vrijdag 17 januari 2014

Veiligheidsbeleid. Best een interessant debat.

1984.  Het boek van George Orwell.  Verplichte lectuur op de schoolbanken.  Ik was een brave leerling.  Ik was een volgzame leerling.  Ik heb het boek dus gelezen.  Maar het ging verder dan enkel lezen.  Onze zin voor kritiek moest aangescherpt worden.  Na het lezen volgde het debat.  Want dat was waartoe dit boek aanleiding gaf: debat.  Verontwaardigd en opstandig, dat waren wij.  Het geschetste beeld van een totalitair regime verafschuwden wij.  Big Brother, die altijd en overal over onze schouders meekeek, wat een akelige gedachte.  Wij hadden even in de toekomst kunnen kijken.  Die Orwelliaanse toekomst zou nooit realiteit kunnen worden.  Daarvan waren wij zeker.  Als broekventjes begrepen wij die grote wereld niet echt maar in onze afwijzing van het totalitaire Oceanië waren wij standvastig.
 
In die dagen waren wij nog onschuldig.  Maar onschuld vervaagt.  Onschuld verdwijnt.  Het IJzeren Gordijn stortte in.  Het vrije verkeer van personen vond ingang in Europa.  De Koude Oorlog ontdooide.  De wereld globaliseerde.  De Kerk als instituut stortte in.  Plots was er die grote onzekerheid.  De wereld zag er anders uit.  Hoe precies wist niemand.  Niemand wist hoe het moest.  Het leek alsof wij de weg kwijt waren.  Te grote veranderingen in een te beperkte tijd, het doet wat met een mens.
 
Alsof die onzekerheid nog niet voldoende was, kwam er die ene donderslag.  Twee vliegtuigen boorden zich in de WTC-torens.  Amerika werd in zijn hart geraakt.  Niet enkel de WTC-torens stortten in.  Samen met die torens stortte ook ons wereldbeeld in.  Vanaf nu was niks nog zeker.  Alles was mogelijk.  Vanaf nu was iedereen onveilig.  Altijd en overal dreigde het gevaar.  War on terror was een feit.
 
In de jacht op terroristen bleken democratische rechtsregels plots nogal uiterst flexibel.  Op nog geen twee maand tijd werd de Patriot Act door het Amerikaanse Congres gejaagd.  Vragen werden nauwelijks gesteld.  Kritische bedenkingen waren in die dagen een overbodige luxe.  Er moest niet gebabbeld worden.  Er moest gehandeld worden.  Privacy moest bij dit handelen even aan de kant.
 
U kan lachen met die gekke Amerikanen.  Heel misschien denkt u dat dergelijke verregaande wetgeving nooit zou mogelijk zijn in Europa.  Heel misschien denkt u dat privacy in Europa een principe is, waarop niet valt af te dingen.  Indien u dit denkt, laat mij u wakker schudden.  U dwaalt.
 
In Europa is er heel wat te doen omtrent de databewaringsrichtlijn.  De Europese Unie verplicht immers internetproviders en telecommaatschappijen om alle communicatiegegevens van haar 500 miljoen Europese Burgers via telefoon en internet (e-mail, sites…) tot twee jaar toe lang te bewaren, om die gegevens te kunnen overmaken aan de parketten, onderzoeksrechters of de Staatsveiligheid.  Plots blijkt iedereen schuldig te zijn tot het tegendeel is bewezen.  De inbreuk op onze privacy wordt nodig geacht om onze veiligheid te garanderen.  Want die veiligheid wordt langs alle kanten bedreigd.  Veiligheidsdiensten moeten daarom ruimere mogelijkheden worden geboden.  Dat wordt ons zo voorgehouden.  Iedereen zwijgt.  Niemand spreekt.  Wij hebben toch niets te verbergen, waarom ons dan druk maken.  Dat deze richtlijn een flagrante inbreuk betekent op één van onze fundamentele rechten lijkt niemand te deren.  Voor een optimale veiligheid zijn wij best wel bereid aan privacy in te boeten.
 
Een vals gevoel van veiligheid lijkt mij.  Een onderzoek, gestart naar aanleiding van de Snowden-affaire, toonde aan dat de door de NSA verzamelde en bewaarde telefoongegevens geen enkele impact hebben gehad op het verhinderen van terroristische aanslagen.  Deze onderzoeksresultaten werden bevestigd door een speciale commissie die door het Witte Huis aangesteld werd. 
 
Op kleinere schaal en meer lokaal zien wij dat bij het uittekenen van een veiligheidsbeleid steeds meer gemeentebesturen camerabewaking als één van de centrale elementen in dat beleid naar voor schuiven.  Ruim de helft van de Vlaamse steden en gemeenten beschikt over een vorm van publiek cameratoezicht.  Allemaal geplaatst met de bedoeling overlast te ontraden en gewelddaden vast te stellen.  Camera’s moeten de criminaliteit verminderen.  Camera’s moeten onze veiligheid verhogen.  Beetje inboeten op privacy om een optimale veiligheid te garanderen, wie kan hierop iets tegen hebben.
 
Wederom wil ik even teruggrijpen naar een studie, uitgevoerd door het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid (KATHO).  Uit deze studie blijkt dat camerabewaking nauwelijks een effect heeft op het aantal misdrijven.  Het preventieve effect bleek minimaal.  In buurten waar camera’s staan daalt het aantal misdrijven met slechts twee procent.  In de omliggende straten stijgt het aantal misdrijven dan weer met negen procent.  Uit deze cijfers kunnen wij besluiten dat een zeker verplaatsingseffect speelt.
 
Een studie van de Londense politie toonde aan dat slechts één op de duizend misdrijven werd opgelost dankzij camerabeelden.  Dit blijkt behoorlijk aan de lage kant te zijn als wij weten dat je in Londen gemiddeld driehonderd keer per dag gefilmd wordt.
 
Bovenstaande cijfers zijn ontnuchterend maar noodzakelijk.  Ons streven naar veiligheid hoeft ons recht op privacy niet uit te hollen.  Bovenstaande cijfers tonen aan dat best wel kritische kanttekeningen mogen geplaatst worden bij het debat over camerabewaking.  Wij kunnen ons recht op privacy opeisen en tegelijkertijd pleiten voor een veilige omgeving.  Beiden hoeven elkaar niet uit te sluiten of in de weg te zitten.
 
Wij moeten een halt toeroepen aan de wildgroei van camera’s.  Begin 2012 werd het totaal aantal camera’s in het publieke domein of op voor het publiek toegankelijke plaatsen op zo’n 200.000 geschat.  Misschien moeten wij eindelijk eens beseffen dat niet alle problemen kunnen vertaald worden naar veiligheidsproblemen.  Misschien moeten wij erkennen dat problemen eerder een sociale achtergrond kunnen hebben.  Misschien moeten wij het veiligheidsbeleid minder laten sporen met camera’s en meer met een sociaal beleid.  Best wel een interessante overweging, dacht ik zo.
 
Big Brother.  Op de schoolbanken was ik een fel tegenstander.  Op de schoolbanken dacht ik dat Big Brother nooit een realiteit kon worden.  Nu wil ik mijn stem laten horen om diezelfde Big Brother de wacht aan te zeggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen