woensdag 4 december 2013

So You Think You Can Dance. 't Is voorbij.

Jawel, wij kunnen troost zoeken in andere, goede televisieprogramma’s.  Wij hebben Eigen Kweek.  Wij hebben Safety First.  Wij hebben De Ridder.  Wij hebben Birthday.  Wij hebben Alleen Elvis Blijft Bestaan.  Enige troost wordt ons inderdaad geboden.  Televisiezenders doen hun uiterste best om het gemis te compenseren.  Het gemis? U knippert met de ogen.  U weet niet waarover ik het heb.  Laat mij u dan inlichten.
 
Vorige zondag was het de finale van So You Think You Can Dance.  Vorige zondag was het de laatste aflevering van dit dansprogramma.  Na de bekendmaking van de winnaar sloot het programma definitief zijn deuren.  Tot de volgende editie.  Maar daarop moeten wij nog een jaartje wachten.  Dit tijdelijke afscheid valt zwaar.  Heel zwaar.
 
Nochtans valt er heel wat te zeggen tegen het programma.  Eerst en vooral is er de televoting.  Met het eindeloos herhalen van telefoonnummers, waarop kan gestemd worden voor deze of gene kandidaat.  Omdat de makers van het programma zich duidelijk vragen stellen bij het geheugen van de kijker worden ook de reeds gebrachte choreografieën meermaals herhaald.  Al dan niet in combinatie met de telefoonnummers.  
 
Wij zouden ons aan die herhalingen kunnen ergeren.  Maar dat doen wij niet.  Wij nemen deze kleine kantjes er graag bij.  Want wat rest, is een programma, dat overloopt van een bruisend, enthousiast positivisme.  Dat heerlijke optimisme borrelt in meerdere aspecten van het programma naar de oppervlakte.
 
Vooreerst zijn er de kandidaten.  Elke danser brengt naar de studio zijn eigen, persoonlijke verhaal.  Een verhaal van vallen en opstaan.  In stukjes en beetjes wordt dat persoonlijke verhaal doorheen het programma verteld.  Het toont ons mensen, die via het dansen willen ontsnappen.  Ontsnappen aan het gewone.  Ontsnappen aan het gevaarlijke.  Ontsnappen aan het bedreigende.  Via het dansen willen zij hun dromen realiseren.  Dromen, waarin zij schitteren als succesvol, professioneel sterdanser op internationale podia.  Die dromen resulteren in totale overgave.  Zij gooien zich.  Zij werpen zich.  Enthousiast beginnen zij telkens weer aan een nieuwe choreografie.  Heel voorzichtig zetten zij de lijnen van de nieuw aangeleerde choreografie uit tijdens de repetities om die uitgezette lijnen vervolgens met overgave in te kleuren in de spetterende liveshow.  Het grijpt naar de keel.  Naar het hart.  Naar de ogen.  Onverschilligheid bestaat niet.  Als kijker ben je betrokken partij.  Want als kijker word je ontroerd.
 
Toch zijn het niet enkel de kandidaten.  Er is ook de vakjury.  Euvgenia, Dan, Ish en Jan doen het goed.  Jawel, ik spreek hen aan bij de voornaam.  Want bijna zijn wij vrienden.  Elke zondag zitten wij samen om te kijken naar een gedeelde passie.  Dat schept een band.  Deze professionele vakjury laat zich niet verleiden tot arrogante vuilbekkerij.  Kandidaten worden niet finaal de grond ingeboord.  Niks van dat alles.  Hun kritiek is enkel opbouwend.  Bedoeld om de kandidaten in hun zoek- en ontdekkingstocht te begeleiden en op die manier naar een hoger niveau te tillen.  Hun kritiek verpakken zij in een heerlijk vocabularium.  Bij hun oordeel hangen wij aan hun lippen.  Wij knikken.  Want zij spreken met kennis van zaken.  Jawel, elk heeft zijn voorkeuren.  Die voorkeuren verbergen zij niet.  Zij uiten hun voorkeur maar blijven kritisch.  Het maakt hen niet vooringenomen.  Het maakt hen niet blind.  Net zoals de vele choreografieën kan ook het uitgesproken oordeel van een jury ontroeren.  Omwille van hun eerlijkheid.  Hun betrokkenheid.  Hun overtuigingskracht.
 
Dat zou alles kunnen zijn.  Deze twee voorgaande elementen zouden het succes van het programma kunnen verklaren.  Maar dan gaan wij voorbij aan de presentatoren.  Want An en Dennis zijn het toetje.  Dat extraatje.  Zij doen meer dan enkel presenteren.  Zij moedigen aan.  Zij troosten.  Zij beschermen.  Zij porren aan.  Zij doen kleine, onontbeerlijke dingetjes, noodzakelijk voor het welslagen van het programma.  Zij zijn het cement.  De lijm.  Zij verbinden.  Zij verbinden de dansers met de jury.  De dansers met de kijkers.  Zij gieten het gebrachte positivisme in gepaste dosissen uit over de kijkers.  Hun grappige capriolen doen even verpozen.  Zij ontluchten.  Laten heel even de lucht ontsnappen uit de opgebouwde spanning.
 
Oeps, foutje.  Bijna wou ik afsluiten.  Bijna wou ik die laatste woorden neerschrijven.  Maar dan zou ik dat ene foutje maken.  Dat ene foutje in elk dankwoord.  Ik zou mensen vergeten.  Maar ik kan het nog tijdig herstellen.  Bijna vergat ik de niet te verwaarlozen bijdrage van de choreografen te vernoemen.  Dat zou bijna onvergeeflijk zijn.  Want met hun bijdrage brengen zij vuur in het programma.  Passioneel vuur.  Louterend vuur.  Zij vertolken de grote emoties in hun dansen.  Liefde.  Hoop.  Verdriet.  Pijn.  Onafhankelijk van de te vertolken emotie zijn hun choreografieën telkens weer wervelend.  Spetterend.  Vonkend.  Knetterend.  Flitsend.  Bij het kijken naar die dansende schoonheid is de aanwezigheid van een zakdoekje geen overbodige luxe.  Tranen kunnen vloeien.  Al te zeer aangegrepen door de interpretatie van die dansende acteurs.  Of acterende dansers.  Want het zijn niet enkel de danspasjes.  Vooral draait het om de interpretatie.  Om het inleven.  Dat trachten die choreografen hun pupillen bij te brengen.  Dat lukt hen.  Niet altijd.  Maar heel vaak wel.  Dan smullen wij.  Dan likkebaarden wij.  Dan genieten wij.
 
Jawel, ik ben een fan.  Een overtuigde fan.  So You Think You Can Dance is voorbij.  Ik zal het missen.  Nu al kijk ik uit naar de volgende editie.  Want één ding staat vast.  Volgend jaar ben ik terug van de partij.  Met Euvgenia, Dan, Ish en Jan.  Met An en Dennis.  Met een nieuwe lichting dansers.  Ik kan het niet ontkennen, ik kijk er nu al naar uit.

Clip:
Dans met Tamara en Giovanni, een choreografie van Isabelle Beernaert.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen