maandag 14 oktober 2013

Rood. Gezien in Arca, NTGent.

Ik had een uitnodiging op zak voor een bezoek aan het schildersatelier van Mark Rothko.  Een persoonlijke uitnodiging.  Van de grootmeester zelf.  Beetje vreemd, toch? Dat hoor ik u denken.  Want die grootmeester had toch zelfmoord gepleegd in 1970.  Inderdaad, het leven van de grootmeester eindigde in zijn studio.  Een overdosis antidepressiva en de polsen doorgesneden.  Vanwaar dan die uitnodiging? Die uitnodiging leek alleen maar zo.  In werkelijkheid had ik een ticketje gekocht voor ‘Rood’, een toneelvoorstelling van NTGent.  Een voorstelling over het leven en werk van Mark Rothko.  In het Arca-theater stap ik het schildersatelier van Rothko binnen.
 
Alvorens ik dat atelier binnenstap moet ik nog even langs een kunstveiling.  Ik hoor de veilingmeester.  De miljoenen vliegen mij om de oren.  Uiteindelijk wordt afgeklopt op vijfenzeventig miljoen honderdduizend dollar.  Voor dat bedrag wordt een werk van Rothko verkocht in 2012.  Een overbodige intro? Zeer zeker niet.  Het is nuttig.  Een illustratie van het pleidooi van Rothko, dat zal volgen.  Een illustratie van of toch eerder een contrast met hetgeen volgt? Het zal blijken.
 
De inleiding is voorbij.  Ik ben in het schildersatelier.  Gent is even ver weg.  Die avond vertoef ik in downtown New York.  In gezelschap van Mark Rothko en zijn assistent.  In dat atelier wordt niet geschilderd.  Er hangen wel enkele doeken.  Maar dat is slechts decor.  Die doeken zijn slechts een aanleiding tot debat.  Tot discussie.  Die doeken brengen mij tot een masterclass door de grootmeester.  In die masterclass oreert Mark Rothko.  Heilig overtuigd van zijn eigen kunnen.  In de volle wetenschap dat enkel hij de waarheid kent.  Vanuit die wetenschap duldt hij geen tegenspraak.  De assistent incasseert.  De assistent neemt op.  Dat is zijn rol.  Hij is de gemakkelijke sparring partner van de grootmeester.
 
Aanvankelijk ondergaat de assistent gewillig de hem opgedrongen rol.  Zijn idolatrie benevelt hem al te veel.  Hij beperkt zich tot luisteren.  Heel even brengt hij aan.  Heel even stelt hij schuchter een vraag.  Zich ten volle bewust van zijn positie.  De assistent is een beginnend schilder.  Voor hem moet alles nog beginnen.  Hij twijfelt nog.  In het bijzijn van zijn grote idool beseft hij ten volle dat hij nauwelijks iets weet.  Of toch te weinig weet.  Maar die onbevangenheid is een zegen.  Hij is vrij.  In tegenstelling tot Mark Rothko.  Hij zit gevangen in zijn grote gelijk.  Die gevangenschap vernauwt zijn blik.
 
Mark Rothko gaat wild tekeer.  Tegen de vermerking van kunst.  Tegen de maatschappij.  Tegen het onbezorgd leventje.  Tegen het ‘kunstminnende’ publiek.  Tegen de nieuwe generatie kunstenaars.  Tegen de oppervlakkigheid.  Hij schreeuwt.  Hij vloekt.  Hij tiert.  Vlammende monologen in het begin.  Maar dat verandert.  Heel geleidelijk.  De monoloog wordt een dialoog.  De assistent gaat in de tegenaanval.  Eerst schuchter, dan vol overgave.  De rollen worden omgekeerd.  De grootmeester wankelt.  Hij gaat twijfelen.  Twijfelen aan zijn opdracht voor het restaurant The Four Seasons.  Dat is de verdienste van de assistent.  Hij plaatst het aanvaarden van die opdracht tegenover de visie van Rothko over kunst.  Behoorlijk confronterend.  Zo confronterend dat The Seagram Murals niet zullen eindigen waar zij hadden moeten eindigen.
 
Wim Opbrouck als Rothko en Servé Hermans als zijn assistent weten meer dan te overtuigen.  Zij spelen de pannen van het dak.  Een al te gemakkelijke uitdrukking waarvan wij ons, vanuit eenzelfde gemak, al te vlug bedienen.  Maar donderdagavond vulden beide acteurs die uitdrukking met kracht in.  Zij brachten een heldere verbeelding van die definitie.  Maar het was niet enkel dat.  Twee acterende klasbakken zijn niet altijd een garantie voor een goede voorstelling.  De theatertekst doet er ook toe.  Ook dat is een voorwaarde voor uitmuntendheid.  De gebrachte tekst brengt die hoge graad van uitmuntendheid.  Het knettert op het toneel.  Het vonkt.  Het knalt.  Het spettert.  Ik kijk geboeid.  Ik luister aandachtig.  Na twee uur kan ik vreugdevol besluiten dat dit een prachtige toneelavond was.
 
Tot slot nog een klein wistjedatje.  In 1969 werden The Seagram Murals door Mark Rothko aan de Tate Gallery geschonken.  Was Mark Rothko dan toch een man van zijn woord? Waren zijn vlammende betogen dan toch meer dan intellectuele spielerei?

Link met speeldata:
NTGent – Rood.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen