donderdag 3 april 2014

Hebzucht. Gezien in NTG.

Ik durf al eens in discussie te gaan.  Over van alles en nog wat.  Meestal lukt het mij rustig te blijven.  Op een kalme manier kan ik mijn argumentatie opbouwen.  Ik luister naar de tegenpartij en bied weerwerk.  Ik wil niet noodzakelijk het debat winnen.  Ik probeer slechts de andere kant van het verhaal te tonen.  Want dat heeft een verhaal altijs weer, twee zijden.  Ik hou van dat gevecht.  Omdat het mij alert houdt.  Omdat ook ik vaak andere invalshoeken van één verhaal ontdek.  Dat is boeiend.
 
Op één domein lukt het mij niet die kalmte te bewaren.  Als het debat de richting uitgaat van de bankencrisis begin ik te steigeren.  In mijn argumentatie wordt al eens een stevige vloek ingelast.  Mijn stemvolume schakelt enkele tandjes hoger.  Het rustig laten uitspreken van de tegenpartij is dan niet langer meer van tel.  Ik weet het, dit is niet echt hoffelijk.  Maar toch doe ik het.  Waarom? Verontwaardiging.  Oprechte verontwaardiging.  Om hetgeen gebeurd is.  Om hetgeen niet gebeurd is.  De overheid moet de falende bankensector bijspringen.  Moet die sector redden.  Met bijna niet te vatten kapitaalinjecties.  Omdat het nodig is.  Omdat het noodzakelijk is.  Dat vertellen zij het domme klootjesvolk.  Die banken zijn ‘too big to fail’.  Als de banken instorten, stort het hele systeem in.  Aan de kant blijven staan is dan helemaal geen optie.  Dat verhaal wordt ons verteld.  Wij moeten braafjes slikken.  En bovenal zwijgen.
 
Maar hoe is het zover kunnen komen? Dat verhaal kreeg ik te horen en te zien in Hebzucht, een toneelvoorstelling van Braakland/Zhebilding.  Klaar en duidelijk wordt de op- en neergang geschetst van een financiële instelling.  Fortis flitst door mijn hoofd.  ABN-Amro echoot door mijn hoofd.  
 
In het gebrachte verhaal zien wij de redenen waarom het misgelopen is.  Ongebreideld winstbejag.  Zonder enig besef van en/of totaal negeren van mogelijke risico’s.  Risico’s worden ingedekt door nog grotere risico’s.  Alles moet groter.  Alles moet sneller.  Eten of gegeten worden, dat is de lijfspreuk van de CEO van de bankinstelling.  Een al te sterke focus op de zeer korte termijn en het onmiddellijke incasseren leidt uiteindelijk tot de val.
 
Met de val begint de jacht op de verantwoordelijken.  Het spelletje vingerwijzen kan beginnen.  Iedereen wijst naar iedereen waardoor uiteindelijk niemand verantwoordelijk wordt gesteld.  De aanstokers, ooit binnengehaald als financiële genieën, verdwijnen langs de achterpoort.  Geruisloos.  Om dan weer binnen te treden langs de grote poort.  Even verdwijnen zij in de schaduw om dan te zetelen als raadgevers van presidenten of regeringen.  Om plaats te nemen in adviesraden, bevoegd voor het hertekenen van het bankenlandschap.
 
Ik kijk.  Ik luister.  Ik begin te wriemelen in mijn comfortabel zeteltje.  Verontwaardiging begint op te borrelen.  Ergernis ook.  Ergernis omwille van mijn buurvrouw in de zaal.  Terwijl aan het publiek alles haarfijn wordt uitgelegd, zucht mijn buurvrouw diep.  Meerdere malen.  Ongegeneerd en duidelijk hoorbaar.  Zuchten uit verveling.  Zij is niet geboeid.  Zij wordt niet geraakt.  De aanklacht, geformuleerd doorheen de voorstelling, gaat langs haar heen.  Herhaaldelijk kijkt zij op haar uurwerk.  Voor haar heeft het lang genoeg geduurd.  Het mag stoppen.  Zij geeuwt.  Zij zucht.  Bijna dommelt zij in.  De voorstelling is bedoeld als wake-up call.  Voor velen is het echter een wiegeliedje.
 
Inslapen.  Dat is ook wat wij doen.  Niet in de voorstelling.  Wel in het echte leven.  Wij laten alles op zijn beloop.  Gewillig gaan wij aan de kant staan.  Om het spel opnieuw te laten spelen door dezelfde spelers.  De spelers, die ons al in de stront hebben geduwd.  Meer nog dan de arrogantie van de banken stoor ik mij aan die gelatenheid.  Aan dat gebrek aan protest.  Aan het totaal gebrek aan noodzakelijke veranderingen.  Slechts enkelen staan op.  Weinige proteststemmen klinken.  Al te zeer is het gerommel in de marge.  Het systeem wordt niet gereset.
 
Wij verlaten de zaal.  De Bastille wordt niet bestormd.  Geen mars op Brussel.  Wij gaan slapen.  Het klootjesvolk moet de volgende dag vroeg op.  Werken voor de centjes.  Godverdomme, miljaarde.  Sorry, het moest mij even van het hart.
 
Oh, ja.  Bijna vergeten voor het afsluiten.  Wat met het toneelstuk? Verhelderend, prachtig vertolkt.  Heerlijke tekst.  Oef, toch nog net op de valreep meegegeven.
 
Speellijst:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen