dinsdag 1 april 2014

Een vernieuwend detentiebeleid? Graag en dringend.

Luk Alloo heeft een mening.  Die mening kon hij ventileren in zijn reportagereeks over de Belgische gevangenissen.  Die mening sloop binnen in zijn vraagstelling.  Die mening schemerde door in zijn onbegrip.  Die mening waarde als een schim doorheen de hele reeks.  Zijn mening was evenwel ondergeschikt.  Hij moest de beelden laten spreken.  Hij moest het woord laten aan zijn getuigen.  Zij moesten het beeld bepalen.  Als televisiemaker kon Alloo enkel de richting bepalen.  Hij kon enkel bijsturen.  Hij kon enkel verduidelijken.
 
‘Alloo in de vrouwengevangenis’ is voorbij.  Hij lijkt vrijer te kunnen spreken.  Niet meer gehinderd door remmingen.  In de weekendkrant van De Standaard publiceerde hij in eigen naam een opiniestuk.  Over de toestand van het Belgische gevangeniswezen.  Over ons detentiebeleid.  In dat opiniestuk verwijst Alloo naar Fjodor Dostojevski.  Deze Russische romanschrijver en publicist stelde dat men een samenleving moet beoordelen op haar gevangenissen.  Met die gedachte in mijn hoofd kijk ik terug naar de beide reportagereeksen van Alloo.  Met die gedachte in mijn hoofd herlees ik het opiniestuk van Alloo.  Met al die informatie kan ik slechts tot één besluit komen.  Om dat besluit kort en bondig samen te vatten, had ik graag Shakespeare willen parafraseren: something is rotten in the state of Belgium.
 
Detentie is een vrijheidsberovende straf die een persoon dient te ondergaan in een gevangenis.  Die vrijheidsberoving is de straf op zich.  Dit houdt in dat alle mogelijke, bijkomende negatieve implicaties tot een minimum dienen beperkt te worden.  In een ideale wereld zou het leven binnen en buiten de gevangenis nauwelijks van elkaar mogen verschillen.  Zoals ik al zei, het grootste verschil ligt in het ontberen van de vrijheid.  Net hier wringt dat schoentje.
 
Wat ik gezien heb, is soms schrijnend.  Er is nauwelijks medische begeleiding binnen de gevangenismuren.  Voor behandeling van drugsverslaving worden geen middelen voorzien.  Er is nauwelijks communicatie tussen directie en gedetineerde.  Voorbereiding op toekomstige vrijlating is er nauwelijks.  Al te vaak wordt de ex-gedetineerde aan zijn lot overgelaten.  Alles wordt op een hoopje gesmeten.  Geïnterneerden, drugsverslaafden en zware criminelen zitten bij elkaar.  Van een gespecialiseerde aanpak is helemaal geen sprake.  
 
Detentie moet voorbeiden op een zo vlot mogelijke re-integratie in de maatschappij.  Met als gunstig effect een zo laag mogelijke recidive.  Dat is de theorie.  Maar de Belgische praktijk verschilt al te zeer van de theorie.  Omdat het Belgische detentiebeleid enkel gefocust is op het gevangen houden.  Het Belgische gevangeniswezen is al te gericht op straf, orde en discipline.  Al te starre ooglappen houden de beleidsverantwoordelijken weg van mogelijke alternatieven.  Wij blijven volharden in het bouwen van grote gevangenissen.  Zonder oog voor mogelijke vernieuwing.
 
Kan het anders? In zijn opiniestuk verwijst Alloo naar het Deense Ringe.  De Denen geven de voorkeur aan kleinschalige projecten met een meer persoonlijke benadering en begeleiding.  Maar wij hoeven het niet zo ver te zoeken.  Ook dicht bij ons broedt er wat.  Zo streeft VZW De Huizen naar een alternatief voor het huidige detentiebeleid.  Een alternatief, waarin de nadruk komt te liggen op kleinschalige, gedifferentieerde detentievormen die beter verankerd zijn in het maatschappelijk weefsel.  De detentiehuizen verschillen van elkaar op vlak van beveiliging, detentie-invulling en begeleiding.  Op die manier wordt een gedifferentieerde aanpak mogelijk en drijven wij weg van die verfoeide gestandaardiseerde aanpak.
 
In zijn besluit klinkt Alloo al te pessimistisch.  Hij gelooft niet dat er ooit een Minister van Justitie zal opstaan die het hele beleid zal omgooien.  Hij gelooft niet dat er ooit een Minister van Justitie zal opstaan die het pad van de vernieuwing zal bewandelen.  Ik daarentegen blijf hopen.  Die hoop wordt gevoed door een voorstel van resolutie, ingediend door volksvertgenwoordiger Sarah Smeyers, waarin de uitgangspunten van VZW De Huizen worden vertaald en waarin gevraagd wordt een proefproject van gedifferentieerde strafuitvoering uit te bouwen.
 
Woorden zijn er dus.  Net zoals de vernieuwende voorstellen.  Nu nog de daden.  Laat die daden nu eindelijk op de woorden volgen.  Want het moet anders.
 
Interessante lectuur:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen