vrijdag 27 september 2013

Hey lord, don't ask me questions.

Graham Parker? De naam deed wel een belletje rinkelen.  Meer niet.  Een korte biografie schetsen kon ik evenwel niet.  ‘Hey lord, don’t ask me questions’, dat was het enige.  Die ene hit kon ik mij nog herinneren.  Een pover resultaat.  Ondanks dit schrijnende gebrek aan voorkennis had ik toch een kaartje gekocht voor het concert van de man in de Gentse Minard.  Op aanraden van mijn schoonbroer.  Hij is muzikant.  Hij weet wat goed is.  Die onderscheidende kwaliteit dicht ik hem toe.  Als hij spreekt, zwijg ik.  Toch op muzikaal gebied.
 
Over het concert kan ik kort zijn.  Het was goed.  Meer niet.  Dan maar geen berichtje posten op mijn blog.  Dan maar geen lovende kritiek.  Dat dacht ik toen ik naar huis wandelde.  Maar dan kwam ik aan de Heuvelpoort.  Ik moest halt houden.  Eventjes wachten tot het verkeerslicht groen kleurde.  Bij groen stak ik over.  Op het zebrapad.  Zoals het hoort.  Ik ben een zwakke weggebruiker, dan doen wij toch geen domme dingen.  Net omdat ik een zwakke weggebruiker ben, ben ik bijzonder alert.  Ik let op.
 
Terwijl ik overstak, zag ik een naderende auto.  Ik kon de chauffeur onderscheiden.  Hij leek mij een beetje te dommelen.  Het leek alsof hij sliep.  Die zou mij niet zien.  Ik hield mijn stappen in.  Blijven doorgaan zou onverstandig geweest zijn.  Plots lijkt die chauffeur wakker te schieten.  Hij ziet mij stilstaan op het zebrapad.  Hij gaat op de rem staan.  Een reflex van de schrikkende chauffeur.  Ik open mijn armen.  Een simpel en universeel gebaar, betekenende ‘wat gebeurt hier!’.  Meer doe ik niet.  Ik vervolg mijn weg en laat de wagen met de nu klaarwakkere chauffeur achter mij.
 
Op dat moment hoor ik de handrem opgetrokken worden.  Ik hoor het autoportier opengaan.  Dit kan verkeerd aflopen, denk ik.  Een nieuw geval van verkeersagressie? Ik draaide mij om.  Keek in de ogen van de uitgestapte chauffeur.  Kennismaken deden wij niet.  Wij kwamen onmiddellijk ter zake.  Hij vroeg mij of ik ziek was.  Maar hij vroeg het op een beleefde manier.  Hij zei ‘mijnheer’ tegen mij.  Ik antwoordde niet.  Ik vroeg hem gewoon uit te kijken en op te letten.  Die raadgeving liet ik evenzo volgen door ‘mijnheer’.  Ik ben welgemanierd.  
 
Einde discussie.  Meer hoefde niet gezegd te worden.  Ik zou hier nu een polemiek kunnen starten over de onveiligheid in de stad.  Ik zou een boompje kunnen opzetten over het onveiligheidsgevoel.  Objectief of subjectief.  Maar ik doe het niet.  Op geen enkel moment voelde ik mij onveilig.  Deze hele situatie kwam bij mij veeleer als grappig over.  Net zoals bij die chauffeur, vermoed ik.  Wij keken elkaar in de ogen.  Wij speelden de rol, die van ons verwacht werd.  De chauffeur als de betrapte.  De terechtgewezene.  Ik als de verontwaardigde.  Een betere typecasting kon niet.  Wij keken elkaar in de ogen en begrepen onmiddellijk dat wij het spelletje speelden, dat van ons verwacht werd.  Elk sprak dat ene lijntje tekst.  Heel kort, meer niet.  Straattheater, zo leek het wel.
 
De chauffeur stapte terug in de wagen en vertrok.  Niet met gierende banden.  Rustig reed hij verder.  Ik ging verder.  Ik begon te lachen.  Niet luidop.  Voorbijgangers zouden dat vreemd kunnen vinden.  Ik lachte stilletjes om die hele situatie.  Terwijl ik lachte, moest ik denken aan Graham Parker.  Ik dacht aan die ene hit ‘Hey lord, don’t ask me questions’.  Stilletjes lachen en stilletjes zingen, zo kwam ik thuis aan.
 
 
Kleine tip:
Het venijn zit in de staart.  Dat wordt al eens gezegd.  Toch is het niet altijd zo.  Soms kan in die staart puur geluk zitten.  Zoals nu.  Op voorwaarde dat u leest wat volgt.  Tiny Legs Tim, die speelde in het voorprogramma van Graham Parker.  Deze jonge West-Vlaamse bluesman deed meer dan enkel overtuigen.  Hij bracht een heerlijk mooi miniconcert.  Hou deze jongeman in de gaten.  Meer nog, als hij ooit in uw buurt optreedt, aarzel niet.  Gewoon gaan, dat wil ik u nog meegeven als kleine tip.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen