dinsdag 4 maart 2014

Cyrano. Gezien in Minard.

Over wat praten mensen toch, net vóór een voorstelling? Die vraag stel ik mij telkens weer bij al dat geroezemoes.  Dan tracht ik flarden op te vangen.  Om zo een antwoord te vinden op die vraag.  Ik richt mijn oor naar die woorden, die helder klinken.  Naar die woorden, die duidelijk klinken.  Naar die woorden, die dat geroezemoes overstijgen.  Dat deed ik gisteren ook.  Het door mij heimelijk meegevolgde gesprek ging niet over de kinderen.  Niet over het weer.  Niet over professionele besognes.  In die korte tijd vóór de voorstelling begon mijn buurman een gesprek over de evolutietheorie.  Geen banaliteiten voorwaar.  De man babbelde, de vrouw luisterde.  Ik glimlachte.
 
Na de voorstelling dacht ik terug aan dat gesprek.  Omdat het eigenlijk nauw aansloot bij het thema van de voorstelling.  Zo dacht ik er toch over.  Deze voorstelling gaat over de liefde.  Over de taal.  Over de verhouding tussen beide.  Een moeilijke verhouding.  Een bijzonder moeilijke.
 
Verliefdheid vraagt om woorden.  Het is bijna een noodzakelijkheid.  Harten moeten veroverd worden.  Het verlangen moet vertaald worden.  Woorden zoeken hun weg naar het hart van de begeerde.  Als pijlen op de boog van de verleiding worden zij afgeschoten.  Welgekozen, nauwkeurig gewikt en gewogen.  Schroom bestaat niet.  In het verleidelijke liefdesspel mag het net dat ietsje meer zijn.  Jawel, wij belijden onze liefde.  Een amoureuze geloofsbelijdenis in zoete, zachte woorden.  Fluisterend gedeclameerd.  Kalligrafisch neergeschreven.
 
Na de verliefdheid komt de liefde.  Dat wordt wel eens gezegd.  Droom wordt realiteit.  Met die omschakeling lijkt de taal te verstommen.  De alledaagse realiteit lijkt de liefde te verstikken.  Die ooit gekoesterde droom wordt bedolven onder sleur en alledaagsheid.  Net op dat moment wordt die taal opnieuw noodzakelijk.  Maar net op dat moment treedt schroom opnieuw in.  Sentimentaliteit lijkt verboden terrein.  Kwetsbaarheid mag niet getoond worden.  Wij moeten door.  Wij moeten verder.  Racend verliezen wij ons in onze carrière.  In onze dagdagelijkse beslommeringen.  Liefde lijkt als al te natuurlijk beschouwd te worden.  Als een evidentie.  Wij zijn een koppel.  Dat is meer dan duidelijk.  Voor ons.  Voor de buitenwereld.  Dan hoeven woorden toch niet meer.  Zo denken wij.  Liefde verstilt.  Liefde wordt niet meer vertaald.  Enkel verbeeld in dat eeuwenoude beeld van koppel.
 
Meer nog dan verliefdheid heeft liefde woorden nodig.  In het begin is Cyrano een krachtpatser met woorden.  Hij goochelt met taal.  Vastbesloten om zijn geliefde tot de zijne te maken.  Duidelijke directheid wordt vermeden.  In omzwachtelde, talende romantiek verpakt hij zijn verlangen.  Brieven schrijft hij.  Listen gebruikt hij.  Alles doet Cyrano om te slagen in dat ene.  Om te slagen in de liefde.  In al die pogingen overheerst één ding: de taal.  Hij zal niet zwijgen.  Hij zal nooit stoppen de liefde te verklaren.  Tot op het moment dat Roxane zal zwichten.  Dan pas zal hij zwijgen.  Dat zegt hij.  Dat doet hij.  Dat zien wij aan het einde van de voorstelling.  Roxane en Cyrano zijn eindelijk samen.  Een koppel.  Cyrano hakkelt.  Cyrano stottert.  De taal lijkt hem te ontglippen.  Alsof het overbodig lijkt.  Want nu heeft hij de liefde.  Dat moet volstaan.  Toch? Taal wint.  Liefde zegeviert.  Taal verglijdt.  Liefde kapseist.  Dat lijkt de bottomline te zijn.
 
Ik denk terug aan dat oudere koppel.  Aan hun gesprek.  Pas nu begrijp ik het.  Niet wat hij zegt, is belangrijk.  Dat is slechts bijkomstig.  Dat hele gedoe over de evolutietheorie is slechts een middeltje.  Een middeltje om te verleiden.  Een middeltje om de liefde te betuigen.  Liefde heeft woorden nodig.  Liefde heeft meer nodig dan alledaagsheid.  Dat gesprek lijkt een poging tot het overstijgen van die alledaagsheid.  Een geslaagde poging? Hierover kan dan weer gediscussieerd worden.
 
Gisteren zag ik Cyrano.  Prachtige vertolkingen.  Prachtige tekst.  Prachtig decor.  Prachtige muziek.  In die gecombineerde pracht mocht ik één avond vertoeven.  Ik heb geluisterd.  Ik heb gekeken.  Ik werd meegesleurd.  Want dat is wat liefde doet.  Nog altijd.  Het sleurt u mee.  In een dolle roetsjbaan.  Die avond was ik geen toeschouwer.  Ik werd betrokken partij.  Verschillende malen wou ik Cyrano dat ene, nodige zetje geven.  Dat noodzakelijke zetje, dat hem tot Roxane kon brengen.  Maar ik deed het niet.  Ik aarzelde.  Ik bleef aan de kant.  Het was een heerlijke rit.  Het was een magische avond.
 
Cyrano.  Een ode aan de liefde.  Een ode aan de taal.  Een ode aan de combinatie van beide.

Speellijst:
Cyrano – NTG.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen