donderdag 21 november 2013

DNA-analyse? Meer camera's? Neen, toch niet.

Wat is het toch met Antwerpen? Zou er iets schorten aan het Antwerpse Scheldewater? In de eerste dagen van januari pakte procureur Herman Dams uit met zijn Patser-project.  Hierbij werd het bezit van dure auto’s gelinkt aan criminele activiteiten.  Bezitters van dergelijke auto’s moesten onmiddellijk kunnen bewijzen dat de wagen werd gekocht met legaal geld.  Indien zij deze bewijzen niet konden voorleggen, zou de wagen in beslag worden genomen en zou een grondig onderzoek opgestart worden.  Met dit project gooide Dams de knuppel in het hoenderhok.  Deze door Dams voorgestelde omkering van bewijslast lokte heel wat controverse uit.  Even bepaalden de uitspraken van Dams het politieke debat om daarna ondergesneeuwd te worden door andere, nieuwere, hetere debatten.  
 
Van het Antwerpse afvalwater wordt gezegd dat het veel resten van cocaïne bevat.  In een onderzoek van hetrioolwater in eenentwintig Europese steden stond Antwerpen op de eerste plaats.  Bij de uitlatingen van procureur Dams dacht ik even dat het snuiven van dat cocaïnerijke afvalwater bij Antwerpse beleidsverantwoordelijken een goed ingeburgerd fenomeen was.  Die indruk werd nog versterkt toen ik dit weekend het interview las dat procureur-generaal Yves Liégeois weggaf aan DeStandaard.
 
Ophelderen van misdaden is voor deze man prioritair.  Dat is goed.  Dat hoort zo.  Vanuit zijn functie behoort hij een dergelijk streefdoel voor ogen te houden.  Liégeois wenst te leven in een maatschappij, waarin veiligheid en zekerheid het hoogste goed zijn.  Dat wenst hij niet enkel voor zichzelf.  Dat wenst hij ook voor alle burgers.  Maar aan die vrome wens hangt een prijskaartje.  Hij heeft hierover nagedacht.  Diep nagedacht.  Om die veiligheid en zekerheid maximaal te garanderen, heeft hij enkele voorstellen uitgewerkt.  Die voorstellen kon ik lezen in het interview.
 
Bij pasgeboren baby’s en nieuwkomers zou verplicht een DNA-analyse moeten gebeuren.  Maar dat is niet alles.  Mister 1984 heeft ook nog een ander voorstelletje.  Meer veiligheidscamera’s moeten geplaatst worden.  Deze twee voorstellen zullen volgens Liégeois resulteren in een hogere ophelderingsgraad.  Het inboeten aan privacy is dan toch maar een kleine prijs, die de burger in ruil moet betalen.
 
Om deze voorstellen aanvaard te zien door de brave burger wordt een vreemde redenering gebruikt.  Een redenering, waartegen op het eerste gezicht niks kan ingebracht worden.  Als de brave burger netjes binnen de lijntjes kleurt, hoeft diezelfde brave burger geen enkel nadeel te ondervinden van de gedane voorstellen.  Want die brave burger heeft niks te verbergen, toch? In dat geval zou hij zelfs helemaal geen probleem hebben dat al zijn telefoon- en internetverkeer wordt gestockeerd.  Dan zouden zelfs al die data netjes mogen bijgehouden worden.  Voorwaar een prachtige redenering.  Want de brave burger hoeft de gespierde arm der wet niet te vrezen.  De brave burger is de beste vriend van diezelfde arm der wet.  Bij het horen van die redenering knikt die brave burger lammetjesgewijs instemmend.  Jawel, zegt die brave burger, ik hoef niets te vrezen.
 
Ondanks dat mooie verhaaltje gaat die redenering voorbij aan één essentieel punt.  Met beide voorstellen wordt het wantrouwen in de maatschappij verankerd.  Een wantrouwen, dat ervan uitgaat dat elke burger een potentiële misdadiger is.  Dat elke burger ooit zal afwijken van het rechte, juiste pad.  Dat wantrouwen voedt de angst.  Met andere ogen kijken wij naar onze buur.  Naar onze collega.  Naar een toevallige passant.  Die wantrouwende blik zal peilen naar de veronderstelde mogelijke illegale activiteiten bij de ander.  Want boven elke burger staat plots dat waarschuwingsbord ‘potentieel gevaarlijk’ fel te knipperen.  In een dergelijke maatschappij wens ik niet te leven.  Een dergelijke maatschappij wijs ik hard en luidop af.  Ben ik dan geen brave burger? Jawel.  Heb ik dan toch iets te verbergen? Helemaal niet.  Wel ben ik behalve een brave ook een bewuste burger.  Een bewuste burger, die zijn recht op privacy opeist.  Een bewuste burger, die een plek opeist waarin de overheid niet kan binnendringen.
 
Ik wijs niet enkel af.  Ik heb een tegenvoorstel.  Vandaag lees ik in de krant dat het Ministerie van Justitie bijna zestig miljoen euro aan onbetaalde facturen heeft uitstaan.  De overheid moet nog bijna zestig miljoen euro betalen aan allerlei deskundigen.  Deskundigen, die ingeschakeld worden bij allerlei gerechtelijke onderzoeken.  Misschien zou het nuttig zijn voldoende budgetten te voorzien zodat vandaag en in de toekomst de noodzakelijke onderzoeken kunnen gevoerd worden.  Voldoende budgetten, die blijvend garanderen dat de nodige experten kunnen ingeschakeld worden.  Voldoende budgetten, die onderzoekers tot de daders kunnen brengen.
 
Met dit tegenvoorstel hou ik het geloof in stand dat de overgrote meerderheid inderdaad bestaat uit brave burgers.  Met dit tegenvoorstel breng ik een positief verhaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen