling Tauberbach.  De voorstelling, waarin één actrice, twee danseressen en drie dansers worden samengebracht.

De voorstelling wordt opgebouwd rond de documentaire Estamira.  In de infobrochure wordt ons verteld dat die documentaire handelt over een schizofrene vrouw die in Brazilië op een vuilnisbelt leeft.  Daarmee moet de kijker het doen.  Meer informatie krijgt die kijker niet.  Maar dat hoeft niet.  Dit is geen verwijt.  Voorkennis kan het kijkplezier soms negatief beïnvloeden.  Voorkennis kan valse verwachtingen creëren.  Bovendien is voorkennis strafbaar.  Toch in bankzaken.

Wat kan ik vertellen van de voorstelling? Wat wil ik vertellen? Weinig of niks.  Niet omdat ik niet kan.  Wel omdat ik niet wil.  Want wat in de voorstelling gezien kan worden, kan door iedereen verschillend gelezen worden.  Kan verschillend geïnterpreteerd worden.  Het kader wordt door de spelers aangereikt, het verhaal wordt door het publiek ingevuld.  Juist dat maakt het boeiend.  Er worden geen vastomlijnde en duidelijke verhaallijnen aangereikt.  Het publiek moet zelf aan de slag.  Er wordt beroep gedaan op de fantasie.  Laat die fantasie het afweten, dan kan de voorstelling wel eens tegenvallen.  Mijn fantasie was alert.  Draaide op volle toeren.  Mijn vertaling van het stuk lukte wonderwel.

In de voorstelling ontdekte ik heel wat thema’s.  De grote thema’s van het leven.  Zelfs op een vuilnisbelt wordt het hoofdpersonage hiermee geconfronteerd.  In haar hoofd is niet enkel de wil tot overleven aanwezig.  In haar hoofd zit meer.  Zij denkt aan de liefde.  Zij zoekt naar liefde.  Pure liefde vindt zij niet.  Wel rauwe liefde.  Harde liefde.  Die zoektocht naar de liefde gaat gepaard met de vraag naar geluk.  Kan zij gelukkig zijn? Kan iemand, die overleeft op een vuilnisbelt, ook gelukkig zijn? Of drukt het overleven dat streven naar geluk volledig weg? Het hoofdpersonage weet het niet.  Jawel, zij is vrij.  Dat brabbelt zij.  In haar eigen taaltje.  Maar kunnen wij vrijheid gelijkstellen met geluk? Zij is zich bewust van de hardheid van haar bestaan.  Zij wordt geslagen en gestampt.  Zij incasseert.  Ondanks alles blijft zij toch troost zoeken in kleine dingen.  In de etensresten, die zij vindt.  Jawel, zij kan een heerlijke spaghetti maken.  Blijkbaar kan spaghetti troost bieden.

Het lijkt alsof zij blijvend veroordeeld is tot een bestaan op die plaats.  Vluchten kan niet.  Steeds weer wordt zij teruggetrokken.  Steeds weer wordt zij die belt ingetrokken.  Slechts een ramp kan oplossing bieden.  Enkel een ramp kan een mogelijke uitweg bieden.  Dat gebeurt ook.  Althans, dat is mijn interpretatie.  Anderen zullen misschien tot een minder tragisch einde besluiten.  Anderen zullen in het stuk een meer optimistisch einde ontdekken.  Bij mij kleurt het pessimistisch zwart.  Enkel in de dood vindt zij verlossing.  Althans, dat is mijn eigen persoonlijke vertaling.  Zoals ik al zei, iedereen komt tot een eigen verhaal.

Vele gedachten.  Vele vragen.  De dansers lijken die gedachten en vragen te verbeelden.  Het lijkt alsof zij de tolken zijn van de vele hersenspinsels van het hoofdpersonage.  Zij lijken de chaos in haar hoofd te veruitwendigen.  Mij lijken zij geen medebewoners op die vuilnisbelt.  Mij lijken zij een versterker.  Een megafoon.  Via hun bewegingen beklemtonen zij het verhaal.  Haar gedachtegang.  Die gedachtegang kronkelt en slingert.  Gaat soms heel hard.  Werkt soms vertraagd.  Net zoals die dansers.  Met hun lichaam plaatsen zij vraagtekens en uitroeptekens bij het verhaal.  Met hun verhaal onderlijnen zij bepaalde gedachten.  Zij maken de chaos in het hoofd en op de vuilnisbelt tastbaar.  Die chaos slaat hard in het gezicht.

Elsie de Brauw wou een voorstelling met dansers en acteurs.  Zij kreeg die voorstelling.  Woensdagavond zagen wij het resultaat.  Dat resultaat was buitengewoon.  Adembenemend.  Een emotionele veldslag.  Met weinig woorden kan heel veel verteld worden.  Stilte kan soms bijzonder luid zijn.  Deze voorstelling vraagt gezien te worden.  Eist gezien te worden.  Te aangrijpend mooi.

Elsie de Brauw.  Alain Platel.  Het blijkt een prachtcombinatie te zijn.  Wordt vervolgd?

Link:
Estamira – de documentaire.

Speellijst:
NTG – Tauberbach.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen