dinsdag 8 oktober 2013

Lampedusa? Godverdomme!

Ik ben razend.  Ik ben woedend.  Die razende woede verbant alle nuance uit mijn pleidooi.  Ik zal tackelen.  Met mijn voeten vol vooruit.  Zonder ook maar iemand te ontzien.  Ik zal niet wikken, noch zal ik wegen.
 
Lampedusa.  Een boot met vluchtelingen kapseist voor de kust van dat Italiaanse eiland.  Tweehonderd dertien lijken werden intussen geborgen.  Honderd vijftig mensen blijven vermist.  Enige kans op redding wordt die vermisten niet meer toegedicht.  Heel even verslikken wij ons in onze koffie.  Ons vers croissantje wordt wat moeilijker doorgeslikt.  Bijna driehonderd vijftig doden bij het ontbijt, het is vervelend dit te moeten lezen.  ’s Morgens met de neus op de harde feiten gedrukt worden, een ander wakker worden was wenselijk geweest.
 
Ik had harde commentaren verwacht.  Schreeuwende commentaren, overlopend van verontwaardiging.  In de kranten.  In de nieuwsmagazines.  Maar dat nieuws bleef eerder beperkt tot sensatiezoekende getuigenissen.  Niemand werd ter verantwoording geroepen.  Het Europese migratiebeleid werd niet tegen het licht gehouden.  Dat beleid werd niet doorgelicht.  Er werden geen vragen gesteld bij datzelfde beleid.  De media beperkte zich enkel tot het dagelijks bijstellen van de dodentol.
 
Niet enkel bleef het stilletjes in de media.  Ook onze politici bleven stil.  Terwijl een bankencrisis de Europese politici doet ‘uitmunten’ in slagvaardigheid, laat een humanitaire crisis diezelfde heren onverschillig.  Geen humanitaire sixpack.  Dergelijke maatregelen kunnen enkel genomen worden als ons luxueus leventje dreigt in te storten.  Een dergelijke dadenkracht kan enkel getoond worden als het om centen gaat.  De levens van enkele honderden, avontuurlijke gelukzoekers? Laat het maar overwaaien.  Of neen, heel misschien moeten we toch iets doen, denken die politici.  Laten wij de muren aan de Europese buitengrenzen nog wat hoger optrekken.  Laten wij het budget van Eurosur wat aandikken.  Zodat Europa met drones en satellieten de vluchtelingenstroom al kan stoppen nog vóór de oversteek.  Zodat vluchtelingen gedwongen worden andere, meer risicovolle alternatieven te zoeken.  Want Europa blijft het land van melk en honing.  Toch in de ogen van die vele gelukzoekers.  Zij zullen blijven komen.  Hoe hoog die muren ook worden.
 
Maar misschien moeten die muren wel hoog blijven.  Misschien moeten die muren nog hoger.  Ter bescherming van dat harde, koude, economische Europa.  Die vreemdelingen moeten thuis blijven.  Zodat zij met hun fijne handjes tegen een hongerloon leuke, hippe hebbedingetjes kunnen fabriceren.  Vanuit hun uitgeteerde vaderland.  Jawel, we zullen wel een vlug traantje wegpinken als dan eens een fabriekje afbrandt.  Maar het zal ons niet stoppen.  Want wij willen alles en wij willen het goedkoop.  Wij horen steeds datzelfde liedje.  Dat onze lonen te hoog zijn.  Maar over de schande van de lageloonlanden wordt niet gepraat.  Over de lonen in die landen wordt zedig gezwegen.  Misschien moeten wij het loondebat in die landen aanzwengelen.  Misschien moeten wij in die landen ijveren voor hogere, nettere lonen.  Misschien moeten wij in die landen ijveren voor betere arbeidsomstandigheden.
 
Een aanpassing van het migratiebeleid moet niet verwacht worden.  Een beleid, dat meer focust op de positieve kansen van migratie, moet niet verwacht worden.  Wij blijven hangen bij een beleid dat drijft op angst.  Vanuit die angst wordt dat beleid bepaald.  Dan kunnen wij toch geen vernieuwend positief beleid verwachten, is het niet? Waarom investeren in een beleid, waar de burger nauwelijks van wakker ligt? 
 
Die vreemdeling is een mogelijke terrorist.  Die vreemdeling is een profiteur.  Die vreemdeling is een crimineel.  Die vreemdeling is een verkrachter.  Onze verbeelding schiet te kort om immigratie in een positief daglicht te plaatsen.  Om die immigrant met open armen en open geest tegemoet te treden.  Neen, die andere blijft een gevaar.  Angst voor het onbekende beheerst ons al te gemakkelijk denkpatroon.
 
Aanpassen of oprotten.  Maar dan toch eerder de nadruk op oprotten.  Want hoe moet de immigrant zich aanpassen? Werken, dat moet hij doen.  Maar tegelijk betuigen wij onze steun aan een poortenfabrikant, die weigert immigranten aan te werven omdat zijn klanten dat niet zouden aanvaarden.  Werken, dat moet hij doen.  Maar tegelijk reageren wij verontwaardigd als op een lijst bij de verkiezingen al te veel gekleurde medeburgers staan.  Werken, dat moet hij doen.  Maar tegelijk begrijpen wij niet als op onze werkvloer iemand wordt aangeworven met een ander kleurtje.  Werken, dat moet hij doen.  Maar tegelijk interpreteren wij een te hoge werkloosheidsgraad onder allochtonen als een bevestiging van hun weigering tot arbeid en niet als een teken van mogelijke discriminatie op de werkvloer.
 
Neen, wij zijn geen racisten.  Dat zeggen wij toch altijd.  In debatten beginnen wij telkens onze standpunten te verdedigen met dat ene zinnetje ‘ik ben geen racist maar …’.  Dat ene zinnetje geeft ons een vrijgeleide om de meest waanzinnige en stompzinnige meningen te uiten.  Vooraf hebben wij ons immers verontschuldigd.  Wij hebben mogelijke verdachtmakingen uitgesloten.  Voor alle duidelijkheid.  Om mogelijke misverstanden achteraf uit te sluiten.  Neen, ik laat mij niet verleiden tot racistische vuilbekkerij maar laat mij toch even de puntjes op de i zetten.  Vrijuit en ongehinderd.
 
Maar soms is dat voorafgaande excuus helemaal niet nodig.  Sommigen geven openlijk toe racist te zijn.  Zonder enige gêne.  Dan bedoel ik niet die extreemrechtse, kaal- en leeghoofderige minderheid. Neen, ik bedoel die brave meerderheid.  Zo willen zij duidelijk maken dat een debat voor hen helemaal niet nodig is.  Dat zij helemaal niet overtuigd willen worden.  Neen, zij zijn racist en daarmee willen zij het debat voorgoed blokkeren.  Want wat is er nu verkeerd aan om racist te zijn?
 
Terwijl wij die angst voor de vreemdeling constant voeden met allerlei nonsens, trekken wij de wijde wereld in.  De wereld is groot.  Dat is leuk.  Want wij kunnen op reis.  Wij kunnen onszelf tot wereldburger bombarderen.  Wij gaan op reis om aan vrienden en kennissen onze ruimdenkendheid te etaleren.  Want eens terug in dat Belgenlandje trekken wij ons terug in onze omheinde villa.  Wij sluiten die afschuwelijke poorten en zetten de beveiligingscamera aan.  Wij hangen dat bordje aan diezelfde poort waarop staat dat hij hier waakt.  Om toch maar iedereen buiten te houden.  Enkel geagendeerd bezoek verdient de toegang.  Toevallige ontmoetingen bestaan niet.  Neen, enkel op afspraak.  De hardwerkende Vlaming vertrouwt niemand.  Zeker niet iemand die anders oogt.  Die anders praat.  Wij trekken de wijde wereld in maar kunnen niet aanvaarden dat die grote wereld ons eigen landje binnentrekt.  Eenmaal terug in onze versterkte bungalow willen wij dat die wereld opnieuw inkrimpt tot ons eigen, bekrompen wereldje.
 
Wij voeden niet enkel onze angst.  Wij voeden tevens het beleid.  Dat gebeurt niet rechtstreeks.  Die verdienste moeten wij ons niet aanmeten.  Die impact hebben wij niet.  Maar de stemming onder het kiezerspubliek wordt constant gepeild.  Via gemaatpakte marketeers, in opdracht van deze of gene politieke partij.  Politiek gaat niet meer om de grote ideeën.  Politiek draait louter nog om verkoopbare ideeën.  Het beleid vangt, via die peilingen, onze signalen op.  Onze signalen dat het hier te vol is.  Onze signalen dat onze welvaartsstaat wordt bedreigd.  Wij dwingen het beleid vanuit die angst te reageren.  Wij dwingen datzelfde beleid te tonen dat zij onze signalen begrijpen.  Dus wordt er een streng beleid uitgestippeld.  Omdat dat verlangd wordt.  Omdat dat gevraagd wordt.  Het is beangstigend topmensen bij Vlaams Belang te horen zeggen dat zij in dat beleid vele punten van hun ooit verguisde programma gerealiseerd zien.  Misschien een al te goedkoop marketingtrucje maar het doet ons even stilstaan.  Ons protest tegen dat programma is gaan liggen.  Omdat wij bang zijn.  Omdat wij die angst weg willen.
 
Wij juichen om Maggie De Block.  Zij doet het immers goed.  Eindelijk minder asielaanvragen.  Eindelijk een strenge staatssecretaris voor Asiel en Migratie.  Geen open grenzen meer.  Alle deuren en ramen dicht.  Tenzij misschien voor dat ene loodgietertje.  Dat sympathieke Afghaantje.  Die mag blijven.  Hij mag onze excuustruus worden.  Hij mag onze knuffelmigrant worden.  Om onszelf dat beeld van warme medemenselijkheid te gunnen.  Voor hem starten wij nog een petitie op.  Hij moet blijven.  Voor hem klagen wij over de onmenselijkheid van het door ons gevraagde en geëiste harde beleid.  Omdat het zo onze verantwoordelijkheid in deze verbergt.
 
Het politieke debat is verhard.  Het vroegere laisser faire hebben wij achter ons gelaten.  Wij zijn vervallen in het andere uiterste.  Het strenge discours van rechten en plichten beheerst nu het debat.  Het lijkt wel alsof het debat enkel kan gevoerd worden in uitersten.  Het lijkt wel alsof de gulden middenweg niet kan of mag bewandeld worden.  Daarom blijven goede initiatieven al te lang uit.  Daarom laat het anoniem solliciteren al te lang op zich wachten.  Daarom worden mogelijke oplossingen voor leerachterstand niet verder onderzocht.  Daarom blijven studies over het mogelijke positieve effect van de thuistaal in het onderwijs zonder gevolg.
 
Neen, bij ons ontbijt slikken wij heel eventjes bij het nieuws van zo vele doden.  Enkele seconden duurt het tot wij die krop in de keel hebben doorgeslikt.  Heel eventjes laten wij ons toe emotioneel te worden.  Om dan weer over te gaan tot de gewone gang van zaken.  Om dan weer zonder verder nadenken te kankeren over die ‘bruinen’ en die ‘zwarten’.  Om dan weer te vervallen in het aangename en gemakkelijke veralgemenen.
 
En jawel, ook ik pleit schuldig.  Ook ik ga niet vrijuit.  Omdat ik zwijg.  Omdat ik het niet meer kan opbrengen in te gaan tegen al te grote dwaasheden.  Jawel, ik doe het soms nog.  Maar niet altijd.  Al te vaak laat ik het achterwege met mijn vuist hard op tafel te kloppen.  Al te vaak laat ik het achterwege te schreeuwen en te roepen.  Ik laat het achterwege al te kortzichtige argumenten te ontkrachten.  Waarmee ik ongewild die argumenten voed en welig laat tieren.  Jawel, ook ik heb schuld.
 
Intussen blijven vluchtelingen hun leven riskeren.  In de hoop op een beter leven.  Op weg naar een wereld waar vooroordelen het debat blijven beheersen.  Op weg naar een wereld waar zij het stigmatiserende etiket van vreemdeling blijvend krijgen opgekleefd.
 
Intussen haasten wij ons in grote getale naar dat nieuwe museum, Red Star Line.  Toch een beetje een contradictie, niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen