woensdag 13 november 2013

Reizen met Charley. John Steinbeck.

Ik had nooit gedacht ooit een boek te lezen van John Steinbeck.  Ten oosten van Eden, De Druiven der Gramschap, Van Muizen en Mensen, … Al die boeken kende ik wel maar om een of andere redenen keerde ik mij weg van die boeken.  Een verklaring voor dit gedrag kan ik u niet geven.  Bij die titels moet ik bijna automatisch denken aan stationsromannetjes.  Die bijna automatische klik in mijn hersenen krijg ik maar niet weg.  Die negatieve connotatie houdt mij weg van die boeken.  Nochtans, John Steinbeck kan schrijven.  In 1962 won hij de Nobelprijs voor de Literatuur.  Die erkenning staat toch garant voor goed schrijverschap.  Uit die prijs spreekt toch uitmuntend vakmanschap.  Ondanks die erkenning kan deze auteur mij niet verleiden tot het lezen van één van zijn boeken.  Vooringenomenheid, het is geen mooie deugd.  In deze pleit ik schuldig.  Ik erken mijn falen.  Maar zo blijkt dan weer dat ik toch niet volmaakt ben.  Dat stemt mij dan weer gelukkig.
 
Nooit zou ik een boek lezen van John Steinbeck.  Dat had ik al gezegd.  Maar zoals steeds kan het verkeren.  Ik had de nieuwste van Geert Mak gekocht, ‘Reizen zonder John’.  Voor dat boek trekt Geert Mak naar de Verenigde Staten van Amerika.  Hij doet hierin verslag van de staat van het land.  Bij deze trektocht doorheen het uitgestrekte land laat hij zich leiden door één van de boeken van John Steinbeck, ‘Reizen met Charley’.  Hij volgt dezelfde route zoals John Steinbeck deed vijftig jaar terug.  Vijftig jaar geleden trok Steinbeck door zijn land.  Met zijn hondje Charley.  Met zijn camper Rocinante.  Hij wou zijn land leren kennen.  Hij wou de aard van zijn land ontdekken.  Het resultaat van deze zoektocht schreef hij neer in ‘Reizen met Charley’.  Geert Mark onderneemt dezelfde queeste.  Dezelfde route, andere indrukken.  Dezelfde route, andere conclusies.  Dezelfde route, andere vaststellingen.
 
Ik wou beginnen aan het boek van Geert Mak.  Maar dat kon niet zomaar.  De nodige voorkennis ontbrak.  Eerst moest ik het oerboek lezen.  Dat was noodzakelijk voor een goed begrip.  Enkele weken terug nam ik het boek van Steinbeck ter hand.  Enkele dagen terug sloeg ik ‘Reizen met Charley’ definitief dicht.  Mijn verdict?
 
Het is een bijzonder aangenaam boek.  Steinbeck doet verslag van een veranderend Amerika.  Hij geeft het begin aan van evoluties, die vijftig jaar later voltooid zijn of in volle gang.  Hij schrijft over het verdwijnen van plattelandsdorpen en de grote trek naar de stad.  Hij vertelt over het ontstaan van caravanparken.  Over de ontluikende liefde voor de stacaravan.  Het boek is meer dan een reisverslag.  De lange autoritten geven aanleiding tot nadenken.  Die overpeinzingen deelt Steinbeck met de lezer.  Hij praat over de aantrekkelijke charme van de woestijn.  Hij praat over het reizen zelf.  Over hoe mensen reizen ervaren.  Over hoe eenzelfde reis verschillende indrukken nalaat bij andere mensen.  Hij praat over eenzaamheid en het verlangen terug te keren naar zijn achtergelaten liefde.  Hij praat over roots.  Over het absurde van diezelfde roots.  Hij praat over zijn ontmoetingen met mensen.  Toevallige ontmoetingen.  Ontmoetingen met heerlijke, wonderlijke mensen.  Hij praat over racisme.  Hij praat over zijn liefde voor dieren.  Over het wederzijdse begrip tussen hond en baasje.  Over de vaak diepzinnige gesprekken tussen diezelfde hond en diezelfde baas.  Hij praat over ergernissen.  Zoals bijvoorbeeld de administratieve rompslomp in een te gereglementeerd land.  Hij praat over ..., …
 
Ik heb dat boek gelezen.  Het leek alsof ik op de passagiersstoel meereisde.  Alsof ik aanschoof bij het ontbijt.  Alsof ik meepraatte.  Alsof ik meedronk.  Alsof ik samen met John Steinbeck doorheen zijn land reisde.  Doorheen zijn Verenigde Staten van Amerika.  Hij liet mij proeven van zijn wonderbaarlijke, eigenaardige land.  Dat proeven smaakt naar meer.  Dat boek drijft mij nu al naar die nieuwste van Geert Mak.  Want ik wil de diagnose kennen van vandaag.  Ik wil weten hoe het land er vandaag voor staat.  Ik wil weten welk verhaal Geert Mak vertelt.  ‘Reizen zonder John’ heb ik ingeschreven op mijn lijstje van te lezen boeken.  Alhoewel, ik heb zo geen lijstje.  Dat lijstje zit verscholen in mijn boekenkast.  Tussen de gelezen boeken zitten die nog ongelezen parels verscholen.  Dat is de voor niet-lezers onbegrijpelijke charme van een boekenkast.  Heel binnenkort zal ik naar dat boek van Mak grijpen.  Maar niet onmiddellijk.  Eerst moet het vorige bezinken.
 
De Druiven der Gramschap? Ten Oosten van Eden? Zal ik mij er ooit aan wagen.  Een categorieke afwijzing is niet meer aan de orde.  Toch overheerst nog een zekere twijfel.  Tijd zal het uitwijzen.

Link:
Gesprek met Geert Mak – Vooruit, Gent.

 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen